OM richt zich meer op slachtoffers

Het openbaar ministerie wil slachtoffers van misdrijven `een waardige plaats' in het strafproces geven door ze beter te begeleiden. Met name slachtoffers en nabestaanden van zeden- en geweldsdelicten worden in de toekomst uitvoeriger geïnformeerd.

Dit heeft procureur-generaal (PG) D. Steenhuis gisteren gezegd tijdens een persconferentie van het Openbaar Ministerie in Den Bosch.

Ieder arrondissement krijgt een serviceloket waar slachtoffers terecht kunnen met vragen. Op dit moment zijn er al zeven van dergelijke servicepunten. Ook zal het OM een protocol opstellen voor de omgang van officieren met slachtoffers. In een aantal arrondissementen is het al gebruikelijk dat slachtoffers voorafgaand aan de zitting informatie krijgen over de gang van zaken tijdens een proces. Ook mogen zij vooraf de zittingszaal te bekijken en achteraf napraten met de officier van justitie.

Aan spreekrecht voor het slachtoffer tijdens de zitting kleven volgens het OM nog teveel bezwaren. Het OM overweegt een tussenoplossing, het zogenoemde victim impact statement. Dit is een schriftelijk verslag van de emoties van het slachtoffer na aangifte, dat desgewenst kan worden toegevoegd aan het strafdossier.

Het OM erkent dat het mede-verantwoordelijk is voor het informeren van slachtoffers van pedoseksuele delinquenten die terugkeren in de maatschappij. Ook bij het informeren van andere betrokkenen bij een zedendelict wil het OM als ,,scharnierpunt'' gaan functioneren. In deze gevallen kan volgens het OM informatie aan de politie worden verstrekt. Ook over tussentijdse verloven van daders wil het OM slachtoffers gaan informeren. Slachtoffers hebben ,,in principe het recht om te weten wanneer hun dader weer op vrije voeten komt'', aldus PG Steenhuis. Wel wijst hij erop dat daarvoor ,,organisatorische aanpassingen'' binnen het OM zijn vereist.

De voorzitter van het college van PG`s, J. de Wijkerslooth, maakte gisteren ook bekend dat de vergadering van hoofdofficieren van justitie ophoudt te bestaan. Dit overleg gaat op in een nieuw beraad waarin behalve de hoofdofficieren ook de vijf hoofdadvocaten-generaal en de vijf leden van het college van procureurs-generaal zitting nemen.

De nieuwe overlegvorm moet ervoor zorgen dat er binnen het OM één lijn wordt getrokken. In het verleden kwam het nogal eens voor dat hoofdofficieren een afwijkende mening verkondigden dan het college. Met name de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking kwam door een eigen mening meermalen in aanvaring met het college.