China boogt op succes in strijd tegen corruptie

De hoogste leiding van China's juridische apparaat heeft vandaag verslag gedaan van de vorderingen bij de bestrijding van de criminaliteit. Het parlement, dat ieder jaar een keer voltallig bijeenkomt, werd overspoeld met getallen over aanklachten en veroordelingen. Maar meer dan de cijfers was de vermelding van het lot van Hu Changqing, de voormalige vice-gouverneur van de provincie Jiangxi, aanleiding voor bijval. Hu werd twee dagen geleden geëxecuteerd voor het aannemen van steekpenningen. Hij is door de Chinese regering uitgekozen als de anti-held van China's strijd tegen de corruptie.

Zowel procureur-generaal Han Zhubin, als Xiao Yang, de president van de Hoge Raad, verwezen vandaag in hun voordracht naar de terechtstelling van Hu om te bewijzen dat de Chinese regering ernst maakt met de bestrijding van corruptie en geen uitzonderingen duldt als het hooggeplaatste ambtenaren aangaat. Velen onder de bijna 3.000 gedelegeerden hebben in de afgelopen jaren om dergelijk bewijs gevraagd, omdat de regering wel toegeeft dat het probleem knaagt aan alle lagen van de bureaucratie, maar niet optreedt tegen de corruptie in eigen huis.

Waar de terechtstelling van een kopstuk uit het establishment de gedeputeerden wellicht kan overtuigen, is het lot van Hu voor buitenstaanders eerder een bewijs voor de onverschilligheid van het Chinese recht. De Chinese media hebben de afgelopen dagen de snelle veroordeling van de man die is beschuldigd van het aannemen van 1,8 miljoen gulden aan steekpenningen in alle toonaarden bejubeld. Het provinciale hof van Jiangxi dat Hu op 15 februari tot de doodstraf veroordeelde, had vastgesteld dat de voormalige vice-gouverneur in zijn ambtsperiode van 1995 tot augustus 1999 ,,op 87 onafhankelijke momenten'' geld had aangenomen in ruil voor het verlenen van diensten of het afgeven van vergunningen. ,,Een misdadiger die een dergelijk serieuze overtreding heeft begaan, moet dood'', schrijft het Chinese persbureau Nieuw China. ,,Opdat het recht wordt gehandhaafd, de woede onder het volk wordt getemperd, en de werkwijze van de partij wordt hersteld. Een minder zware straf is onvoldoende.''

Hu ging tegen zijn veroordeling in beroep, maar dat werd op 1 maart afgewezen. De Hoge Raad die de zaak daarop onderwierp aan een herbeschouwing, had slechts zeven dagen nodig om vast te stellen dat de 87 ,,onafhankelijke momenten'' voldoende waren bewezen en keurde het vonnis goed. Maar veelzeggender is dat de toespraak van procureur-generaal Han, zoals vandaag door hem voorgedragen, hoogstwaarschijnlijk nog voordat de Hoge Raad uitspraak deed werd gedrukt. De leden van het Nationaal Volkscongres krijgen de voordrachten namelijk doorgaans enkele dagen vooraf al in handen. Het lot van Hu stond blijkbaar al vast.

Dat de Hoge Raad zo veel haast heeft gemaakt met de zaak van Hu is verklaarbaar. Want het verder zo onmondige parlement heeft de afgelopen jaren alleen op het punt van de corruptiebestrijding zijn stem laten horen. Zo sprak vier jaar geleden bijna een derde van de gedelegeerden zich uit tegen het rapport van de toenmalige procureur-generaal. Twee jaar later verzette zich zelfs 35 procent tegen de aanstelling van Han Zhubin als procureur-generaal, een technocraat die zijn strepen vooral had verdiend als topambtenaar bij de Chinese spoorwegen. Weinigen achtten Han toen in staat het groeiende probleem van corruptie een halt toe te roepen.

Maar zowel Han als de president van de Hoge Raad Xiao Yang heeft in een lange opsomming van statistieken vandaag getracht de sceptici onder de leden van het parlement voor zich te krijgen. Han vertelde zijn gehoor dat de rechtbanken het afgelopen jaar bijna 40.000 corruptiezaken hebben onderzocht waarbij 2.200 hoge ambtenaren zijn veroordeeld. In het onderzoek zou een miljard gulden boven water zijn gehaald.