PvdA verkijkt zich op Derde Weg

Het debat over de Derde Weg biedt aanknopingspunten voor vernieuwing van de PvdA. Maar de ideeën mogen niet leiden tot verstarring en arrogantie van de macht, meent Omar Ramadan.

Mocht het NIPO één dezer dagen besluiten tot een representatieve enquête onder de Nederlandse bevolking over de Derde Weg, dan zal zonder twijfel de categorie `geen mening' de kroon spannen. De doorsnee burger denkt bij het horen van deze term eerder aan een nieuw type autosnelweg dan aan het laatste intellectuele speeltuig van de sociaal-democratie. Toch winden columnisten en PvdA-politici zich op over het al dan niet omhelzen van wat sinds auteur Anthony Giddens en de Britse premier Tony Blair `The Third Way' heet. Maar enige bescheidenheid is wel op zijn plaats, zolang het electoraat in het ongewisse verkeert over deze ideologische Spielerei.

Onbekendheid bij het grote publiek is echter niet de enige reden waarom het de Partij van de Arbeid past zich verre te houden van louter heilzangen op de Derde Weg. Er zijn ook een drietal inhoudelijke redenen die tenminste een kritische houding rechtvaardigen. Ten eerste wordt de Derde Weg gepresenteerd als de gulden middenweg. Op tal van beleidsterreinen zouden zogeheten `win-win-situaties' mogelijk zijn, waarbij voorheen conflicterende belangen verenigd worden in een compromis, zonder dat er water bij de wijn hoeft te worden gedaan. Het `radicale midden', heet dat in Derde Weg-jargon.

In Nederland, het walhalla van de compromissen, zouden we beter moeten weten; er moet altijd water bij de wijn worden gedaan. Het poldermodel met haar vergaderstructuren voor werkgevers en werknemers bewijst dat de overlegeconomie pas vruchten afwerpt, als beide partijen concessies doen. Op het moment dat de sociaal-democratie – overeenkomstig het denken van de Derde Weg – deze moeizaam bereikte compromissen afdoet als een akkoord waarbij alle partijen volledig hun zin krijgen, reduceert men de concessiebereidheid van maatschappelijke partners tot nul. Men neemt dan de tegengestelde belangen van de onderhandelende partijen als het ware niet meer serieus.

Dit eerste kritiekpunt op de Derde Weg, waarbij de utopie van de immer gulden middenweg dus wordt afgewezen, verdient wel nuancering en aanvulling. Uiteraard zijn er wel degelijk beleidsterreinen waar een volledige `win-win-situatie' van toepassing is. Een kennisintensieve samenleving, met een significante herwaardering van ICT biedt velerlei aanknopingspunten om voorheen onoverkomelijke problemen in de samenleving tot tevredenheid van alle betrokkenen op te lossen. Zie bijvoorbeeld de mogelijkheden van inspraak via Internet om zo de kloof tussen politiek en burgers te overbruggen.

Maar men moet deze optimisme-filosofie niet in optima forma doorvoeren. `Eco-nologie' bijvoorbeeld, de moderne term om het samenvallen van de belangen van economie en milieu aan te duiden, kan soms opgeld doen, maar vaak ook niet. Keuzes tussen welvaart, concurrentiepositie en banen enerzijds en milieu, natuur en duurzaamheid anderzijds blijven geboden. Het moge duidelijk zijn dat de sociaal-democratie het vooruitgangsgeloof van de rokende schoorsteen daarbij als een gepasseerd station moet beschouwen.

De multiculturele samenleving, een ander voorbeeld, biedt inderdaad een legio aan potentiële mogelijkheden, maar heldere en soms ook pijnlijke keuzen zijn wel vereist. Denk bijvoorbeeld aan de basisprincipes van de democratische rechtsstaat, maar ook aan het extra onderwijs dat nodig is voor allochtone groepen. `Sterk en sociaal' tenslotte, de verkiezingsleus van de PvdA om aan te geven dat sociaal beleid een sterke economie vergt, bevat veel waarheid. Maar het gaat te ver om te denken dat alle fricties tussen beide nu oplossen in het luchtledige.

Een tweede reden om niet uit te barsten in een lofzang op de Derde Weg betreft de attitude van haar adepten. Na de ideologische verwarring die zich na de val van de Muur meester had gemaakt van de sociaal-democratie, bood de Derde Weg een geschikt instrument om weer zelfvertrouwen op te bouwen. Dat is mooi, maar bescheidenheid blijft geboden. René Cuperus citeert in deze krant van 3 maart met instemming Blair, wiens ambitie het is `to build [...] the most dynamic [...] economy in the world'. Enige Hollandse nuchterheid zou de Britse staatsman niet misstaan. Uiteraard is het een groot goed indien de sociaal-democratie haar van nature sombere kijk op de wereld weet om te zetten in een positief geformuleerde toekomstagenda. Maar om je politieke programma te verkondigen als Verlosser gaat te ver.

Nu de PvdA en haar zusterpartijen nagenoeg het gehele Europese continent regeren als ware middenpartijen, is een kijk in de annalen van de christen-democratie geen overbodige luxe. Ook de christen-democraten waanden zich ooit de natuurlijke regeerders – zeker in de Lage Landen – die zowel met links als met rechts het pluche konden bezetten. Deze arrogantie van de macht heeft hen naar de afgrond gedreven. Het CDA stortte begin jaren negentig in elkaar, na een ogenschijnlijk eeuwig durende natuurlijke machtspositie. De diagnose van de oorzaak van deze val kan geen andere zijn dan een overtrokken vertrouwen in het eigen gelijk. De PvdA kan hier een les uit leren door zich verre te houden van de onwankelbare waarheden die de Derde Weg rijk is.

Een derde en laatste reden om niet blind te varen op de Derde Weg, is wat Joop den Uyl de `smalle marges van de politiek' heeft genoemd. De samenleving verandert in een ongekend hoog tempo. Politieke bewegingen die daar niet op kunnen inspelen, zullen binnenkort nog slechts bij geschiedenisles aan de orde komen. Dat geldt zeker voor Nederland, dat zekerheid kende ten tijde van de verzuiling, maar nu met grote vaart kennis maakt met individuele keuzevrijheid, een flexibele arbeidsmarkt en de realiteit van een virtuele werkelijkheid. De Derde Weg speelt in op deze maatschappelijke veranderingen, en dat is nuttig voor de hedendaagse sociaal-democratie.

Maar plooibaarheid, waarbij elke wijziging in de samenleving linea recta leidt tot aanpassing van het sociaal-democratische program, is onwenselijk. Om het vorig jaar zomer verschenen essay van Bram Peper aan te halen: richtinggevende politiek is ook geboden. De Derde Weg herbergt het gevaar van een politieke partij die louter als opiniebureau of trendvolger functioneert. Het moet in de politiek, zeker die van de progressieve soort, tevens gaan om `trendsetting'.

De Derde Weg mag voor de sociaal-democratie niet de status van een religie krijgen. Daar waren we sinds de val van de Muur nu juist vanaf. Laat er geen misverstand over bestaan dat deze ideologische vernieuwing een schare aan waardevolle ideeën bevat. Maar geen enkel ideeëncorps, hoe vaag en abstract ook, mag verworden tot een blauwdruk. En dat lijkt sommigen binnen de sociaal-democratie wel te overkomen.

Omar Ramadan is lid van het partijbestuur van de PvdA.