Natuurlijke bron van conflicten

Kloppen de beweringen dat de oorlogen van deze eeuw over water zullen gaan? Hoewel het een bron van conflicten is, is dat niet waarschijnlijk.

`DE OORLOGEN in de volgende eeuw gaan over water'', verklaarde Ismail Serageldin enkele jaren geleden in The New York Times. Als voorzitter van de World Commission on Water for the 21th Century en het Global Water Partnership is hij niet de eerste de beste die dat roept. Vooraanstaande politici, vooral uit het Midden-Oosten, hebben uitspraken van gelijke strekking gedaan. In de media is de bewering dat de toenemende waterschaarste tot wateroorlogen leidt, een standaardzin geworden. Snijdt deze bewering hout?

Zeker, als een onmisbare natuurlijke hulpbron als water schaarser wordt en als landen voor hun stijgende waterbehoeften zijn aangewezen op waterbronnen die ze met andere landen moeten delen, nemen de kansen op waterconflicten toe. Er zijn op de wereld 261 stroomgebieden die zich over meer landen uitstrekken. Ze beslaan de helft van het aardoppervlak en herbergen 40 procent van de wereldbevolking. In theorie kunnen dus veel gebieden en mensen bij internationale waterconflicten betrokken raken.

Stroomafwaarts gelegen landen die erg afhankelijk zijn van water dat rivieren uit het buitenland aanvoeren, kunnen serieus in de problemen komen als landen stroomopwaarts meer water gaan gebruiken. Daarom wil Egypte niet dat Ethiopië dammen in de Blauwe Nijl aanlegt, verzetten Syrië en Irak zich tegen de Turkse dammen in de Eufraat en de Tigris, waren Pakistan en Bangladesh tegen Indiase ingrepen in de Indus en de Ganges, klagen de Mexicanen bij hun noorderburen dat zij de Colorado-rivier en de Rio Grande leegzuigen en wil Israel de Golan-hoogvlakte en de Westelijke Jordaanoever pas ontruimen als het kan blijven beschikken over het uit die gebieden afkomstige water.

Dat water steeds meer een bron van conflicten is, is duidelijk. Maar nemen daardoor de kansen op wateroorlogen toe, zoals politici, wetenschappers en media beweren? Het probleem is dat zij de term `wateroorlog' wel erg gemakkelijk in de mond nemen en niet omschrijven wat ze daaronder verstaan. Daarom de volgende definitie: een wateroorlog is een gewapend conflict tussen staten waarbij het water zelf de belangrijkste inzet is.

Een heleboel waterconflicten vallen hier niet onder, zoals waterconflicten binnen landen, waterconflicten tussen landen die niet met wapens worden uitgevochten, waterconflicten waarbij slechts sprake is van incidentele schermutselingen, gewapende conflicten waarin water wel een rol speelt maar die eigenlijk over iets anders gaan, conflicten waarbij water als wapen wordt gebruikt of waarbij waterwerken worden aangevallen om een ander doel te bereiken en conflicten die wel over water gaan maar betrekking hebben op grensrivieren, scheepvaart of visserijrechten.

Uitgaande van deze definitie heeft de Amerikaanse geograaf Aaron Wolf alle crisissen in de internationale betrekkingen sinds de Eerste Wereldoorlog onderzocht. Van de honderden crisissen waren er slechts zeven waarin water op zichzelf een rol speelde en geen enkele daarvan liep uit op een oorlog. De enige echte wateroorlog had volgens Wolf 4.500 jaar geleden plaats tussen Lagash en Umma, twee Soemerische stadstaten.

Dat er in het verleden geen wateroorlogen zijn geweest, wil natuurlijk niet zeggen dat ze in de toekomst niet kunnen ontstaan. Omstandigheden kunnen immers veranderen. De toenemende waterschaarste is zo'n omstandigheid.

Welke landen zouden eventueel een wateroorlog kunnen beginnen? Stroomopwaarts gelegen landen vallen af, want hun waterbelangen kunnen niet worden geschaad door stroomafwaarts gelegen landen. Blijven dus stroomafwaarts gelegen landen over. Alleen als ze militair sterk zijn, zouden ze een oorlog over water kunnen overwegen.

Het aantal potentiële aanvallers is dus beperkt tot militair sterke, stroomafwaarts gelegen staten. Maar wat zouden die moeten aanvallen? Stuwdammen zijn voor de hand liggende objecten. Saddam Hussein dreigde ooit de Turkse Atatürkdam in de Eufraat te bombarderen. Maar als hij dat had gedaan, zouden Syrië en Irak een allesverwoestende vloedgolf over zich heen hebben gekregen.

In 1986 protesteerde Zuid-Korea tegen de aanleg van de Kumgansan-dam die Noord-Korea in een zijrivier van de Han wilde aanleggen. Zuid-Korea beschouwde het stuwmeer als een potentiële `waterbom'. Als Noord-Korea het stuwmeer ineens zou laten leeglopen, zou Seoel worden overspoeld door een vloedgolf van 50 meter hoog en grotendeels worden verwoest. Om zo'n vloedgolf op te vangen bouwde Zuid-Korea een serie kleine dammen in de Han. Met een aanval op een dam berokkent een stroomafwaarts gelegen land dus vooral zichzelf schade. Wel zou het een dam-in-aanleg kunnen bombarderen. Israel deed dat in 1967 toen Jordanië en Syrië een dam wilden aanleggen in een zijrivier van de Jordaan.

Wat moet de eventuele agressor ná een militaire aanval doen? Een bezetting van de locatie ligt voor de hand. Israel heeft dat gedaan met de voor zijn watervoorziening belangrijke Golan-hoogte, de Westelijke Jordaanoever en Zuid-Libanon. Maar een bezetting is duur, moeilijk vol te houden en stuit op veel internationale weerstand.

Rendeert een wateroorlog in economische zin? Nee. Water is daarvoor nog te goedkoop en oorlog voeren te duur. Volgens onderzoekers van het Harvard Middle East Water Project vertegenwoordigt het water onder de Westelijke Jordaanoever, waarover Israel en de Palestijnen een conflict hebben, een jaarlijkse waarde van 200 tot 600 miljoen dollar. ,,Waarom zou je een oorlog over water voeren'', vroeg een Israelische defensiespecialist. ,,Voor de prijs van één week oorlog, kun je vijf ontziltingsinstallaties bouwen. Geen verlies van mensenlevens, geen internationale druk. Wel een betrouwbare watervoorziening die je niet in vijandelijk gebied hoeft te verdedigen.''

Kortom, ook bij toenemende waterschaarste zijn echte wateroorlogen niet waarschijnlijk. Er zijn voldoende en veel betere mogelijkheden om de toenemende waterschaarste en daaruit voortvloeiende waterconflicten het hoofd te bieden. Internationale samenwerking en een geïntegreerde ontwikkeling van stroomgebieden levert - zeker op de lange termijn - ook voor afzonderlijke landen meer op dan het uitvechten van conflicten. Politici en wetenschappers die wateroorlogen voorspellen doen dat vooral uit eigenbelang en bewijzen de wereldvrede daarmee geen dienst.