New York Stories

Wie diep in de nacht nog voor 1 minuut en 20 seconden energie over heeft, moet de televisie even aanzetten om 03.16 uur (mits BBC2 de uitzending op tijd begint). Zelfs wie niets van het voorgaande heeft gezien, en wie daarna niet blijft kijken, zal een hoogtepunt in de geschiedenis van de filmloopjes beleven. En dat is een rijke geschiedenis. Alle grote westerns draaien uiteindelijk om een wandelingetje: High noon, Red river, The Good the Bad the Ugly. De meeste Hitchcocks hebben klassieke loopjes: Notorious, Suspicion, North by Northwest. Charlie Chaplin ìs een klassiek loopje – het wandelingetje is de essentie van film. Met elke verstreken meter stijgt de spanning.

Zo ook in de paar meter die mevrouw Millstein aan de arm van tante Ceil aflegt door de gang naar het kantoor van haar zoon Sheldon. Sheldon, een succesvolle advocaat die zijn al te joodse achternaam inkortte tot Mills, wordt even uit een belangrijke vergadering geroepen en ziet de dames de hoek om komen. We horen de tromroffels en de vette trompetten die Sing Sing Sing (everybody starts to swing) inleiden. We lezen de angst in de ogen van Sheldon. We zien het minuscule duo opdoemen uit de schaduwen van de gang. Het zweet breekt ons plaatsvervangend uit. Dan volgen er nog enkele zinnen en kunnen we de hilarische paniek weglachen. Pure poëzie. Daar blijf je voor op.

New York Stories is heus in meer opzichten een bijzondere film: drie grote Amerikaanse regisseurs – Martin Scorsese, Francis Ford Coppola en Woody Allen – samen in één film en ieder neemt een episode voor zijn rekening. Maar de vraag is of je wakker kunt blijven bij de eerste twee delen.

Scorsese koos voor New York, stad van gehypte kunstenaars. Nick Nolte groot als Willem de Kooning achter een inmens doek en tegelijk onzichtbaar klein tegenover zijn onverschillige assistente/minnares Rosanna Arquette. Het is een aardige schets van de snob-cultuur, maar haalt het niet bij Scorseses bijtende mafia-films. Veel camera-bravoure, maar het helpt niet.

Coppola koos voor New York, stad van de ultra-rijken, verpersoonlijkt door de verwende puber Zoë (Heather McComb). Wat Coppola wil vertellen is onduidelijk – daar heeft hij wel vaker last van – en daarom zoekt ook hij maar zijn toevlucht tot de vorm. Alle beelden zijn gedrenkt in ochtend- of avondlicht. En de film eindigt op de Acropolis in Athene. Over snobcultuur gesproken.

Alleen Allen haalt in zijn veertig minuten het niveau van de rest van zijn oeuvre. Zijn episode, Oedipus wrecks, is een klein college Freudiaanse casuïstiek. Moeder verstikt volwassen zoon. De stijl is sober en doeltreffend, zoals altijd bij Allen. Je merkt aan alles dat hij zelf korte verhalen heeft geschreven. En dat hij de taal van het loopje beheerst.

New York Stories (Scorsese, Coppola, Allen, 1989, VS), BBC2, 01.55-03.55u.