Rijnlands model op tocht

Ook de Duitse banken hebben ontdekt dat eendracht geboden is willen zij overleven in de oplopende internationale concurrentiestrijd. Dat bewustzijn markeert tevens de aftakeling van de zo lang gekoesterde harmonie van het Rijnlandse kapitalisme.

`Bankieren is belangrijk, banken zijn dat niet'. Met deze opmerking provoceerde de Amerikaanse software-koning Bill Gates niet lang geleden de traditionele banken. Het huwelijk tussen Deutsche Bank en Dresdner Bank, dat vandaag werd verkondigd, toont aan dat de Duitse banken begrepen hebben dat ze het roer drastisch moeten omgooien.

Na de chemie, de auto-industrie en de telecommunicatie zijn nu ook de geldinstituten bevangen door de fusiekoorts. Dat heeft weinig te maken met grootheidswaan. De financiële wereld is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Willen ook de Duitse banken in de internationale concurrentiestrijd niet hopeloos achterop raken en zelf het slachtoffer van overnames worden, dan moeten ze snel handelen. In Europa (Spanje, Frankrijk, Zwitserland) maar ook in Japan is het concentratieproces al geruime tijd gaande. In Spanje zijn van de zes grote banken nog maar twee over. Ook in Frankrijk en Zwitserland kent de bankenmarkt nog maar een handjevol belangrijke spelers.

De superfusie tussen Deutsche en Dresdner Bank maakt deel uit van de stille revolutie die zich al geruime tijd in de Duitse economie voltrekt. Langzaam neemt de Berlijnse republiek afscheid van het Rijnlandse kapitalisme – het corporatische economische harmoniemodel tussen werkgevers en vakbonden, waarin de aandeelhouders minder, werknemers meer te zeggen hadden en waarin arbeidsrust wel eens zwaarder wilde wegen dan de hoogst mogelijke winst.

Het wegvallen van grenzen, de euro, de opmars van Internet en niet in de laatste plaats de belastingpolitiek van de rood-groene regering luiden het einde van de Deutschland AG in. Het gezicht van Duitsland wordt angelsaksischer.Het starre vlechtwerk van kruisdeelnemingen tussen banken, verzekeraars en bedrijven, dat de modernisering van de economie belemmerde, valt langzaam uit elkaar. In de verroeste structuren van de economie komt eindelijk beweging. De voorgenomen maatregel van de regering om de belasting op deelnemingen af te schaffen luidt een versnelling in van de herstructurering bij bedrijven èn banken. Dat blijkt ook uit de bekendmaking van verzekeraar Allianz in het kielzog van de fusie tussen Deutsche en Dresdner Bank zijn belangen in beide banken te willen afbouwen.

De Duitse kredietinstituten verkeren in de situatie waarin hun Amerikaanse concurrenten tien jaar geleden zaten. ,,Duitse banken moeten zich de komende jaren op dramatische veranderingen instellen'', waarschuwde Deutsche Bank-topman Rolf Breuer enkele maanden geleden nog. `Wanneer komt de grote klapper?' was dan ook de brandende vraag die de beurshandelaren in Frankfurt de laatste maanden druk bezig hield. In het sterk versplinterde bankenlandschap in Duitsland redden veel banken het niet meer alleen. Zowel Dresdner Bank, maar ook de Commerzbank zijn al langer potentiële overnameprooien.

Te duur en weinig winstgevend, luidt de kritiek op de Duitse banken. Daar houden de aandeelhouders niet van. De beurswaarde van de grotere banken is daardoor de laatste jaren opvallend gedaald. Zo zakte Deutsche Bank terug van de tweede plek in 1994 naar de achtste plaats, Dresdner van de negende naar de vijftiende plaats en Commerzbank van de zestiende naar de tweeëntwintigste.

Met de klassieke kredietverlening aan kleine klanten wordt steeds minder geld verdiend. Bankmedewerkers op bijkantoren in de voorsteden wachten op klanten, die op hun beurt steeds vaker hun geldzaken via Internet afhandelen. Kleinere bedrijven vinden met emissies aan de beurs veel vaker zelf direct toegang tot de kapitaalmarkt. In de gefragmenteerde Duitse bankenmarkt hebben de vier grootste private banken slechts 17 procent van de markt met de particuliere klanten in handen. Ongeveer een derde wordt gedomineerd door de Sparkassen of de publieke spaarbanken.

Bovendien ondervinden de banken in toenemende mate concurrentie van niet-banken of bijna-banken in de markt van financiële dienstverleners uit de software-sector, wat Bill Gates aanspoorde tot zijn oorlogsverklaring aan de banken.

Het is daarom niet verwonderlijk dat Deutsche en Dresdner Bank hebben besloten zich terug te trekken uit deze weinig rendabele markt van kleine klanten. Elk bedrijf moet doen waar het goed in is, zei de grote econoom Adam Smith al. Deutsche Bank en Dresdner willen zich daarom uitsluitend nog richten op de grote vermogende klanten en op investment banking, waarbij geld wordt verdiend aan nieuwe aandelenemissies op de almaar dynamischer effectenmarkten.

Specialisatie is het antwoord, aldus Deutsche bank-topman Breuer. De fusie tussen Deutsche en Dresdner Bank betekent in Duitsland het einde van de traditionele Universbank (algemene bank), die alles deed.

Dat is een kans voor de nationale concurrentie. Want terwijl Deutsche en Dresdner Bank vechten om een toppositie in de internationale markt voor investment banking, vallen vele kleine klanten af, die in de portefeuille van de andere geldinstituten passen. Deze banken zijn echter harder dan ooit gedwongen hun huiswerk te maken. De Hypo-Vereinsbank, die een Europese bank in onroerend goedfinanciering wil worden, is verreweg het beste voorbereid op het nieuwe tijdperk in het bankwezen. Maar de druk op de Commerzbank zich beter te profileren, is aanzienlijk. De eerste vijandige overnamekandidaat heeft zich al aangediend: de Britse Hongkong & Shanghai Banking Corporation (HSBC), de bank met de beste beurswaarde in Europa.

Of de medewerkers van de bank van de fusie zullen profiteren, zal nauwelijks iemand kunnen beweren. Want een aanzienlijke kostenbesparing is één van de voordelen die beide banken beogen. De drastische vermindering van het filialennet gaat vooralsnog gepaard met een afbouw van 16.000 banen. De bonden vrezen echter dat dit aantal zelfs tot 30.000 zou kunnen stijgen. De banken zijn de staalindustrie van deze tijd, zei voormalig bankier Ulrich Cartellieri van Deutsche Bank eens. Een alternatief is er niet.