Waar waren de ballenjongens?

Lazio Roma beklaagde zich over het ontbreken van ballenjongens aan de lijn. Feyenoord lachte na de 0-0 om dergelijke futiliteiten.

Toen de doelpuntloze wedstrijd al minutenlang tot het verleden behoorde schoot Véron de bal met een wilde trap weg. De Argentijnse sterspeler van Lazio Roma, die als een van de laatste op het veld was achtergebleven, reageerde zijn ergernis af op het speeltuig. Omdat het protocol voorschrijft dat de scheidsrechter met de bal het veld moet verlaten, gaf arbiter Benkö uit Oostenrijk een van zijn grensrechters de opdracht de bal langs de lijn op te rapen en bij hem in te leveren.

De bal, of eigenlijk de ballen en de ballenjongens, zorgden tijdens én na Feyenoord-Lazio voor enige commotie. Zoals gewoonlijk had Feyenoord geen ballenjongens direct langs het veld staan. De afstand tussen de lijnen en de reclameborden is zo klein dat elke speler met een paar extra stappen de bal zelf kan oprapen en opnieuw in het spel brengen. In de `gracht' om het veld stonden zoals altijd wel ballenjongens.

De Lazio-spelers, met Véron voorop, meenden dat ze ook in het veld de bal min of meer in de handen gedrukt moesten krijgen. Protesten van Véron bij de arbitrage kwamen hem op een gele kaart te staan. Een dure sanctie, want het heeft tot gevolg dat de briljante middenvelder de volgende wedstrijd tegen Olympique Marseille wegens een schorsing zal moeten missen.

Lazio-trainer Eriksson deed achteraf zijn beklag over het ontbreken van ballenjongens en voldoende ballen. Hij had al tijdens de wedstrijd steun gekregen van arbiter Benkö, die in de eerste helft drie minuten langer liet doorspelen omdat ook hij vond dat Feyenoord zich niet aan de regels van de UEFA hield. Die schrijven voor dat er tien ballen en tien ballenjongens langs het veld aanwezig moeten zijn. Beenhakker deed het protest van Lazio af met de van hem bekende humor. ,,Er stond een zak met ballen langs de kant, dat wil jij niet weten. Maar de ballen bleven in de zak. En zo hoort het ook.''

Ogenschijnlijk futiliteiten na een wedstrijd waarin Feyenoord opnieuw aantoonde dat werklust, homogeniteit en wat tactisch vernuft zelfs tegen een van de beste teams van Europa tot resultaten kan leiden. Al bleef het succes dit keer beperkt tot een gelijkspel. ,,Maar als je mij vantevoren had gezegd dat we vier punten zouden pakken tegen Lazio Roma had ik je heel raar aangekeken'', zei Beenhakker. ,,We hebben afgerekend met die Italianen en daarmee kun je thuis komen.''

Beenhakker had weer gekozen voor een versterkt middenveld met in het centrum Paauwe en Van Gastel. De laatste werd een groot deel van de wedstrijd gedwongen vlak voor zijn verdediging te spelen. Na het nodige blessureleed dit seizoen zag Beenhakker gisteravond dat de voormalige aanvoerder sterker wordt. ,,Dat zie je aan de ballen die hij steeds vaker verovert. Ik heb hem in de rust gezegd dat hij meer de vleugels moest aanspelen. Maar hij had een goede reden om dat niet te doen. Er stond te veel wind voor verre passes.''

De beste Feyenoorder was Ulrich van Gobbel. De robuuste back stoomde voortdurend met volle energie onuitputtelijk heen en weer over de rechtervleugel. De verdediger oogde onvermoeibaar, maar haalde het eindsignaal op zijn tandvlees. Sinds enkele maanden weet Van Gobbel dat zijn linkerheup onderhevig is aan chronische slijtage. Daardoor traint hij gedoseerd en brengt hij dagelijks enkele uren door in het krachthonk. De pijn, die doortrekt naar zijn rug, voelt Van Gobbel vooral als hij na een actie stilstaat. Hij kan zijn linkerbeen niet overstrekken. ,,Ik denk er maar niet meer aan'', zuchtte Van Gobbel gisteravond. Hij prefereerde de mooie herinneringen aan zijn wedstrijd.