Witte steenkool is uit de gratie

De damindustrie beleeft zware tijden. Een onafhankelijke commissie ontwikkelt normen waaraan de stuwdam moet voldoen.

DE GRAND COULEE-dam zou vandaag de dag nooit gebouwd mogen worden. Dit concludeert de World Commission on Dams (WCD) in een recent rapport over de grootste hydrocentrale van de Verenigde Staten. De stuwdam – die door de Amerikaanse folkzanger Woodie Guthrie op verzoek van de betrokken elektriciteitsmaatschappij bejubeld is als `het machtigste ding dat de mens ooit heeft gebouwd' – houdt het water van de Columbia-rivier niet alleen tegen voor de opwekking van elektriciteit, maar ook voor de bevloeiing van 200.000 hectare landbouwgrond.

De WCD, die ook tijdens het World Water Forum in Den Haag acte de présence zal geven, wijst erop dat bij de in 1941 gereedgekomen Grand Coulee-dam nooit is onderzocht wat de gevolgen van de dam waren voor de zalm en andere vissoorten. Bovendien kreeg de lokale bevolking geen compensatie voor het wegvallen van de visvangst en was er geen enkele vorm van inspraak.

De WCD is twee jaar geleden opgericht om als onafhankelijke instelling de voor- en nadelen van stuwdammen te inventariseren. ,,Vanaf het begin was ik ervan overtuigd dat we niet een eenvoudige `damcommissie' zouden zijn', aldus professor Kader Asmal, voorzitter van de WCD. Asmal: ,,We zijn eerder een commissie over dammen en ontwikkeling. De uitdaging ligt in het onderzoeken hoe infrastructurele werken zoals een dam het beste de behoeften en waarden van verschillende bevolkingsgroeperingen kunnen dienen.'

Wereldwijd zijn er meer dan 800.000 stuwdammen, waarvan 45.000 als `groot' (minimaal 15 meter hoog) te boek staan. Er zijn bovendien nog eens 1.600 grote dammen in aanbouw. De laatste vijftien jaar is de damindustrie flink in het slop geraakt als gevolg van de toenemende kritiek op de dramatische economische, sociale en ecologische gevolgen van dammen; vooral grootschalige damprojecten moeten het hierbij ontgelden.

Het nog niet voltooide Narmada-project in India, de Drie Kloven-dam in China en de Bakun-dam in Maleisië bijvoorbeeld komen de laatste jaren regelmatig in het nieuws. Niet alleen wegens de massale verhuizingen die dit soort megaprojecten met zich meebrengt, maar ook wegens de torenhoge bouwkosten en de op voorhand voorspelde tegenvallende prestaties.

Ook bij de pleitbezorgers van duurzame energiebronnen dringt langzaam het besef door dat de `witte steenkool' niet altijd zo positief uitvalt als aanvankelijk gedacht. Daar waar duurzame energiescenario's vroeger alle waterkrachtcentrales omvatten, worden tegenwoordig alleen de kleinere centrales meegeteld. En de International Energy Agency voorspelt dat het productievermogen van waterkrachtcentrales de komende twintig jaar met slechts 2 procent per jaar zal groeien, in tegenstelling tot andere duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie en biomassa. Hierbij zal de jaarlijkse groei naar verwachting gemiddeld 6,5 procent bedragen.

,,Sommige politieke leiders zijn geneigd om hydro uit het rijtje van duurzame opties te schrappen, ten gunste van opkomende nieuwe technologieën – duurzame energiebronnen die nog niet volledig commercieel levensvatbaar zijn', klaagt de National Hydropower Association (NHA) op haar website. ,,Door de definitie van `duurzaam' ten onrechte te beperken tot opkomende technologieën, sturen deze politici het verkeerde signaal naar de recent in ontwikkeling gekomen groenestroommarkten en ondermijnen ze de concurrerende mogelijkheden van waterkracht.'

Ook wijst de Amerikaanse belangenorganisatie erop dat waterkracht bedreigde diersoorten juist kan beschermen, de visserij kan verbeteren en tientallen miljoenen Amerikanen watersportfaciliteiten kan bieden. ,,De beste manier om negatieve gevolgen van waterkracht aan te pakken is door te investeren in nieuwe technologieën, de milieuproblematiek aan te pakken en meningsverschillen uit de weg te ruimen. Retorische argumenten scheppen alleen maar verwarring.'

Daarmee maakt de NHA zich wel erg makkelijk van het onderwerp af. Recente studies wijzen erop dat bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen uit het stilstaande water in het stuwmeer, gerelateerd aan de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit, soms niet onderdoet voor die van kolencentrales. En dat de visstand erop vooruitgaat door de komst van een stuwmeer is soms waar, maar vaak gaat het slechts om een tijdelijke opleving.

Een belangrijke vraag is of de dammenindustrie zich niet te veel concentreert op de bouw van nieuwe waterkrachtcentrales, en te weinig op het efficiënter benutten van bestaande dammen. Bijvoorbeeld door stuwmeren, die voor irrigatiedoeleinden zijn aangelegd, uit te rusten met generatoren of door bestaande waterkrachtinstallaties uit te breiden met extra generatoren.

Een andere optie: het herstellen van niet meer in gebruik zijnde waterkrachtcentrales. In Centraal-Azië zijn na de Tweede Wereldoorlog veel kleine waterkrachtcentrales gebouwd. Toen er grootschalige, fossiel gestookte elektriciteitscentrales kwamen, raakten veel van deze decentraal gelegen waterkrachtcentrales buiten dienst.

Cornelius Suchy, een specialist verbonden aan het International Centre for Energy and Environmental Technologies in Brussel: ,,Een door de EU gefinancierde inventarisatie van oude waterkrachtcentrales in Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan heeft aangetoond dat er tamelijk veel centrales zijn waar de meeste waterbouwkundige voorzieningen, zoals het afleidingskanaal, het boventoeleidingskanaal, de druktunnel, de sluisdeuren, het traliewerk en het afvoerkanaal nog intact zijn. Omdat de civieltechnische onderdelen verantwoordelijk zijn voor het merendeel van de kosten van een waterkrachtstation, zal het herstellen van deze centrales aanzienlijk goedkoper zijn dan het bouwen van nieuwe.'

Een groot deel van de problematiek rond waterkracht is toe te schrijven aan de aanwezigheid van een stuwmeer. De aanleg daarvan dwingt de plaatselijke bevolking tot verhuizing, er gaan landbouwgronden verloren, ecosystemen raken verstoord en het gewicht van de watermassa kan zelfs tot aardbevingen leiden.

Zogenoemde rivierwaterkrachtcentrales, zoals de 10 megawattcentrale bij Maurik in de Nederrijn, werken zonder aanwezigheid van een reservoir. De Britse consultant Peter Fraenkel voert al jarenlang een hartstochtelijk pleidooi voor deze kleinschalige vorm van waterkracht. ,,Er is een enorm potentieel voor kleinschalige waterkracht in de meeste delen van de wereld', denkt Fraenkel. ,,Dit kan een significante bijdrage leveren aan de toekomstige energiebehoefte. Kleinschalige waterkracht is grotendeels gebaseerd op bewezen technieken, hoewel er nog veel ruimte is voor verdere ontwikkeling en optimalisatie van deze techniek.'

Kunnen kleinschalige technieken de bouw van nieuwe grootschalige damprojecten in de toekomst voorkomen? Het zal voorlopig een belangrijk punt van discussie blijven.