`Relatie'

De zitting bij de Amsterdamse politierechter heeft trekken van een spoedcursus feminisme. Alsof een vrouwenorganisatie een wat onhandig publiciteitsoffensiefje is begonnen.

Maar met propaganda heeft het niets te maken, en de politierechter is in dit geval niet eens een man, evenmin als de officier van justitie. Het is alleen hun taak op deze dag hetzelfde type zaak te behandelen. En daarin is de rol van de verdachte – als meewerkend én lijdend voorwerp – nu eenmaal voor de vrouw bestemd. De Surinaamse vrouw vooral.

Een stoet van Surinaamse vrouwen trekt voorbij en ze hebben allen vooral één kenmerk gemeen: schulden, variërend van duizend tot vijftigduizend gulden. Met die schuldenlast op hun nek moeten ze twee, drie kinderen opvoeden. De vader? Hij wordt amper genoemd. Een irrelevante factor, iemand die er niet meer toedoet. Hij had zijn zaad uitgestort en was een pakje sigaretten gaan kopen.

De vrouwen voelden zich gedwongen naar een andere bron van inkomsten te zoeken en waren daarbij in crimineel vaarwater terechtgekomen. Ze hadden de staat een loer gedraaid, om met de officier van justitie te spreken. Het was allemaal uitgekomen, ook omdat de vrouwen allesbehalve geslepen beroepscriminelen waren. En nu kunnen ze weer opnieuw beginnen: met schulden die nóg groter zijn geworden.

Neem de zaak van Henriëtte, een 35-jarige vrouw. Evenals al die andere vrouwen moet zij voorkomen omdat ze op een bepaalde manier valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Ook zij had een buitenlander aan een verblijfsvergunning geholpen door een relatieverklaring onwaar in te vullen en te ondertekenen. De meeste vrouwen waren daartoe benaderd door bemiddelaars die met elkaar in verbinding stonden. Vooral de naam van ene `Truus' duikt in dit verband steeds op.

De bemiddelaars zochten vooral kwetsbare, alleenstaande Surinaamse vrouwen die onder grote schulden zuchtten. Hun werden bedragen tot 20.000 gulden in het vooruitzicht gesteld als zij samen met een buitenlander naar de vreemdelingendienst wilden gaan om een valse relatieverklaring af te geven. Soms kregen de beambten argwaan en namen de man mee naar het huis van de vrouw, waar hij zou verblijven. Menig man viel door de mand als hij details over zijn verblijf moest vertellen. Een aantal bemiddelaars – ook `Truus' – was inmiddels opgepakt en had de namen van de betrokken vrouwen verraden.

,,Klopt het dat u 3.000 gulden heeft gekregen?'' vraagt de politierechter.

,,Ja'', zegt Henriëtte.

,,U zou 20.000 gulden krijgen voor iemand uit Pakistan.''

,,Dat is niet doorgegaan.''

,,Heeft u niet beseft dat dit niet kan?''

,,Ik was net weduwe geworden. Ik stond er niet bij stil.''

,,Dat kunt u toch niet zeggen? Hier is goed over nagedacht, ook door u.''

,,Vertel wat over je situatie'', fluistert de advocaat tegen Henriëtte.

,,Na de dood van mijn man kreeg ik opeens allerlei brieven van schuldeisers'', legt Henriëtte uit. ,,Het liep op tot ruim 20.000 gulden.'' Ze heeft twee kinderen: vier en elf jaar. Haar schuldenlast bedraagt inmiddels 51.000 gulden. Ze probeert 500 gulden per maand af te lossen, dus dat gaat een kleine tien jaar duren. De officier wil dat zij de 3.000 gulden – de premie op het bedrog – aan de staat geeft. Daarnaast eist hij een gevangenisstraf van twee maanden, eventueel om te zetten in een werkstraf van honderd uur.

,,Wilt u liever een werkstraf dan de gevangenis?'' vraagt de rechter.

,,Geen gevangenis, ik heb twee kleine kinderen'', zegt Henriëtte. Maar de werkstraf lokt haar evenmin, want ze heeft al twee baantjes waarmee ze net een minimuminkomen haalt. ,,Het zal vooral in uw vrije tijd moeten gebeuren'', zegt de rechter ten overvloede. Hij neemt de eis over. ,,Heeft u het begrepen, mevrouw?''

Moedeloos zwijgen. Henriëtte verlaat met haar advocaat de zaal. Een andere Surinaamse vrouw neemt haar plaats in en vertelt hetzelfde, oude verhaal.