`Onspeelbaar' concert toch gespeeld

Het concert van het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest, gisteravond in Den Bosch, veroorzaakte vooraf al opwinding. Zou het eindelijk gaan lukken? Op het programma stond het onspeelbaar geachte Syntagma voor viool en orkest waaraan Wim Laman werkte van januari 1989 tot januari 1991, gecomponeerd voor het honderdjarig bestaan van het Concertgebouworkest. De allereerste inzet van de viool in een kwarttoonstriller op een hoge c leek al een struikelblok en in een interview destijds in het maandblad Preludium verklaarde violiste Isabella van Keulen dat ze nog maar tot op bladzijde elf was gevorderd. Het lukte haar niet om het werk in de beschikbare tijd in te studeren. Nu slaagde Ronald Zolmann daar wel degelijk in en bleken al die veeleisende kleurnuances zonder meer een noodzaak om de vereiste sfeer op te roepen. Wim Laman is zowel een coloristisch rijk detaillist als een expressionist in hart en nieren.

Je vraagt je af wat de Weense muziekciriticus Eduard Hanslick in de 19de eeuw zou hebben geschreven als hij dit wonderbaarlijk hallucinerend concert had kunnen horen. Over Tsjaikovski's toentijds eveneens onspeelbaar geachte Vioolconcert noteerde hij: ,,Hier zien we slechts verwilderde gemene gezichten, horen we ruwe vloeken en ruiken goedkope brandewijn.'' En naar analogie van een bespreking van Friedrich Th. Fischer gewijd aan liederlijke afbeeldingen die men ziet stinken, vroeg hij zich af of er muziekstukken bestaan die men stinken hoort.

Liederlijk in de zin van sensueel is Lamans concert allerminst, eerder ascetisch asgrauw en naar het slot toe schrijnend wit in onwezenlijke flageoletten. Een karakteraanduiding als verwilderd, maar dan in de zin van bizar, bars en onherbergzaam, is op zijn plaats. Het hoogst fascinerende concert heeft een bijkans kosmische uitstraling, ontstaan als het is uit één soort oerknal.

Het idee ontstond op de vakbeurs voor slagwerkers in Neurenberg, zoals het begin verduidelijkt in een lang uitklinkende klap op een reusachtige tamtam. De tamtam klinkt ondefinieerbaar ruizig, lang resonerend en wordt vaak geassocieerd met mysterie en magie, met dood en opstanding. Deze complexe klank wordt ontrafeld en zo'n twintig minuten uitgesmeerd over het orkest, geanalyseerd en weer gemonteerd in diverse scènes, vandaar de titel Syntagma, Grieks voor samenvoeging.

Dat het om de klank gaat verduidelijkt al de ongewone opstelling met de basinstrumenten als baspauk en grote trom, bastuba, contrafagot en contrabas in het midden, naar buiten toe uitwaaierend in steeds hogere instrumenten. Ook de vormopbouw is spiegelvormig. Het notenmateriaal is heel in de verte horig aan een motief uit een vioolsonate van Bach, wat blijkt uit een scène Omaggi a Bach, volgend op een mistig mysterieus deel waarin de strijkers voorgeschreven zijn met hoteldempers. Opmerkelijk is hoe de spanning steeds behouden blijft, dit is muziek als één reusachtige explosie in slow motion.

Michael Erxleben dirigeerde alsof het een vioolconcert van Bruch of Tsjaikovski was en het Noordhollands Philharmonisch Orkest gaf geen krimp.

Concert: Noordhollands Philh. Orkest o.l.v. Michael Erxleben met Ronald Zolmann viool. Gehoord: 9/3 N.H. Kerk Den Bosch. Herh. 11/3 Concertgebouw Haarlem. Concertzender 13/4 20u.