Nooit bang voor artistieke risico'

De Amsterdamse galeriehoudster Eva Bendien is woensdag op 79-jarige leeftijd overleden. In 1956 begon zij samen met Polly Chapon, de vrouw van de schilder Jules Chapon, Galerie Espace. Na het vertrek van Chapon zette Eva Bendien de galerie alleen voort, vanaf 1965 geassisteerd door haar man Rutger Noordhoek Hegt.

Als `kunstzaal voor progressieve richtingen' was Espace in 1956 een van de eerste galeries voor eigentijdse kunst in Nederland. Nu, 44 jaar later, is het Nederlands oudste galerie. Espace, dat tot 1960 in Haarlem was gevestigd en sindsdien aan de Amsterdamse Keizersgracht, richtte zich aanvankelijk op Cobra-kunst, waar in de jaren vijftig nog nauwelijks publiek voor was. De galerie opende met een expositie van onder anderen Karel Appel, Corneille, Theo Wolvecamp en Wessel Couzijn. De laatste tentoonstelling die door Eva Bendien werd ingericht sloot op 26 februari van dit jaar. Op deze expositie, gewijd aan het thema `portretten', was werk te zien van verschillende kunstenaars die jarenlang aan Espace verbonden waren, zoals Klaas Gubbels, Pierre Alechinsky, Jan Roeland en Roger Raveel.

Eva Bendien werd in 1921 in Arnhem geboren. Als kind deed ze al niets liever dan musea bezoeken en ze was van jongs af aan `fanatiek bezig met beeldende kunst', zoals ze in een interview vertelde. Het boek Richtingen in de hedendaagsche schilderkunst, in 1935 geschreven door haar oom Jacob Bendien, beschouwde ze als `mijn bijbel'. Een andere oom, beeldend kunstenaar Paul Citroen, hielp haar na de oorlog toen ze, heel voorzichtig, begon te handelen in beeldende kunst. Aan het begin van de oorlog had ze ervaring opgedaan bij kunsthandel Van Pampus en de befaamde Haarlemse kunsthandel J.H. de Bois. Ze was joods, maar liet in de oorlog geen J in haar paspoort zetten en droeg geen ster. De laatste oorlogsmaanden was ze ondergedoken in een hut op de Veluwe.

Als galeriehoudster was Eva Bendien nooit bang om risico's te nemen. Bij de eerste twee exposities van Lucebert, die in 1958 bij Espace debuteerde, werd niets verkocht, maar bij de derde was het tij gekeerd en hadden zijn schilderijen al kopers gevonden voor de tentoonstelling was geopend. Na Lucebert introduceerde Espace in de jaren zestig de schilders van de Nieuwe Figuratie, onder wie Reinier Lucassen, Breyten Breytenbach en Roger Raveel. Eva Bendien was, zoals ze zelf zei, `niet theoretisch ingesteld': redeneringen over kunst zeiden haar niets, het ging haar `om het kijken, het zien'. De enige richting waarmee ze geen affiniteit had, was de geometrisch-abstracte kunst, zoals ook bleek bij de expositie `Galerie Espace, 40 jaar' die in 1997 gehouden werd in het Frans Halsmuseum.

Tot aan haar laatste tentoonstelling bleef ze zich met een bijna jeugdig enthousiasme inzetten voor `haar' kunstenaars. Nog maar drie jaar geleden zei ze in een interview in deze krant dat ze een afkeer had van oude dames en dat het maar met moeite tot haar doordrong dat ze zelf inmiddels ook oud was geworden.