Tot stof en zand wederkeren

Tientallen beschavingen zijn ten onder gegaan door gebrek aan water. Zonder maatregelen dreigt de geschiedenis zich te herhalen.

RUIM 5000 JAAR voor het begin van onze jaartelling ontstond in het stroomgebied van Eufraat en Tigris, het huidige Zuid-Irak, een van de eerste hoogontwikkelde beschavingen, die van de Soemeriërs. Zij ontwikkelden een vorm van geïrrigeerde landbouw die voldoende overschot opleverde om een hele bovenbouw van bureaucraten, priesters en wetenschappers te onderhouden. Van die eens rijke beschaving is ter plekke niets meer te vinden; een paar dorpjes en verder vooral veel zand en zout.

De teloorgang van de Soemerische beschaving staat niet op zichzelf. Vele tientallen beschavingen, gebouwd op irrigatie, zijn in de loop der eeuwen tot zand en stof vergaan. Wat die beschavingen gemeen hebben, is volgens de Amerikaanse waterdeskundige Sandra Postel in haar jongste boek Pillars of Sand dat ze niet alleen tot grote bloei kwamen dankzij irrigatie, maar dat diezelfde irrigatie ook hun ondergang inluidde door verzilting van bodem en groeiende tekorten aan water. Met alle gevolgen van dien voor de voedselproductie. Zo zie je bij de Soemeriërs bijvoorbeeld een geleidelijke verschuiving van tarwe naar gerst in de loop der jaren. Gerst is minder gevoelig voor zout dan tarwe.

De verschillen tussen de Soemerische beschaving en de onze zijn groot. Maar waar het gaat om de voedselvoorziening zijn er zorgwekkende overeenkomsten. Zo is de voedselvoorziening van de inmiddels zes miljard mensen tellende wereldbevolking voor 40 procent afhankelijk van geïrrigeerde landbouw. Dat hoeft niet zorgwekkend te zijn, ware het niet dat in veel gebieden dezelfde fouten worden gemaakt als eertijds door de Soemeriërs. In Pakistan bijvoorbeeld, dat 80 procent van zijn voedsel verkrijgt uit geïrrigeerde landbouw, wordt de teelt van graan en suikerriet bedreigd door verzilting.

Hetzelfde geldt voor India, waar op zeven miljoen hectare landbouwgrond de opbrengsten teruglopen door verzilting. In Californië wordt 35 procent van de geïrrigeerde landbouwgronden door zout bedreigd. In vrijwel alle gevallen zijn de oorzaken overmatig watergebruik en het gebrek aan aandacht voor drainage, het afvoeren van het gebruikte water.

De kwetsbaarheid van de wereldvoedselvoorziening wordt vergroot door de groeiende tekorten aan water, vooral in een aantal `graanschuren' van de wereld. Mede om verzilting tegen te gaan, wordt grondwater opgepompt in hoeveelheden die de natuurlijke aanvulling door regenval ruimschoots te boven gaan. Ook het gebruik van water uit rivieren loopt tegen zijn grenzen aan. Zo halen grote rivieren als de Colorado, de Gele Rivier en de Nijl voor kortere of langere perioden per jaar de zee niet eens meer omdat er zoveel water wordt afgetapt.

Verzilting van landbouwgrond en tekort aan water bedreigen de voedselvoorziening in een periode waarin de voedselproductie juist fors moet stijgen. Een macaber sommetje. De komende halve eeuw groeit de wereldbevolking met drie miljard mensen. In de afgelopen halve eeuw is er ongeveer eenzelfde aantal mensen bij gekomen. In laatstgenoemde periode is het areaal geïrrigeerde landbouw verdrievoudigd tot meer dan 250 miljoen hectare. Een vergelijkbare groei van het watergebruik voor de productie van voedsel zit er de komende vijftig jaar niet in; veel landbouwgebieden teren in op de beschikbare watervoorraden.

De enige remedie lijkt vooralsnog om zuiniger met water om te springen. Technisch zijn die mogelijkheden aanwezig. In plaats van het gebruik van kanalen en sloten voor distributie van irrigatiewater zou je ook druppelirrigatie kunnen gebruiken. Slangetjes die het water, al dan niet aangevuld met voedingsstoffen, bij de plant brengen. Daardoor voorkom je niet alleen verlies door verdamping, maar bovendien kun je de watervoorziening veel gerichter afstemmen op de behoefte van de plant. Ook het hergebruik van water kan worden verbeterd. In Israel bijvoorbeeld wordt huishoudelijk afvalwater, na een lichte zuivering, gebruikt voor irrigatie. Als je de samenstelling ervan goed in de gaten houdt, scheelt dat ook in de kosten voor (kunst)mest.

Een tweede remedie is om beter gebruik te maken van wat Huub Savenije, als hoogleraar verbonden aan het Delftse waterinstituut IHE, `groen' water noemt. Dat is bodemvocht dat tijdelijk wordt opgeslagen in de bovenste meter van de bodem. Dit groene water zorgt voor het overgrote deel van de plantengroei, inclusief landbouwgewassen. In semi-droge gebieden loopt de beschikbaarheid van groen water in de bodem niet in de pas met de groei van het gewas. Om misoogsten te voorkomen, wordt gedurende het hele groeiseizoen een plens oppervlakte- en/of grondwater toegediend aan het gewas. Voor een groot deel van het groeiseizoen is dat eigenlijk helemaal niet nodig. Savenije bepleit de aanleg van kleinschalige systemen, waarbij het oppervlakte- en grondwater alleen wordt gebruikt om heel gericht tijdelijke tekorten aan groen water op te vangen.

Een derde remedie tegen het dreigende tekort aan water is de inzet van moderne biotechnologie. Meer in het bijzonder: het ontwikkelen van gewassen die beter bestand zijn tegen droogte en zout. In Wageningen wordt onder meer onderzoek gedaan naar een tomatenplant die tolerant is voor zout en daarmee geschikt voor verzilte landbouwgronden. Ook zoekt men naar mogelijkheden om door genetische modificatie de waterbehoefte van landbouwgewassen te verminderen. Veel van het water dat een plant opneemt, wordt vrij snel als waterdamp weer uitgescheiden via het blad. Als je die `transpiratie' weet te verminderen, kunnen planten ook in droge gebieden en tijdens droge perioden groeien.

Van de vele technische mogelijkheden om de hoeveelheid `crop per drop' te verhogen, wordt in de praktijk nauwelijks gebruikgemaakt. Deels komt dat voort uit onbekendheid of het vasthouden aan traditionele vormen van landbouw. Een andere belangrijke reden is dat water niks kost, of bijna niks. Boeren hoeven vrijwel nergens ter wereld te betalen voor het water dat ze oppompen; hooguit voor het transport ervan naar hun akkers. Dat werkt overmatig gebruik in de hand, om niet te zeggen verspilling. Bovendien ontbreekt daardoor de prikkel om te investeren in waterbesparende technieken.

Het is niet voor niets dat een van de aanbevelingen voor het Wereldwaterforum luidt dat ook water een prijs heeft. Wordt die prijs niet betaald, dan kan ook onze beschaving tot stof en zand vergaan.