`Zorgsubsidie ten onrechte geïncasseerd'

Staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) verdenkt een aantal zorginstellingen van misbruik van het `persoonsgebonden budget', een subsidiebedrag waarmee patiënten zelf hulp kunnen inkopen.

Dit blijkt uit een brief die Vliegenthart gisteren aan de Tweede Kamer stuurde. Eind vorig jaar ontvingen ruim 13.000 mensen een persoonsgebonden budget, een kwart meer dan het jaar ervoor.

Het persoonsgebonden budget kan worden aangevraagd door mensen die verpleging of verzorging nodig hebben, en door verstandelijk gehandicapten. Budgethouders mogen zelf kiezen of ze de hulp inkopen bij een particuliere of een reguliere instelling. Een kwart van de mensen met een budget voor verpleging of verzorging koos vorig jaar voor een reguliere instelling voor thuiszorg. Van de verstandelijk gehandicapten koopt 65 procent de hulp in bij een bestaande inrichting.

Bedoeling is dat deze instellingen voor dit extra geld ook extra diensten leveren. Maar volgens Vliegenthart geven sommige instellingen de budgethouder hulp die eigenlijk voor een andere patiënt bestemd is, en waarvoor ze op een andere manier al zijn betaald. De staatssecretaris wil dat de zorgverzekeraars en het landelijke tarievenbureau CTG hier extra op gaan letten.

In de brief meldt Vliegenthart verder dat van de ruim 260 miljoen gulden die zij in 1999 beschikbaar had gesteld voor persoonsgebonden budgetten, er bijna 48 miljoen gulden niet uitgegeven is. Ze kondigt in haar brief nieuwe maatregelen aan om de onderbesteding verder te verlagen. De afgelopen vier jaar daalde die al van zo'n 40 procent in 1996 tot circa 18 procent, maar dat vindt de Kamer nog niet voldoende. Vliegenthart wil geld gaan overhevelen van de ene naar de andere regio als in de loop van het jaar blijkt dat in een regio onvoldoende wordt besteed. Belangrijke oorzaak van de onderbesteding is de ingewikkelde bureaucratische procedure waarmee een aanvraag gepaard gaat.

De staatssecretaris voelt er niet voor om mensen een groter bedrag te geven dat zij vrij kunnen besteden. Op dit moment ontvangen budgethouders per maand tweehonderd gulden als `forfaitair bedrag' over de besteding waarvan ze geen verantwoording hoeven af te leggen. Vanuit de Kamer en door patiëntenorganisaties was aangedrongen op een aanzienlijke verhoging in een aantal gevallen zelfs tot twaalfduizend gulden per jaar. Dit zou bijdragen aan het vereenvoudigen van de regeling. Maar volgens Vliegenthart lost dat de problemen niet op. Ze noemt het bovendien onjuist dat over gemeenschapsgeld geen verantwoording zou worden afgelegd.