Structuur in een vormeloze massa

Wat zijn volgens u de belangrijkste problemen waarmee de mensheid in de volgende eeuw wordt geconfronteerd? Die vraag stelden onderzoekers van de Verenigde Naties in 1998 aan vooraanstaande denkers uit een groot aantal disciplines. De schaarste aan zoet water was, aldus de hooggeleerden, na bevolkingsgroei het nijpendste probleem.

Het thema water is het afgelopen decennium met stip gestegen op de internationale agenda. De Brundtland-commissie, die zich midden jaren tachtig met natuurlijke hulpbronnen bezighield, besteedde er nauwelijks aandacht aan en ook op de milieuconferentie van de VN in Rio de Janeiro (1992) stond het onderwerp aanvankelijk niet op de agenda. Maar sindsdien zijn er honderden grote en kleine conferenties gehouden over de sluipende crisis in de wereldwatervoorziening.

Wat is het probleem? Eigenlijk zijn er drie typen waterproblemen:

te veel, te weinig en te vuil water.

Daarnaast zijn er drie typen

watercrisissen: de drinkwatercrisis, de irrigatiewatercrisis en de crisis van de verpieterende ecosystemen. Het oudste waterprobleem is de wateroverlast. Nog steeds eisen overstromingen – zoals nu weer in Mozambique – veel meer slachtoffers en veroorzaken ze veel meer schade dan natuurrampen als aardbevingen en orkanen. Tussen 1988 en 1997 kwamen er 226.000 mensen om door overstromingen en bedroeg de schade 230 miljard dollar.

PROBLEEM 1: TE VEEL WATER

Wereldwijd neemt het aantal gevallen van hoogwaterstanden toe. De oorzaken zijn divers. Allereerst wordt het water versneld afgevoerd door ontbossing, kanalisatie van beken en rivieren, veranderende landbouwpraktijken, verstedelijking en wegenaanleg. Daarnaast heeft de mens overstromingsgebieden in gebruik genomen waardoor rivieren te weinig ruimte hebben voor de verwerking van piekafvoeren. Vandaar de omslag in beleid – ook in Nederland – naar `meer ruimte voor de rivier'. Ten slotte regent het op veel plaatsen – door de klimaatsverandering – meer en harder. Gemiddeld nam de neerslag op de aarde de afgelopen eeuw met 2,8 procent toe, in Nederland zelfs met 12 procent. De kans op een natte maand verdubbelde. Hogere temperaturen zorgen voor meer verdamping en dus neerslag.

PROBLEEM 2: TE WEINIG WATER

Het tweede probleem is de toenemende waterschaarste. De mensheid moet rondkomen met slechts 0,000009 procent van het water op de aarde, ofwel 12.500 kubieke kilometer. Dat is niet meer dan een theelepeltje op een volle badkuip. De opslagcapaciteit van stuwmeren – die nauwelijks nog op een economisch, ecologisch en sociaal verantwoorde manier kunnen worden uitgebreid – zit daar al bij inbegrepen.

Tegenover dit nauwelijks groeiende aanbod staat een sterk stijgende vraag. Die stijging wordt veroorzaakt door de snel groeiende wereldbevolking (1950: 2,5 miljard; 2000: 6,1 miljard; 2050: 9,4 miljard), een stijgend huishoudelijk watergebruik per hoofd van de bevolking en de uitbreiding van industrie en landbouw. Vooral de uitbreiding van de geïrrigeerde landbouw (1900: 47 miljoen hectare; 1950: 101 miljoen; 2000: 264 miljoen) kost veel water. Voor de productie van één ton graan is minimaal duizend en soms wel vijfduizend ton water nodig.

De bevolkingsgroei is een cruciale factor in de toenemende waterschaarste. Dezelfde hoeveelheid water moet immers over steeds meer mensen worden verdeeld. Zo was er voor de 21 miljoen Egyptenaren in 1950 nog 2.661 kubieke meter water per persoon aanwezig. In 1995 hadden 62 miljoen Egyptenaren nog maar 936 kubieke meter en in 2025 zullen 95 miljoen inwoners van Egypte nog maar 607 kubieke meter water tot hun beschikking hebben.

In veel landen daalt de beschikbaarheid per hoofd dramatisch. Bij minder dan 1.000 kubieke meter is er sprake van chronische schaarste, bij minder dan 500 kubieke meter: absolute schaarste. In 1995 vielen 18 landen met 116 miljoen inwoners in deze laatste categorie, in 2050 zullen dat er 39 met in totaal 1,9 miljard inwoners zijn. Tegen die tijd zullen 4 miljard mensen last hebben van chronische waterschaarste. Dat de schaarste toeneemt, blijkt ook uit het feit dat rivieren steeds minder water naar de zee brengen en soms de zee zelfs niet eens bereiken, terwijl de grondwaterspiegels in veel gebieden dramatisch dalen.

PROBLEEM 3: VERVUILING

Het derde waterprobleem is de toenemende vervuiling van het grond- en oppervlaktewater; veel ziektes en gezondheidsklachten hangen daarmee samen. In de twintigste eeuw is de watervervuiling van een lokaal probleem uitgegroeid tot een mondiaal probleem. In veel ontwikkelde landen heeft men de vervuiling van het oppervlaktewater uit zogenoemde `puntbronnen' inmiddels redelijk onder controle door de aanleg van rioleringen, afvalwaterzuivering en schonere productietechnieken. Dat geldt veel minder voor de diffuse verontreinigingsbronnen (landbouw, verkeer) en het grondwater. In minder ontwikkelde landen staat de aanpak van de vervuiling nog in de kinderschoenen.

CRISIS 1: DRINKWATER

De meest urgente watercrisis is het gebrek aan betrouwbaar drinkwater en goede sanitaire voorzieningen. Circa 1,2 miljard mensen hebben nog steeds geen toegang tot veilig drinkwater. Sinds 1980, toen het `Internationale decennium voor drinkwater en sanitaire voorzieningen' begon, is dit aantal wel gedaald maar niet weggewerkt. In Azië werd het aantal mensen zonder veilig drinkwater gehalveerd, in Afrika verdubbelde het. Het aantal mensen dat niet over goede sanitaire voorzieningen beschikt, is sinds 1980 gestegen van 1,7 naar 2,9 miljard – waarbij strengere normen overigens een deel van de stijging verklaren.

Vooral in de metropolen verslechtert de situatie. De armen zijn er aangewezen op waterverkopers. Ze moeten vaak vijftig tot honderd keer zoveel voor drinkwater betalen als de rijkeren die op de waterleiding zijn aangesloten. Overheden en particuliere organisaties kunnen de groei niet bijhouden met de aanleg van waterleidingen, rioleringen en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Er zijn vele honderden miljarden dollars nodig om iedere wereldburger van drinkwater en sanitair te voorzien.

CRISIS 2: IRRIGATIE

De tweede watercrisis bedreigt de wereldvoedselvoorziening. Door uitbreiding van de geïrrigeerde landbouw heeft de voedselproductie de bevolkingsgroei in de afgelopen decennia kunnen bijhouden. Wel lijden er nog steeds 800 miljoen mensen honger. Van de agrarische wereldproductie komt 40 procent van geïrrigeerde gronden die slechts 17 procent van het landbouwareaal beslaan. Het is echter de vraag of de geïrrigeerde landbouw op deze schaal duurzaam is, nog verder uitgebreid kan worden en in de toekomst de bevolkingsgroei kan bijhouden. Bij irrigatie ligt altijd het spook van de verzilting op de loer; eenvijfde van de geïrrigeerde gronden heeft al last van ernstige verzilting.

Een ander groot probleem is verder het gebrek aan irrigatiewater. De benodigde hoeveelheden zijn enorm (als vuistregel 1.000 liter per kilo voedsel), het water moet van steeds verder worden aangevoerd of dieper worden opgepompt en er moeten controversiële stuwdammen voor worden aangelegd. Bovendien kunnen boeren niet opboksen tegen de snelgroeiende en veel koopkrachtigere vraag naar water vanuit steden en industrieën. Ten slotte gaat de intensieve geïrrigeerde landbouw gepaard met waterverontreiniging door meststoffen en landbouwchemicaliën.

CRISIS 3: ECOSYSTEMEN

De derde en laatste watercrisis betreft de verdwijning van natte ecosystemen – de zogenoemde wetlands – doordat huishoudens, industrieën en boeren te veel water opeisen. In de twintigste eeuw is de helft van de wetlands op de wereld verdwenen. Niet alleen door wateronttrekking, maar ook door ontginning, rivierregulatie en verstedelijking. Wetlands vervullen een belangrijke rol in de waterkringloop. Ze houden water (tijdelijk) vast en geven dat weer langzaam af aan het oppervlakte- en grondwater. Zo voorkomen ze stroomafwaarts overstromingen en houden ze water vast voor droge tijden. Daarnaast zuiveren ze water, herbergen ze grote populaties vis, vogels en wilde dieren, zijn ze een belangrijke kraamkamer voor zeevis, leveren ze een breed scala aan voedselproducten en grondstoffen, zijn ze een belangrijke toeristische trekpleister en zijn ze door hun enorme biodiversiteit een belangrijk genetisch reservoir voor cultuurgewassen en medicinale planten.

Voor de wetlands zouden basishoeveelheden water gereserveerd moeten worden, maar als zwakke partij delft de natuur vaak het onderspit.

CONCLUSIE

De waterproblemen en -crisissen vragen om een integrale aanpak. Het waterbeleid in veel landen is echter per sector georganiseerd en versnipperd. De verschillende sectoren (landbouw, industrie, huishoudens, scheepvaart, visserij, energieopwekking, recreatie en toerisme, natuur) streven allemaal hun eigen waterbelang na. Zwakke functies en groepen trekken daarbij aan het kortste eind.

Alomvattende kaders voor het maken van afwegingen ontbreken. Daarom omarmen de Wereldwatercommissie en de Wereldwaterraad op het Tweede Wereld Water Forum in Den Haag het concept `integraal waterbeheer'. Dat is ook de hoeksteen van het Nederlandse waterbeheer en de vorig jaar verschenen Vierde Nota Waterhuishouding. Integraal waterbeheer is een mooi ideaal, maar helaas nog lang geen realiteit.