Europa in of naast de NAVO, dat is de vraag

Het was een intrigerende uitspraak: ,,De samenwerking tussen Frankrijk en de NAVO loopt heel goed.'' De opmerking werd gemaakt door president Chirac in het vraaggesprek met deze krant aan de vooravond van zijn staatsbezoek aan Nederland. Op het eerste gehoor klonk de uitspraak neutraal. Maar bij nadere bestudering blijken hier twee grootheden naast elkaar te zijn geplaatst: Frankrijk en de NAVO. Gezien de voorafgaande vraag en de geschiedenis ook weer niet zo opzienbarend. Sinds president De Gaulle, in 1966, Frankrijk uit de militaire organisatie van de NAVO nam, staan beide entiteiten inderdaad min of meer naast elkaar. De vraag werd gesteld naar aanleiding van Chiracs mislukte poging de verwijdering weer ongedaan te maken.

,,Waar is het misgegaan'', vroeg Marc Chavannes, de interviewer. Chirac: ,,We waren dat van plan, maar op zekere voorwaarden. Onze partners hebben onze voorwaarden niet geaccepteerd. De status quo is gehandhaafd, en dat loopt prima. Het voordeel is dat Frankrijk ruimschoots zijn autonomie heeft bewaard en met eigen middelen zelfstandig kan interveniëren als het dat zou wensen. Frankrijk is geen vragende partij om de situatie te veranderen.'' En dan volgt de hierboven geciteerde slotzin van het antwoord.

Hier klinkt een tevreden staatsman die het zijne heeft gedaan, maar er niet rouwig om is dat hij zijn doel niet heeft bereikt. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de partners. Het resultaat schaadt Frankrijk niet. Integendeel. Het heeft zijn onafhankelijkheid bewaard, maar dat gaat niet ten koste van samenwerking waar en wanneer Frankrijk daar zelf voor kiest.

Tot zover klopt Chiracs opmerking dat de status quo is gehandhaafd. Maar zijn aspiraties gaan verder. Eerder in het vraaggesprek sloeg hij een brug naar Europa. ,,Frankrijk heeft altijd een werkelijke Europese defensiepolitiek nagestreefd [...] Het is normaal dat Europa, dat de eerste economische macht in de wereld is, beschikt over de middelen om militair te interveniëren als het dat nodig acht, terwijl de Verenigde Staten niet geïnteresseerd zouden zijn.''

De vraag is nu of een ontwikkeling naar een moment waarop Europa over de middelen beschikt om militair te interveniëren als het dat nodig acht, nog binnen de status quo kan worden begrepen. Chirac zelf roept twijfel op door te wijzen op het feit dat Groot-Brittannië en Frankrijk op dit gebied een initiatief hebben genomen ,,waar anderen zich gaandeweg bij hebben aangesloten''. Een initiatief doorbreekt doorgaans de status quo. Het veronderstelt immers beweging die, onvermijdelijk, tot verandering van de status quo leidt.

Om de status quo als gehandhaafd te beschouwen zouden alle partijen die erbij betrokken zijn het daarover eens moeten zijn. Chirac ziet geen problemen. Naar aanleiding van het Franse streven naar een werkelijke Europese defensiepolitiek zegt hij: ,,Daardoor hoeft de NAVO op geen enkele manier ter discussie te worden gesteld of de Europees-Amerikaanse band te worden verzwakt.'' Zien de andere partijen die zich gaandeweg bij het Brits-Franse initiatief hebben aangesloten dat in laatste instantie ook zo? (Althans in Nederland bestonden twijfels). En waar staat de partner die zich er niet bij heeft aangesloten, maar er vooralsnog zijn zegen aan heeft gegeven: Amerika?

Formeel gesproken zijn er geen bezwaren. Na Kosovo hameren de Amerikanen op het aambeeld van de noodzaak van een grotere Europese defensie-inspanning. Als die inspanning moet worden geleverd in het verband van een Europese Entiteit, is er niets aan de hand zolang het primaat van de NAVO in veiligheidszaken niet wordt aangetast. Zo klinkt de reactie uit Washington. Maar is men daar wel zo gerust op de richting die de verlangde Europese inspanning neemt?

Tijdens de jaarlijkse informele conferentie in München over veiligheid toonde de Amerikaanse minister van Defensie, Cohen, zich in januari nogal zuinig. Zijn commentaar viel in drie delen uiteen. Hij vreesde voor een nieuwe (Europese) bureaucratie in veiligheidszaken. Hij vreesde voor een gebrekkige financiële onderbouw van het Europese initiatief. En hij waarschuwde dat rekening dient te worden gehouden met de drie I's: Indivisibility, Improvement, Inclusiveness. De bewindsman bedoelde hiermee te zeggen dat de transatlantische veiligheid ondeelbaar is, dat het Europese initiatief tot daadwerkelijke versterking van het Europese vermogen moet strekken en dat alle Europese NAVO-bondgenoten – dus ook de Europese NAVO-lidstaten die niet tot de Europese Unie behoren – erbij dienen te worden betrokken.

In een vraaggesprek met de Financial Times (afgedrukt in deze krant) deed de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Albright, met dezelfde bedoeling als Cohen een andere greep in het alfabet. Albright: ,,Bij het zoeken naar de beste manier om een gezamenlijk Europees buitenlands en veiligheidsbeleid te creëren, gaat het er in de eerste plaats om te zorgen dat elke institutionele verandering strookt met de grondbeginselen waarmee het Atlantische partnerschap sinds vijftig jaar zijn voordeel doet. Het gaat daarbij om het vermijden van wat ik de drie D's noem: Decoupling, Duplication, Discrimination.'' De bewindsvrouw waarschuwde tegen ontkoppeling van de Amerikaanse en Europese veiligheid, tegen duplicatie van wapensystemen (lees: de ontwikkeling van Europese systemen die in Amerika `van de plank' kunnen worden aangeschaft) en tegen uitsluiting van Europese NAVO-bondgenoten.

De I's van Cohen blijken complementair zo niet identiek te zijn aan de D's van Albright. Na deze twee interventies op het hoogste niveau behoeft niemand zich meer af te vragen of men zich in Washington zorgen maakt over de inhoud van het potje dat in Europa op het vuur is gezet.

Zo komen we terug bij de uitspraken van de Franse president. Hij ziet in het Europese veiligheidsinitiatief geen bedreiging voor de samenhang in de NAVO. Tenslotte heeft Frankrijk jarenlang ervaring opgedaan met een plaats-op-afstand van een aantal uitvoerende organen van de Atlantische Verdrags Organisatie zonder dat Frankrijk of de NAVO, anders dan in 1966 werd voorzien, schade heeft opgelopen. Dat hijzelf die afstand heeft willen overbruggen, is wat hem betreft niet meer terzake. De status quo is gehandhaafd, meent Chirac.

Aan de overzijde van de Atlantische Oceaan lijkt men daarvan minder zeker te zijn. Of het nu I's zijn of D's, daar ziet men de bui hangen. Europa naast de NAVO is niet hetzelfde als Europa in de NAVO.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.