Multicultureel lachen

Nieuwe cabaretiers komen er om de haverklap bij, maar de oogst van vorige week was buitengewoon. Eerst speelde Nilgün Yerli de première van haar eerste soloprogramma en twee dagen later volgde Najib Amhali, eveneens met zijn solodebuut. Zij is van Turkse afkomst, hij van Marokkaanse. Zij kwam op haar tiende naar Nederland en groeide op in Friesland. Hij was anderhalf toen zijn ouders emigreerden en groeide op in Krommenie. Alletwee maken ze gebruik van hun allochtone achtergrond, maar ze stellen zich geen van beiden op als vertegenwoordiger van een groep. Hun grappen zijn in de beste betekenis van het woord multicultureel: ze gaan over alle culturen die ze in Nederland zien.

Omdat ze individueel even veel van elkaar verschillen als Brigitte Kaandorp en Youp van 't Hek, of Karin Bloemen en Hans Teeuwen, horen ze eigenlijk ook niet in één stukje te worden vermeld. Dat ik dat hier toch doe, heeft te maken met de verrassing die ze teweeg hebben gebracht. Hun publiek op de première-avond was, afgezien van een groepje genodigden, volstrekt gemêleerd. Ze maken niet alleen een multicultureel programma, maar werken zo te zien ook voor een jong, multicultureel publiek. Op beide avonden waren alle tinten en alle tongvallen aanwezig.

Zo bezien zijn ze dan ook alweer een stap verder dan de hoogst komieke Jetty Mathurin wier Surinaamse afkomst tot dusver veel meer zwarte dan blanke bezoekers lijkt te trekken. Bij de premières van Nilgün Yerli en Najib Amhali leek zich zo'n scheiding niet voor te doen. Ze drongen in één keer door naar het gemiddelde, jonge cabaretpubliek.

Intussen is de integratie – die hier zo volstrekt natuurlijk, zonder enige drang, discussie of beleidsmaatregel is bewerkstelligd – in andere sectoren van de cultuur aanzienlijk problematischer. Met dwangmaatregelen, die hij aanvankelijk zelfs de vorm van subsidieboetes wilde geven, wenst staatssecretaris Van der Ploeg de allochtonen bij de gesubsidieerde kunsten te betrekken. Maar wat daarvan ook in de komende Cultuurnota wordt gerealiseerd, één ding staat vast: met kunstmatige middelen zal worden getracht in de podiumkunsten ruimte te maken voor echo's van de multiculturele samenleving. De vraag of het sturen van geldstromen de beste oplossing biedt, wordt echter niet gesteld. Het beleid wordt van bovenaf opgelegd.

Marktwerking is in de kunsten een vies woord. Eerst dient er aanbod te zijn, daarna komt pas de vraag. Maar toch zou deze jongste ontwikkeling in de vrije markt van het cabaret te denken moeten geven. Wat in het gesubsidieerde theater nog als een groot probleem wordt gezien, is in het cabaret vorige week zonder enig probleem begonnen: voor twee aankomende cabaretiers van allochtone afkomst is nu kennelijk het moment aangebroken om van zich te laten horen. Dat is vanzelf zo gegaan, daar zit geen enkel beleid achter.

Nilgün Yerli en Najib Amhali staan er niet om begrip en mededogen op te wekken voor hun afkomst, ze staan niet naar acceptatie te streven en ze willen al helemaal niet `subsidierijp' worden. Ze zijn gewoon begonnen omdat het hun tijd was. En ze zijn gewoon goed.