Peper besprak rapport niet met B en W en raad

Oud-burgemeester Peper van Rotterdam heeft in 1992 een rapport van organisatieadviesbureau Berenschot waarin zijn bestuursstijl werd bekritiseerd, buiten bespreking van het college van burgemeester en wethouders (B en W) en de gemeenteraad gehouden. Coalitiepartij VVD en de SP in de Rotterdamse raad eisen het stuk alsnog op; GroenLinks is verbijsterd.

Het rapport van 9 oktober 1992 kwam op een gevoelig moment omdat Pepers stijl anderhalf jaar eerder onder vuur was genomen door hoogleraar A. Zijderveld naar aanleiding van de mislukte viering van het 650-jarig bestaan van de stad. Zijderveld zegt nooit te hebben geweten van het vervolgonderzoek en vindt het ,,bedenkelijk'' en ,,hoogst onverstandig'' dat het stuk niet in B en W is besproken.

Berenschot adviseerde Peper in 1992 een ,,gedragsverandering'', bestaande uit ,,luisteren, interesse tonen, argumenteren, overlaten, delegeren, vertrouwen geven''. Peper had juist om het onderzoek gevraagd omdat hij ontevreden was over het functioneren van zijn staf, aldus het rapport. Berenschot analyseerde evenwel dat een groot deel van de problemen uit Pepers gedrag voortkwam.

Peper was ontevreden over het rapport. Het is niet behandeld in B en W en evenmin aan de raad gestuurd, zegt een woordvoerder van Rotterdam. Volgens hem ,,komt het niet vaak voor dat dit soort rapporten niet in B en W worden behandeld''. Hij weet niet hoeveel het stuk de gemeente heeft gekost.

Peper kan zich niets van het rapport herinneren. ,,Er zijn tientallen onderzoeken door externen gedaan in opdracht van de gemeente. Het één werd wel in B en W behandeld, het ander niet'', aldus Pepers woordvoerder.

Fractievoorzitters in Rotterdam reageren kritisch. L. Kruse (GroenLinks) is ,,verbijsterd'' dat het stuk ,,in de la is blijven liggen''. N. Janssens (VVD) wil het rapport alsnog hebben. ,,Je maakt een rapport om er iets mee te doen.'' C. van Heumen (SP) voelt zich ,,ernstig misleid'' omdat hij na zijn aantreden in 1994 al probeerde het rapport te verkrijgen. ,,Gezegd werd toen al dat het rapport werd achtergehouden omdat het Peper zou schaden.''

P. van Dijk (PvdA) vindt dat Peper het stuk niet vrij hoefde te geven omdat de raad geen opdracht gaf. L. Bolsius (CDA) vindt het primair een zaak van B en W.

peper: pagina 2