Vurige mythen

Imme Dros is met een mooi project bezig: het in eigen taal (en Imme Dros heeft eigen taal) navertellen van Griekse mythen. Ze vertelde al De huiveringwekkende mythe van Perseus en in de bundel De macht van de liefde had ze het onder meer over Pygmalion, Narkissos en Orfeus. Daarna vertelde ze over de argonauten op zoek naar het Gulden Vlies en over het ontstaan van de liefde tussen Iason en Medeia in Reis naar de liefde. In het zojuist verschenen Liefde en wat ervoor doorgaat komt de verschrikkelijke afloop van die liefde aan de orde. `Niets is zo treurig als het samenleven van mensen/ die van elkaar gehouden hebben en vijanden worden', schrijft Dros. Zeker in het geval van Iason en Medeia is dat zo, want Medeia, de prinses uit het verre Kolchis die voor Iason haar thuis heeft opgegeven, haar vader heeft verraden, en haar broer heeft vermoord, laat zich niet zo maar aan de kant zetten als Iason meent dat het voor iedereen beter is dat hij met een andere prinses trouwt.

In commentaren op Euripides' tragedie Medeia, waarin het verhaal wordt verteld dat Dros nu hervertelt, lees je nogal eens dat Iason gelijk heeft en dat het inderdaad het beste is dat hij, gedwongen banneling en koningszoon zonder uitzicht op de troon, met een Korinthische prinses trouwt. De positie van Iason en Medeia is immers onmogelijk in Korinthe, ze worden gedoogd maar hebben geen enkele zekerheid. Trouwt Iason met een prinses, dan is hij geliëerd aan het koningshuis – en met hem zijn kinderen – en dat geeft meer bescherming, ook voor Medeia. Dros kiest bepaald niet voor deze interpretatie. Zij ziet Iasons stap als een streven naar macht: `zijn hang naar macht was groter dan zijn vrees voor Medeia'. Bovendien suggereert ze – wat ik nooit ergens gelezen heb maar wel altijd gedacht heb – dat Iason de jonge Glauke wel aantrekkelijk vindt nu zijn Medeia een dagje ouder wordt.

Dros kiest partij, vóór Medeia, tégen Iason. Ook al is Medeia een moordenares. Voor een deel krijgt de godin Hera daar de schuld van, die Medeia heeft gebruikt voor een persoonlijke wraakactie en die, als de wraak eenmaal is voltooid, haar belangstelling verliest voor de door haar toedoen ontheemde en met schuld beladen vrouw. Dat inspireert Dros tot haar mooiste regels: `Stervelingen leven te kort om een god te begrijpen,/ goden te lang om de strijd van mensen ernstig te nemen./ Tijd is wat hen scheidt.'

Dat is waarom de goden voor de mensen vaak zo verschrikkelijk zijn: hun perspectief is te anders.

Behalve het verhaal van Iason en Medeia, schrijft Dros ook over Alkestis en Admetos en over Psyche en Eros. Ook liefdes die lijden onder goddelijke bemoeienis. In het geval van Alkestis en Admetos gaat het over een gunst van een god, Apollo: Admetos hoeft niet jong te sterven als iemand anders in zijn plaats naar de onderwereld gaat. Niemand wil, iedereen hecht te veel aan het leven, behalve zijn vrouw Alkestis. Want voor haar heeft het leven zonder Admetos toch geen waarde meer. Ook dit verhaal is op allerlei manieren eerder naverteld, waarbij het niet ongebruikelijk is om Admetos als een lapzwans en een zwakkeling af te schilderen, omdat hij instemt met het aanbod van zijn vrouw. Dros laat de gebeurtenissen zo snel gaan dat Admetos pas beseft wat dit betekent als Alkestis al op haar doodsbed ligt en hij ernaast staat `blakend van een gezondheid die hij vervloekte'.

Dit nieuwe boekje met mythen, opnieuw royaal van prenten voorzien door Harrie Geelen, is alweer heel goed geslaagd. Ook bijzonder is aan Dros' vertellingen, is dat ze niet worden vereenvoudigd tot eenduidige verhaaltjes, of verzoet en verkinderlijkt. Dros geeft soms zelfs varianten van de mythen. Zo schrijft ze over de relatie tussen Afrodite en Eros: `volgens de oudere dichters/ een van haar eerste en allervurigste minnaars,/ volgens dichters die later leefden één van haar zonen'. Goed zo. Hopelijk gaat ze nog even door met vertellen.

Imme Dros: Liefde en wat ervoor doorgaat. De mythen van Medeia en Iason, Alkestis en Admetos, Psyche en Eros. Met prenten van Harrie Geelen. Querido, 72 blz. ƒ25,-

Nederlandse literatuur