Reve

In Boeken van 24 december 1999 besprak Arie van den Berg de verzenbundel Terugkeer, die de toen zestienjarige Gerard K. van het Reve in 1940 onder vrienden verspreidde.

Van den Berg stelde dat in de `hagiografische inleiding' van Tom Rooduijn de poëtische invloeden die de jonge Reve onderging onbesproken bleven. Over het motto van de bundel, `een door de jonge Reve zelf vertaald kwatrijn van John Masefield (1878-1967)', zegt Rooduijn dat het een veelzeggende keuze is in het licht van Reve's gemoedstoestand in die jaren. Welke gemoedstoestand, wilde Van den Berg weten en hij vroeg zich af of de derde regel van het vers (`Geen vrouw, geen haard verwacht mij. Ik blijf ook liever zonder.') verband hield `met Reve's prille ontdekking van zijn homoseksualiteit.' Verder vroeg hij zich af waar Reve het vers van de Engelse Poet Laureate gelezen had. De laatste vraag is eenvoudiger te beantwoorden dan de eerste. Het `kwatrijn' werd niet door Reve vertaald maar waarschijnlijk overgeschreven uit Slauerhoffs verzenbundel Eldorado (1928). Slauerhoff had er keurig de naam van Masefield onder gezet, maar bewerkte het origineel, Masefields bekendste gedicht, `Sea Fever', diepgaand:

Zeekoorts

Ik moet weer op zee gaan, een goed schip en in 't verschiet

Een ster om op aan te sturen, anders verlang ik niet.

Het rukken van `t wiel, `t gekraak van

het hout, het zeil ertegen,

Als de dag aanbreekt over grauwe zee,

door een mist van regen.

Want de roep van de rollende branding, brekende op de kust,

Dreunt diep in het land in mijn ooren en laat mij nergens rust,

't Is stil hier,'k verlang een stormdag,

met witte jagende wolken

Een hoogopspattend schuim en meeu

wen om kronk'lende kolken.

Ik ben een gedoemde zwerver, waar

moet ik anders heen?

Maar gelaten door den wind gaan, weg

uit de stad van steen.

Geen vrouw, geen haard verwacht mij.

Ik blijf ook liever zonder

`k Heb genoeg aan een pijp op wacht,

en `n glas in `t vooronder.

Slauerhoviaanser kan het niet. Masefields origineel was niet meer dan een aanleiding. Aan een paar woorden had Slauerhoff genoeg om het gedicht volledig naar zijn hand te zetten. De door Reve gekopieerde slotstrofe heeft op de `wind' na zelfs totaal niets meer met Masefield te maken.:

Sea fever

I must go down to the seas again, to the lonely sea and the sky,

And all I ask is a tall ship and a star

to steer her by;

And the wheel's kick and the wind's

song and the white sail's shaking,

And a grey mist on the sea's face,

and a grey dawn breaking.

I must go down to the seas again, for

the call of the running tide

Is a wild call and a clear call that

may not be denied;

And all I ask is a windy day with the

white clouds flying,

And the flung spray and the blown

spume, and the sea-gulls crying.

I must go down to the seas again, to

the vagrant gypsy life,

To the gull's way and the whale's way

where the wind's like a whetted knife;

And all I ask is a merry yarn from a

laughing fellow-rover,

And quiet sleep and a sweet dream

when the long trick's over.

Geciteerd naar John Masefield, Ballads and Poems, London: Elkin Mathews, 1917. Rest de kwestie van de gemoedstoestand. Die van Slauerhoff is ongetwijfeld overduidelijk. Of de zestienjarige Reve er iets anders in herkende dan Slauerhoff bedoelde lijkt me de vraag.