Duiven en voetbal

De Eerste Wereldoorlog heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de Nederlandse sport. Alhoewel Nederland niet direct was betrokken bij de gevechten, werd een groot aantal mannen gemobiliseerd. Ook werden speciale maatregelen genomen door omstandigheden. Dat heeft veel gevolgen had voor de sporten, waarbij de duivenhouders het moeilijk hadden en de voetballers juist niet.

Sporthistoricus Philip Vos onderzocht vorig jaar de sport in Haarlem tijdens de Eerste Wereldoorlog en kwam met opmerkelijke cijfers over de duivensport in deze stad. In 1914 waren er acht verenigingen, waar er nog maar één over was in 1918.

Marijke den Hollander van de Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie aan de Katholieke Universiteit Leuven zegt hierover: ,,Het antwoord op deze vraag is eenvoudigweg dat ze niet mochten vliegen tijdens de oorlog. Vanwege de vrees voor militaire spionage werd de duivensport verboden. Wie toch met zijn duiven op stap ging riskeerde dat ze in beslag werden genomen.''

Marnix Koolhaas van het VPRO-radioprogramma OVT geeft nog een voorbeeld: ,,Postduiven hadden een militair belang. Zo werd in 1948 het bevel tot de eerste Politionele Actie in Indonesië aan de verspreide troepen mede door postduiven bekend gemaakt. De postduivensport is bij oorlog of bezetting verboden, net zoals schietverenigingen en de ballonvaart.''

Voor Haarlem ging dat trouwens niet op, want de enige schietvereniging van de stad bleef de gehele oorlog bestaan. Maar in dit geval is onbekend hoeveel leden ze had en hoeveel activiteiten ze ontplooide. Het voetbal heeft ook het nodige meegemaakt tijdens deze jaren. Omdat hier niet werd gevochten, dreigde het gevaar van verveling onder de soldaten. Gezien de politiek explosieve situatie met revolutiedreiging was de legerleiding bijzonder bevreesd voor de eventuele gevolgen. Het beste was om een bezigheid te verzinnen en de keuze werd gemaakt voor voetbal, omdat dat makkelijk was te organiseren.

Voor de eerste keer kwamen jongens en mannen uit de lagere sociale kringen en van het platteland in aanraking met deze sport, waar het nog niet was doorgedrongen. Dat beviel zo goed dat ze na afloop van hun soldatenjaren eigen clubs oprichtten, waar niet meer exclusief de hoogste sociale kringen zich in bewogen. En dat werd duidelijk met het nationale kampioenschap dat Go Ahead in 1917 behaalde. Voor de eerste keer in Nederland won een volksclub deze titel. Opeens was voetbal dus een volkssport. Voetbal door oorlog.