Barok danstheater tegen een machtig decor van geluiden

Wonderbaarlijke geluiden produceert het duo Peter Zegveld en Thijs van der Poll, Orkaters beeld- en geluidskunstenaars die in Sabotage Baby samenwerken met de Israëlische choreograaf Ohad Naharin. De door hen vervaardigde instrumenten, een helse batterij apparaten die elektromagnetisch, motorisch, pneumatisch of anderszins worden aangedreven, komen onder leiding van deze twee magische mecaniciens tikkend, sissend en knerpend tot leven. Tussen al dat machinale gedruis door klinkt dan plotsklaps even het vertrouwde stadsgeluid van een trambel of de misthoorn van een schip.

Behalve een machtig geluidsdecor vormt dat blinkende koperwerk met tal van ondefinieerbare toeters en bellen een magnifiek kinetisch toneelbeeld, zeker in de geraffineerde belichting van Bambi, Naharins vaste ontwerper. Leg dit duo in handen van Naharin, Israëls meest vooraanstaande eigentijdse choreograaf en er wordt goud uit hun gebonk gesmeed. Meer nog dan deze geluidstovenaars is hij de ware alchemist die precies weet hoe hij hen optimaal moet inzetten, door hen nu en dan het volle pond te geven maar hen ook op tijd in te binden. Naharin speelt knap op hen in. Zo zet hij aan het begin van de voorstelling tegenover hun herrie een rituele vrouwendans die van een oosters aandoende verstilling is. Met aan tai chi ontleende meditatieve bewegingen bezweren de tien danseressen de geluidsbrij.

Na de pauze, die het eerste deel Diapason van het nieuwe Diapasona scheidt, mogen de aanstichters van dat kabaal prominent op het podium zitten om ongegeneerd en a capella een romantisch lied te zingen. Zuiver als nonnengezang, waarmee deze scène even hilarisch is als eentje daarvoor, toen ineens braaf jongensgezang met ukelele klonk.

In deze komische noot komt de Orkater-sfeer onvervalst tot zijn recht. Dat gebeurt ook bij een sprookje dat Zegveld nogal dik aangezet declameert. Maar daarna wordt de sfeer grimmig. Drie Wagneriaanse reuzen op stelten kijken neer op een nietig mensenvolk. De dansers liggen stuiptrekkend op de grond waarna ze overeind worden geholpen om een zwoele groepsdans uit te voeren. De giganten lijken met hun (bijna) blote billen, op hun hoge bokkepoten en met vleugels van indianenveren op erotische duivels of engelen des doods. Hun aanblik roept een apocalyptische sfeer op, helemaal wanneer bloedrode belichting het podium in een helse gloed zet, en enkele dansers een furieuze dans uitvoeren.

Naharins danstheater is nogal bombastisch en barok van vorm en van betekenis eerder vaag dan veelbetekenend. Toch boeit zijn werk, omdat hij op meesterlijke wijze in een handomdraai de meest aangezwollen scène bevriest tot een uiterst verstild beeld of alle registers opentrekt om in diepe stilte te eindigen. Zijn beeldtaal is poëtisch, associatief ook en bezit vaak een surrealistische schoonheid. Zijn dansstijl is aards en vitaal, krachtig alsof de dansers door woestijnzand ploegen en constant op hun hoede zijn.

Niet voor niets wordt zijn dans geassocieerd met een overleversmentaliteit. Al die elementen zijn in Sabotage Baby sterk bijeen gebracht. Een onderhuidse dreiging is voelbaar, zonder dat expliciet naar een zwaar doemscenario wordt verwezen. Tijdens de slotdans hummen de dansers eendrachtig mee. Dan krijg je zelfs even dat kibboets-gevoel van optimisme en samenhorigheid. Tot de zang in losse flarden uiteenspat, wat op de valreep voor een navrante bijklank zorgt.

Hoe goed Naharins warmbloedige danstheater rijmt met Orkaters muziektheater was al eerder te zien bij het Nederlands Dans Theater, dat een verkorte versie van Diapason uitvoerde. In Sabotage Baby werkt die combinatie opnieuw, met een oog en oor verpletterend effect waarvoor het publiek flink warm liep.

Voorstelling: Sabotage Baby (Diapason, Diapasona). Gezelschap: Batsheva Dance Company/ Orkater. Choreografie: Ohad Naharin. Muziek: Orkater (Peter Zegveld, Thijs van der Poll). Gezien: 8/3. In: Muziektheater, Amsterdam. Aldaar: 11/3. Inl.: (020) 551 8135.