Beleggen zonder fiscus lastiger

De belastingherziening maakt de nationale sport van het onbelast beleggen een stuk lastiger. Vanaf 1januari 2001 maakt het niet meer uit of beleggingen bestaan uit aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, clickfondsen of andere fiscaal opgetuigde constructies en spaargelden. De vermogenswaarde van alle beleggingen wordt belast met 1,2 procent.

In het nieuwe belastingsysteem worden niet langer alle soorten inkomsten bij elkaar opgeteld en vervolgens progressief met inkomstenbelasting belast. Er komen 3 boxen die elk apart belast worden. In box 1 worden de inkomsten uit arbeid, vroegere arbeid en het eigen huis belast. In box 2 worden de inkomsten uit aanmerkelijk belang belast.

In box 3 worden de beleggingen belast met de zogenaamde vermogensrendementsheffing. Dit is geheel nieuw. In het huidige belastingsysteem zijn koerswinsten onbelast en worden de inkomsten uit beleggingen, zoals rente, dividend en huur, na aftrek van kosten en de algemene vrijstellingen bij het overige inkomen opgeteld en progressief belast met maximaal 60 procent inkomstenbelasting. De vermogensinkomsten in box 3 blijven onbelast, maar aan het vermogen wordt zelf 4 procent fictief rendement toegekend, ongeacht de werkelijke inkomsten. Over deze 4 procent fictief rendement wordt 30 procent inkomstenbelasting geheven. Dit betekent een heffing van 1,2 procent over het vermogen zelf.

De huidige vermogensbelasting van 0,7 procent wordt afgeschaft. Het eigen huis valt niet onder de heffing. Het huurwaardeforfait moet bij het inkomen uit arbeid in box 1 geteld worden en de hypotheekrente voor het eigen huis dat tot hoofdverblijf dient blijft gedurende een maximumperiode van dertig jaar aftrekbaar. De hypotheekrente is alleen aftrekbaar als deze dient voor de financiering, verbouwing of onderhoud van het eigen huis.

In box 3 geldt een vrijstelling over het vermogen van 37.463 gulden per persoon en het dubbele daarvan voor een echtpaar. Per minderjarig kind krijgt een paar een extra vrijstelling van 5.000 gulden. Het vermogen wordt berekend door het gemiddelde van het vermogen op 1 januari en 31 december van het belastingjaar vast te stellen. Voor enkele vormen van beleggen wordt een vermogensvrijstelling tot 100.000 gulden per belastingplichtige toegestaan. Het gaat hierbij om groenfondsen, tante-Agaathleningen (leningen aan startende ondernemers) en de kapitaalsverzekeringspolis voor de studie van de kinderen van maximaal 50.000 gulden, ongeacht het aantal kinderen. Deze zaken dienen voor de vrijstelling bij elkaar opgeteld te worden.

Verder is de waarde in de kapitaalverzekering, die bedoeld is voor de aflossing van het eigen huis (box 1) tot een maximum van 272.000 gulden per persoon en het dubbele voor een echtpaar vrijgesteld, als deze polis voldoet aan de overige voorwaarden van een looptijd van tenminste 20 jaar en ten hoogste 30 jaar. Op de polis moet vermeld worden dat de kapitaalverzekering dient voor de aflossing van de hypotheek.

Bij het geven van een hypotheek denkt menigeen niet meer op de eerste plaats aan het financieren van een dak boven zijn hoofd, maar aan fiscale voordelen. Dit heeft geleid tot een ware explosie van hypothecaire leningen, omdat de rente vrijwel zonder beperkingen aftrekbaar was en de aflossing door middel van beleggingen met onbelaste koerswinsten gespaard kon worden. Daarbij werd door velen over het hoofd gezien dat koersen niet uitsluitend omhoog gaan en dat de looptijd van de hypothecaire lening door vele oorzaken korter dan verwacht kan zijn.

Na de invoering van het nieuwe belastingsysteem wordt het weer aantrekkelijk om een hoog rendement op beleggingen na te streven. Rente, dividend en huur blijven in box 3 immers onbelast. Het betekent tevens het einde van gecompliceerde fiscale constructies, waarbij de belegger zijn of haar rendement voornamelijk uit fiscale besparingen haalt. Dikwijls vergeten aanbieders van fiscaal gestuurde producten te vermelden dat de fiscale voordelen vooral gunstig zijn voor degenen die het hoogste tarief van de inkomstenbelasting verschuldigd zijn.

De obligatiegroeifondsen bijvoorbeeld die 35 procent vennootschapsbelasting verschuldigd zijn en de rente daarom niet hoeven uit te keren zijn nu al weinig aantrekkelijk voor mensen die in de laagste schijf van de inkomstenbelasting vallen. In het nieuwe systeem vervalt de aantrekkelijkheid van dit soort fondsen voor iedereen en kan men beter rechtstreeks de onbelaste rente van obligaties krijgen. Beleggingsfondsen die beleggen in obligaties of spaartegoeden en die hun deelnemers dividend uitkeren in plaats van rente om de dividendvrijstelling van 1.000 gulden per persoon voor de inkomstenbelasting te verkrijgen, hebben onder het nieuwe systeem eveneens weinig zin meer. Dan wordt immers over uitgekeerde dividenden geen inkomstenbelasting meer geheven.

De dividendbelasting van 25 procent blijft bestaan, maar deze blijft met de inkomstenbelasting verrekenbaar. Veel mensen kiezen onder het huidige belastingregime voor het beleggen in aandelen of aandelenfondsen die in onbelaste aandelen in plaats van contant dividend uitkeren. Met de ingang van het nieuwe belastingsysteem wordt het aantrekkelijker om contant dividend te ontvangen.

De succesvolle aandelenleaseplannen liggen al in het huidige belastingsysteem onder vuur. Dit soort producten, waarbij voornamelijk met geleend geld aandelen en/of opties gekocht worden, veelal tegen inhouding van de dividenden, zijn gebaseerd op de aftrekbare rente. Dikwijls wordt de rente vooruitbetaald. Deze vooruitbetaalde rente is nu nog voor het laatst aftrekbaar over het jaar 2000. De financieringsrente voor de aankoop van aandelen(fondsen) met geleend geld is slechts aftrekbaar tot het bedrag van de belaste uitgekeerde dividendinkomsten. De eventueel meer betaalde rente valt onder de aftrekbare consumptieve rente, die in 2000 tot 5.291 gulden (voor gehuwden 10.582 gulden) beperkt is. In 2001 vervalt de renteaftrek voor schulden waarmee beleggingen gefinancierd zijn. Dergelijke schulden vallen dan in box 3 en komen in mindering op de waarde van de beleggingen. Daarmee vermindert de rendementsheffing over de waarde van de beleggingen. Vele aandelenleaseplannen hebben een looptijd die deze onder de werking van het nieuwe belastingregime zal brengen.

Clickfondsen werken met opties die moeten voorkomen dat de investering in waarde daalt en dat de genoten winst wordt vastgehouden. Deze gemoedsrust moet betaald worden. De prijs voor de opties wordt uit het niet-uitgekeerde dividend of de rente betaald. De waarde van clickfondsen wordt in de rendementsheffing betrokken. Clickfondsen danken hun populariteit voornamelijk aan het feit dat mensen wel willen verdienen aan koerswinst maar geen beleggingsrisico willen lopen. In het nieuwe belastingregime kan dit koersrisico ook vermeden worden door zelf voor de korte termijn geld te stallen op een spaarrekening met zo hoog mogelijke rente en voor de lange termijn in goed gespreide aandelen(fondsen) te beleggen. Dit maakt sparen en beleggen eenvoudiger en overzichtelijker en geeft meer vrijheid voor besteding.