Kabel en content

NEDERLAND IS een van de dichtstbekabelde landen ter wereld. Een mooie markt, die lange tijd echter van staatswege werd gereduceerd tot het doorgeven van de algemene omroepprogramma's. En er is zoveel meer mogelijk: abonneetelevisie, telefonie en tegenwoordig vooral Internet. De wettelijke belemmeringen zijn een paar jaar geleden opgeruimd, maar er blijft een probleem: de kabel vormt een monopolie. Er is van oudsher slechts één net in iedere plaats. Bovendien komen de lokale netten in steeds minder handen terecht. Het Amerikaanse bedrijf UPC heeft zich ontpopt als onbetwiste koploper.

UPC beijvert zich deze reputatie eer aan te doen. Gisteren maakte het de overname bekend van het van oorsprong Zweedse omroepbedrijf SBS. Dat is een in verscheidene opzichten een opmerkelijke ontwikkeling. UPC zit als geheel in de rode cijfers. Voor menigeen zou dat een onoverkomelijk beletsel lijken voor een rol als overnemende partij. De wereld van de moderne multimedia heeft echter haar eigen wetten. De verbindingssystemen, zoals de kabel, zijn slechts een lege huls. Deze schreeuwt om inhoud (content). Een bedrijf als SBS kan zorgen voor meer verkeer (traffic) en dat is goud waard.

De nieuwe wetmatigheden van de multimediamaatschappij sporen niet zonder meer met de wetten en beginselen waar een land als Nederland geacht wordt de hand aan te houden. Zo kan het niet de bedoeling zijn dat een kabelexploitant zijn monopoliepositie gebruikt om een aanbieder uit eigen huis voor te trekken ten koste van de concurrenten. Evenmin behoort de exploitant door manipulatie van programmapakketten zijn abonnees te dwingen tot extra uitgaven voor hetzelfde bestedingspatroon.

DE ECONOMISCH onderlegde bewindsman voor Mediazaken, staatssecretaris Van der Ploeg (OCW), heeft de problemen onderkend. In juni vorig jaar presenteerde hij een notitie onder de titel die een ambitieus beleidsprogramma inhield: `Kabel, omroep en consument: pluriformiteit, betaalbaarheid en vrije keuze'. Een belangrijke aanleiding vormde de commotie die in Amsterdam was ontstaan toen het kabelbedrijf belangrijke zenders als CNN en Eurosport van het plaatselijke net verwijderde wegens een geschil over de toegangsvoorwaarden. Dit conflict werd handig gekoppeld aan een plannetje dergelijke zenders te laten terugkeren als onderdeel van een keuzepakket. Tegen een extra prijs voor de abonnee uiteraard.

Van der Ploeg dreigde met donder en bliksem, maar moest erkennen dat hij over weinig concrete machtsmiddelen beschikte. Vandaar de kabelnota met de lange titel. Zelden zal een beleidsstuk zo koel zijn ontvangen. De kwalificaties varieerden van ,,angstig, passief'' (D66) en ,,weinig visie'' (CDA) via ,,nauwelijks visie'' (PvdA, de eigen partij van de bewindsman) tot ,,standpuntbepaling uitgesteld'' (VVD).

Toch is iedereen, de staatssecretaris incluis, het eens over de oplossingsrichting, zoals dat in het hedendaagse beleidsjargon heet. Op den duur dienen er concurrerende alternatieven voor de kabelnetten te komen. In de tussentijd moet iedere kabelabonnee in staat worden gesteld met een zogeheten decoder zijn eigen keuze te maken en individueel af te rekenen.

Het eindperspectief is een kwestie van een proces van verbinding en ontvlechting dat zich reeds duidelijk aftekent. Internetverbindingen kunnen via de telefoon lopen of via de kabel en straks waarschijnlijk via het gsm'etje. De decoder ligt moeilijker. Wie moet hem betalen? En vooral: mag de kabelexploitant ook de decoder exploiteren zodat hij een schat aan marketinggegevens kan vergaren? Zo nee, wie ziet er toe op een strikte scheiding van activiteiten?

Aan toezichthouders geen gebrek: het Commissariaat voor de Media kijkt naar de programmaraden, de Registratiekamer naar de abonneegegevens, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) is speciaal bevoegd verklaard ten aanzien van de toegang tot de kabel en anders is er altijd de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Toch is dit imposante instrumentarium in de woorden van de bewindsman niet voldoende gebleken om de tarieven voor de consument te beheersen.

VAN DER PLOEG heeft het antwoord gezocht in een soort moesjawara van alle betrokkenen: drie departementen, de gemeenten, de omroep, kabelexploitanten, aanbieders, de Consumentenbond.

Buitengewoon interessant, maar de vervolgnota die de bewindsman heeft beloofd, is nog weer even uitgesteld. Waarom ook niet? De staatssecretaris staat een termijn van vijf jaar voor de overgangsperiode voor ogen. Het valt te vrezen dat in de wondere wereld van UPC het tempo iets hoger ligt. Zelfs Van der Ploeg peinst hardop: ,,Eigenlijk is een termijn van vijf jaar te lang.''

Nu nog een plan van aanpak.