BELGIË-HOLLAND

Zoals jaren geleden het leuke meisje `de balletjes' uitsprak, wanneer ze tijdens het zondagse tv-sportprogramma de trekking van de wekelijkse Lotto aankondigde, daar werd een man toch een beetje opgewonden van. Ze zei het op zo'n verleidelijke manier dat je – als man – elke zondagavond weer hunkerend uitkeek naar de trekking. Waarheen de balletjes rolden was niet van belang, als het leuke meisje met haar kirrende stemmetje er maar was.

Hoeveel leuke meisjes er ook zijn geweest die de balletjes hebben laten rollen, zo fantastisch mooi en zinnenprikkelend als Sophia Loren tijdens de loting voor het wereldkampioenschap voetbal in 1990 met haar lange vingers naar de balletjes graaide, is nooit meer vertoond. Met een gezicht alsof ze ervan genoot, liet ze de balletjes door de glazen bowl rollen. Ondeugende ogen en een uitdagende mond boven een laag decolleté. La vecchia Loren wist wel hoe ze de voetbalmannen moest bespelen. Alsof ze was ingehuurd om de voetbalmannen in de zaal te verwennen en te laten dromen van Romeinse nachten in het zomerse water van de Trevi-fontein met pronte vrouwen als Loren, Cardinale en Ekberg. Alsof ze was ingehuurd door de sluwe mannen van de organisatie om het voetbalmannenvolk niet te laten merken dat de loting voor de wedstrijden was voorgekookt. Gewoon: alsof de loting een farce was.

Lotingen om de poule-indeling en de volgorde van de wedstrijden te bepalen, hebben het karakter gekregen van een ceremonie die is bedoeld om het belang van het toernooi op te blazen. Leuke meisjes, prachtige vrouwen, filmsterren, populaire zangers, glimmende tv-personages, populistische politici en sportvedetten van weleer worden op de bühne gezet om van de plichtpleging een show te maken. We kunnen er niet meer onderuit, sport kan niet meer zonder de glitter en glamour van vage soapsterren en de toeters en bellen van een dweilkapel. Bijvoorbeeld: Paul de Leeuw, een komische man die waarschijnlijk niets van sport en dus ook niet van voetbal weet en begrijpt, is gevraagd of hij deze zomer sjeu wil proberen te geven aan een tv-voetbalprogramma rondom het EK voetbal. Inderdaad, om van te kotsen.

Wat beweegt tv-sportprogrammamakers om malloten-amusement te vermengen met een relatief serieuze bezigheid als de strijd om het Europese voetbalkampioenschap? Is voetbal dan niet alleen interessant genoeg? Of gaat het domweg om de kijkcijfers, de behoefte aan nog meer kijkers dan alleen voetbal- cq sportkijkers? Analyses van tactiek en techniek, beschouwingen en overdenkingen over het nut van internationale kampioenschappen, over het gevaar van chauvinisme en doorgeschoten Oranje-gevoel, over de verregaande invloed van commerciële en politieke belagen zijn voor de tv-makers niet meer relevant.

Dan toch liever de onovertrefbare Sophia Loren of gewoon bondscoach Frank Rijkaard plichtmatig aan het woord over de kansen van zijn Nederlands elftal. Zoals hij zich plichtmatig tijdens de loting voor het EURO 2000 op 14 december 1999 in Brussel liet ontvallen dat we als Nederlander geen enkele buitenlandse tegenstander dienen te onderschatten. Dat is nou voetbaltaal, dat is nou wat voetballers willen horen. Dat is nou waar het in voetbal om draait. Om de ernst waarmee onzin wordt verkondigd.

Dit is aflevering tien in een serie van 22.