Details en destillaten

`Absint heeft raakvlakken met het levensverhaal van mijn overgrootvader, die dankzij die likeur fortuin heeft gemaakt', zei Christophe Bataille twee jaar geleden tijdens zijn bezoek aan Amsterdam, `Absint was, aan het eind van de negentiende eeuw, de alcohol van de poète maudit, van de verdoemde dichter; hij stamt uit de tijd dat de Provence nog een mooie streek was.'

Bataille (29, geen familie van Georges) is de trots van uitgeverij Grasset. Hij werd er in eerste instantie in een commerciële functie aangenomen vanwege zijn vooropleiding aan de Ecole des Hautes Etudes Commerciales. In 1993 ontpopte hij zich als een veelbelovend jong auteur en sindsdien begeleidt hij schrijvers bij het vervolmaken van hun manuscripten. Zijn nieuwste roman, Vive l'enfer, werd voor enkele grote literaire prijzen genomineerd.

Bataille, afkomstig uit een rooms-katholiek, bourgeois gezin in Versailles, is `gefascineerd door dingen die verslijten', door voorwerpen die vergaan, door mensen die verdwijnen. Hij houdt ervan zijn romans te situeren in tijdperken die ten einde lopen. Zijn debuut, Annam (1993, Prix du Premier Roman), speelt in het achttiende-eeuwse Vietnam, waar Franse missionarissen de tanende macht van Lodewijk XVI aan den lijve ervaren. Het vochtige, in het moeras wegzinkende kasteel uit zijn derde, veelgeprezen boek, De meester van de tijd, is een metafoor voor de neergang van het tijdperk van Lodewijk XIV. Het boek viel op door Bataille's precieuze, maniëristische woordkeus en de onthechtheid van zijn personages.

Ongrijpbaar personage

Ook in het onlangs in het Nederlands vertaalde Absint, zijn tweede boek, neemt Bataille, enigszins melancholiek gestemd, afscheid van een definitief verdwenen wereld. Absint is grotendeels gesitueerd in de Provence, aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. De Zuid-Franse streek is nog ongerept en van toerisme of bosbranden heeft er nog niemand gehoord. In de heuvels woont José, een kluizenaar, wiens stenen huis alleen via een kronkelend geitenpad te bereiken is. José is, net zoals de hoofdpersoon uit De meester van de tijd, een ongrijpbaar personage. Op de eerste, ijzersterke, realistische bladzijden van het boek treffen we hem aan in de Jura, in het Château de Joux, waar hij in 1870 als Frans soldaat wordt belegerd door de Pruisische troepen. Als het beleg van het fort wordt opgeheven en Elzas en Lotharingen uiteindelijk aan Duitsland worden afgestaan, is hij een van de weinige overlevenden. Zijn medestrijders zijn gestorven. Niet van honger of dorst, maar door overmatig gebruik van gedroogde bloembladeren van de gentiaan, een verdovend middel dat in grote hoeveelheden in het kasteel blijkt opgeslagen en dat de basis vormt van absint. Vanaf dat moment is het leven van José verbonden met `de groene drank' – en net zo onvoorspelbaar, mysterieus en gevaarlijk. Bataille laat het gissen naar Josés verdere levensloop over aan een ik-persoon, die rond zijn negende jaar vaak in diens Provençaalse huis kwam. In de streek doen veel verhalen de ronde; José zou wijnboer zijn geweest in de Lot, hij zou na de Eerste Wereldoorlog, met achterlating van vrouw en kind, naar Argentinië zijn vertrokken, waar hij schatrijk zou zijn geworden met de bereiding van en de handel in absint. Hij zou in Argentinië een nieuw gezin hebben gesticht, dat hij wederom verliet, om op latere leeftijd naar de Provence terug te keren. In Zuid-Frankrijk stookt José illegaal absint en niemand begrijpt hoe zijn klanten, die van heinde en verre komen, van zijn bestaan op de hoogte zijn geraakt. De ik-persoon snuffelt graag rond in Josés `laboratorium' en is vol bewondering voor de glazen karaffen met felgekleurde, borrelende vloeistoffen. Ook zijn ouders brengen vaak een bezoek aan de magiër, die beschikt over een onuitputtelijk arsenaal aan sprookjes en verhalen over verre landen. Het is merkwaardig hoe in dit nogal sec geschreven boek sprookjesachtige verhalen en mooie, schimmige, in katzwijm vallende vrouwenfiguren gedijen in wat je evengoed een beknopte geschiedenis van de absint in Frankrijk zou kunnen noemen. Josés distilleerderij wordt door inspecteurs bezocht en aan het einde van het boek beschrijft Bataille gedetailleerd het verbod dat in 1915 werd uitgevaardigd tegen illegale stokerijen en de wetgeving die erop volgde. Met weemoed en een romantische blik beschrijft Bataille wat in wezen een spijkerharde tijd geweest moet zijn. Desondanks laat dit boek vooral een indruk van feeërieke raadselachtigheid achter.

In Bataille's meest recente boek, Vive l'enfer, treffen we dezelfde, zo goed als onverenigbare uitersten aan. Enerzijds de harde realiteit van een handelaar in oud schroot – Bataille's fascinatie voor het `einde der dingen' moet in dit boek wel heel letterlijk worden genomen – anderzijds de zachtheid van zijde, van het vrouwenlichaam en de illusie van het toneel. In dit boek is de balans die Absint zo intrigerend maakt, volledig verstoord. De schroothandelaar die wekelijks met zijn vrachtwagen vol oud metaal naar het Oosten rijdt, er door smokkel zijn zakken vult met dollars, terwijl zijn vrouw en zoon thuis de volgende lading schroot sorteren, lijkt ontsproten aan een geëxalteerde geest. Bataille verliest zich in een hysterisch-mystieke taal, vol verwijzingen naar bijbelse figuren en klassieke tragedies. Te pas en te onpas worden Euripides, Racine, Voltaire, Corneille of Shakespeare geciteerd, terwijl het drama, de fataliteit en de bijbehorende passie ver te zoeken zijn.

Techno-proza

Bataille's klassieke techno-proza, vol uit- en aanroepen is wellicht poëtisch bedoeld, maar komt artificieel en onecht over. De schroothandelaar verliest zich in zijn liefde voor een Baltische prostituee, zijn vrouw zoekt een minnaar en zijn zoon, Jocelyn, neemt zijn toevlucht tot het theater. 's Avonds vormen pruiken, fluwelen stoffen en heimelijke liefkozingen het tegenwicht voor de kilo's getelde en gewogen bouten, moeren en autokarkassen, die overdag door zijn handen zijn gegaan.

Jocelyn lijkt opvallend veel op een van de personages uit Un habit de lumière, de vorig jaar verschenen roman van de in Québec geboren schrijfster Anne Hébert. Beide jongemannen delen een grote liefde voor hun moeder, angst voor hun door de week afwezige vader en nemen hun toevlucht tot de mysterieuze, genotvolle glamour van het theater, waar ze de liefde ontdekken – met uiteindelijk een vergelijkbare afloop. Bij Hébert voltrekt het noodlot zich, onontkoombaar en in sober taalgebruik, terwijl Bataille zich, al vertellend, verliest in hysterie en exaltatie. Naar aanleiding van De meester van de tijd, een sprookje over de vanitas, zei Bataille in Amsterdam: `tout est vain, alles is ijdel en als je dat eenmaal begrijpt kun je in wijsheid leven'. Het is een wijsheid die voor zijn personages uit Vive l'enfer in ieder geval te hoog gegrepen lijkt.

Christophe Bataille: Absint. Uit het Frans vertaald door Liesbeth van Nes, Vassallucci, 76 blz. ƒ29,90 (geb.)

Christophe Bataille: Vive l'enfer. Grasse, 304 blz. ƒ53,55

Buitenlandse literatuur