De hoge heren en het grote feest van Mbengue

Als hoogwaardigheidsbekleders het woord nemen, verstomt het feest in Mbengue (Ivoorkust). Voor geslaagde heren in de politiek wordt een bijna goddelijk respect in acht genomen in Afrika.

Waarom bij dageraad opstaan als het maar drie uur rijden is? Ik vertel mijn Ivoriaanse begeleider me om negen uur op te pikken. Het feest in Mbengue begint immers pas om één uur in de middag.

Maar we hadden eerder moeten vertrekken. We rijden op het arme platteland in het noorden van Ivoorkust. Op de onverharde weg passeren herhaaldelijk de laatste modellen Mercedessen. De hoge heren op weg naar het feest in Mbengue vliegen ons voorbij en laten ons in dikke stofwolken achter. We kuchen, wrijven de zandlagen van de ogen en schudden het rode stof uit het haar.

De katoenboertjes op hun velden langs de weg leggen hun werktuigen neer. In het stof valt niet te werken. Katoen is het enige exportgewas op de droge savanne in het noorden. Is de katoenteelt hun springplank naar ontwikkeling? Als een boerenfamilie hard werkt, kan ze jaarlijks vijf hectare bebouwen. De opbrengst? Tweehonderd gulden per hectare. Vermoedelijk kijken over vijftig jaar de katoenboertjes nog steeds de dure automobielen na.

Met piekende haren en een masker van stof op rijden we Mbengue binnen. Het is er feest, groot feest. Duizenden mooi uitgedoste Ivorianen slenteren door de paar zanderige straten. De enige inwoner van Mbengue met een camera doet goede zaken. Van ver over de savanne zijn muziekgroepen toegestroomd. Het stadje trilt op de percussie. De lieflijke muziek van kora en xylofoon omlijst het getrommel en vervormde geluid van de talking drum. De handen van een drummer slaan zo snel dat ze niet meer lijken te bewegen. De vrouwengroep van Mbengue swingt gracieus in speciaal bedrukte doeken, door hun lichamen gaat de kronkelende beweging van een slang. Het zweet sijpelt langs hun gevlochten haren.

Mbengue is te klein voor de talrijke bands. Iedere groep zoekt haar uithoek. Ongestoord door het ritme van de ander spelen de percussionisten door. Wild-uitziende jongens in smerige kleren en met slaapmutsen op het hoofd rennen en springen door de straten. Zij behoren tot een mystieke sekte. Een duivel in juten zak en met een masker van een langharige vogel schudt en schokt. De omstanders raken in de ban, ze zweten en gillen. Iedereen wordt één. Iemand van de sekte schiet met buskruit een antiek geweer af. Een knal die niemand hoort. Dit is een ruimhartige ontlading van emoties in het verder zo ingehouden Ivoorkust. Als Afrika's muziek de maatstaf is, dan is het continent het gelukkigste van de wereld.

En dan plotsklaps is het voorbij. De percussie verstomt, de emotie verdampt. De politiek neemt het over. Het parlementslid staat in de achterbak van de pick-up. Zijn lange witte gewaad wappert in de wind. Met wijdgespreide armen neemt hij het gejuich in ontvangst. Dit is de meest prominente zoon van Mbengue. Hij heeft het gemaakt, eerst als lid van het parlement en toen als martelaar achter de tralies, waar hij terechtkwam omdat hij tot de oppositie behoorde. Zijn roem nam pas goed een aanvang toen hij tijdens de militaire coup van afgelopen kerstmis uit de gevangenis werd bevrijd en minister werd. Dat maakte hem tot de held van Mbengue, een feestje waard.

Maar voor het volk is het feest voorbij. Op het kaalgetrapte voetbalveld is de menigte verzameld. De hoogwaardigheidsbekleders nemen plaats onder een open tent. De royaal geklede dames en heren krijgen ieder een plastic beker met koel mineraalwater. De minister moet op een bankstel. Iemand wijst me een plastic stoel in het laatste stukje schaduw. Een inwoner van Mbengue probeert zich bij mij aan te sluiten. Hij ontvangt een harde politieknuppel op de rug en schiet weg. De gewone man behoort te staan, in de brandende zon.

De redevoeringen beginnen. Zeer uitgebreid wordt de minister gelukgewenst, gefeliciteerd, lof toegezwaaid, geroemd en geprezen. Urenlang. ,,We zijn trots op U. Vergeet ons niet'', jubelt een dorpshoofd. Iedere spreker wordt naar het kleine podium begeleid door twee jonge dames in korte rokken, twee vruchten van de stad. Een ander al even aantrekkelijk jong meisje houdt de microfoon vast en weer een ander de parasol. De luidsprekers zijn van de menigte afgericht naar de hoogwaardigheidsbekleders. De plattelandbewoners hoeven niets te horen en zij vergapen zich dus aan de jonge damesbenen.

De politieke klasse van Afrika vertegenwoordigt de massa niet. In Ivoorkust had nog geen drie maanden geleden een populistische staatsgreep plaats. Nu al vertoont de oppositie van toen de arrogantie van de macht. Kiezers verzetten zich daar niet tegen. Een arm en kritisch boertje antwoordde eens op de vraag waarom hij niet op de oppositie stemde: ,,Dat doe ik pas als ze aan de macht zijn.'' Je stemt op iemand omdat je hoopt er zo op vooruit te gaan. De inwoners van Mbengue verwachten binnenkort een school, een verharde weg en een ziekenhuis van hun minister in het verre Abidjan. Zo werkt de Afrikaanse politiek.

De invoering van het meerpartijenstelsel begin jaren negentig heeft weinig aan de autoritaire politieke cultuur van Afrika kunnen veranderen. `De tweede bevrijding' heette het toen en er werd inderdaad een aantal stoffige regimes weggestemd. Maar bij de tweede ronde van verkiezingen vijf jaar later, behielden alle zittende regimes hun macht. Op twee na: in Madagaskar en Benin haalden de kiezers de vijf jaar eerder verdreven presidenten terug. De recente nederlaag van Robert Mugabe bij het referendum in Zimbabwe was mede daarom zo'n aardverschuivende gebeurtenis. Hij is arrogant en corrupt, maar altijd kon de president rekenen op het reservoir van volgzame kiezers op het platteland. Wat een verrassing toen de Zimbabwanen hem opeens lieten vallen!

De goede sfeer van deze mooie dag in Mbengue is vervlogen. Dit soort exercities in zelflof komt al te veel voor in Afrika. Maar toont opstappen geen gebrek aan respect voor de meest prominente zoon van Mbengue? Mijn begeleider gebaart me te gaan zitten. Zolang de Afrikanen hun arrogante leiders tolereren, zal er weinig ten goede veranderen. De behoefte aan een dynamische democratie is nog even groot als tien jaar geleden.

Afrika lijdt onder het Grote Man syndroom. Voor geslaagde heren in de politiek wordt een bijna goddelijk respect in acht genomen. Zelfs als het een gehate politicus is. Veel Afrikaanse journalisten kennen tot in detail de corruptie en de misdadigheid van hun bestuurders. Maar als zij hoogwaardigheidsbekleders interviewen, kruipen deze ervaren journalisten voor hen, praten zij hen naar de mond en tonen zij respect. Of is het angst? Angst voor bovennatuurlijke krachten? Vele goed opgeleide Congolezen weten met zekerheid dat de gehate Mobutu vanuit de dood zal terugkeren om wraak te nemen.

De politicus identificeert zich niet met de kiezer. Hij toont hoe hij meer geslaagd is dan de gewone man en daarom de moeite waard is om op te stemmen. Hij werpt zich op als het traditionele Afrikaanse stamhoofd, dat vaak tegelijk democraat en dictator was. De moderne versie van het Afrikaanse stamhoofd is echter arrogant en autoritair. De Afrikaanse politicus breekt de afstand niet af maar vergroot hem. Hij spreekt niet mèt zijn kiezers maar tégen hen. Waar in Europa een politicus op verkiezingscampagne van huis naar huis gaat, of handen schudt op markten, daar zoeft een Afrikaanse politicus met zijn file Mercedessen over stoffige wegen en door verarmde dorpjes en laat de bewoners geïntimideerd achter.

De drummers in Mbengue dutten onder grote mangobomen. Die zijn ouder dan de politieke elite en geven bescherming. Als de politici hun publieke zelfbevrediging hebben beëindigd, in hun salonvoertuigen zijn gestapt en het dorp verlaten, zal het feest opnieuw beginnen.