Bosnië én Kosovo is te veel voor krijgsmacht

Minister De Grave (Defensie) bracht een bezoek aan de Nederlandse troepen in Kosovo.

,,Dus uw huis is tijdens de oorlog afgebrand?'' vraagt Frank de Grave, minister van Defensie, aan Skender Gajraku, voordat hij hem de sleutel overhandigt van de eerste prefab noodwoning die de Nederlandse genisten in het Kosovaarse dorpje Gajrak hebben gebouwd. Gajraku lacht verlegen en wijst. De Grave: ,,O, dát was uw oude huis?''

De omgang met de eigen manschappen verloopt meer ontspannen. Tijdens zijn eerste bezoek aan Kosovo in september van het vorige jaar had de Grave het nog zichtbaar moeilijk met woedende militairen, nadat er asbest was aangetroffen op het legeringsterrein van het geniehulpbataljon in Prizren. Nu babbelt hij in de bar met een vrouwelijke sergeant, die hem met grote ogen aankijkt. ,,Hij begint het te leren'', zegt een meegereisde generaal-majoor. Het was een afscheidsbezoek, dat De Grave de afgelopen twee dagen bracht aan de Nederlandse militairen in Prizren en Suva Reka. Nederland gaat weg uit Kosovo. Als alles volgens plan verloopt, zullen de laatste van de 1.650 Nederlandse militairen het gebied op 1 augustus hebben verlaten. Tegelijkertijd zal het aantal Nederlandse militairen in Bosnië worden uitgebreid van ongeveer 800 naar 1.700 man. Nederland geeft hiermee gehoor aan een verzoek van de Britten, die een schreeuwend tekort aan manschappen hebben in Bosnië, zegt De Grave. Bovendien levert de concentratie op Bosnië Nederland voor het eerst een écht commando op: vanaf medio 2001 neemt een Nederlandse generaal het bevel op zich van de Multinational Brigade South-West van SFOR.

Maar er is ook een andere reden. De Nederlandse krijgsmacht, geplaagd door personeelsgebrek, kan de huidige inspanning op de Balkan (thans meer dan 2.000 militairen in Bosnië en Kosovo) op termijn niet blijven volhouden. ,,Er lopen hier 120 mensen die nog geen jaar geleden in Albanië en Macedonië zaten'', vertelt overste A. Ooms, commandant van het geniehulpbataljon, na de briefing in Prizren. ,,De uitzendingen trekken een behoorlijke zware wissel op het personeel'', geeft de Grave toe. Daarna, zich enigzins opwindend: ,,Natuurlijk vind iedereen het sexy om troepen in Kosovo te hebben. Maar in Bosnië is ook een groot probleem. En de Nederlandse krijgsmacht kan nu eenmaal niet twee grote vredesmissies tegelijk uitvoeren.'' De Nederlandse eenheden in Kosovo hebben ,,verdraaid goed'' werk afgeleverd, constateert de minister tijdens het bezoek. Maar er er blijft nog werk genoeg over in het vak van de Multinational Brigade South, het Zuid-Kosovaarse gebied waar de Nederlandse eenheden zijn gelegerd. Carl Fraser, het Candadese hoofd van de internationale hulporganisatie Dorcas in Kosovo, is ,,very sad'' dat het Nederlandse geniehulpbataljon vertrekt. ,,Het afgelopen jaar hebben we hier in de buurt 350 huizen hersteld'', rekent hij voor. ,,Het komende jaar kunnen met hetzelfde budget niet meer dan 283 huizen realiseren. Zonder de gratis hulp van de Nederlandse genisten is de kostprijs per huis hoger. En de prijzen van dakpannen zijn aan het stijgen.''

Ook de veiligheidssituatie, vooral in de Noord-Kosovaarse stad Mitrovica, baart zorgen. De afgelopen weken hebben Nederlandse militairen van de 41ste afdeling veldartillerie, die de in Nederland beroemd geworden Gele Rijders in december hebben afgelost, nog assistentie moeten verlenen. Een opdracht om een van de bruggen tussen het Servische en het Albanese deel van de stad te bezetten, kon gelukkig na `veel praten' worden afgewend. De Nederlandse krijgsmacht nieuwe stijl is flexibel en multi-inzetbaar, vindt De Grave. De artilleristen van de 41ste afdeling worden in Orahovac ingezet als infanterie, maar crowd control op de scheidslijn van woedende Serviërs en Albanezen, dat gaat te ver. ,,Daar zijn onze mensen niet voor opgeleid'', zegt De Grave.

In Orahovac zelf is gelukkig alles rustig, vertelt overste Jan Maenen, commandant van de 41ste afdeling. Hij wil niet spreken van ,,terugtrekking'', maar van een ,,aflossing''. ,,KFOR blijft.'' De komende maanden zal hij de bevolking stap voor stap laten wennen aan de Duitsers, die het commando in Orahovac zullen overnemen – met minder troepen, dat wel. Een eventuele intocht van de Russen, vorig jaar nog een moeilijk probleem, is niet aan de orde. De Russische regering heeft haar punt gemaakt, constateert De Grave. De Russische troepen zelf zijn niet al te happig op een confrontatie met de vijandige bevolking van Orahovac. Generaal W. Jeurissen, commandant van het Nederlandse contingent in Kosovo, glimlacht tevreden. ,,Ik denk niet dat wij nog met de Russische kwestie te maken krijgen.''