Magneettrein is nationaal belang

Het kabinet en de drie noordelijke provincies sloten op 16 april 1998 een akkoord over het wegwerken van de structurele economische achterstand tussen het Noorden en de rest van het land. Hierbij mag van de rijksoverheid een actief ruimtelijk-economisch stimuleringsbeleid worden verwacht. In dit beeld past de aanleg van een magneetzweeftrein. Het is een hoogwaardige vervoerstechniek die verschuiving van economische activiteiten met zich meebrengt.

In het akkoord met het kabinet is een snelle Zuiderzeelijn toegezegd. Als wordt uitgegaan van een conventionele railverbinding, geschikt voor 200 km per uur, dan bedragen de kosten hiervan ruim zes miljard gulden, zo berekende de Commissie-Zuiderzeelijn.

Wordt gekozen voor een magneetzweefbaan, dan is twee à drie miljard gulden extra nodig. Deze extra investering is aanvaardbaar, temeer omdat de Commissie Zuiderzeelijn van oordeel is dat de exploitatieresultaten van een magneetzweefbaan aanmerkelijk beter zijn dan die van de andere technische varianten. Hierdoor wordt het verschil in investeringskosten gecompenseerd.

De overheid dient zich op te stellen als onderhandelende partij in een publiek-private constructie, waardoor baten en risico's beter worden verdeeld. Als niet alleen gekeken wordt naar de infrastructuur op zich, maar ook naar de terminals (stations) en de directe omgevingen, die hun waarde mede ontlenen aan het bestaan van de Zuiderzeelijn, dan zal duidelijk zijn dat ook langs die weg financieel bijgedragen kan worden aan aanleg en exploitatie van de lijn. Bij een uitdagend concept past een niet-traditionele aanpak.

De mogelijkheid van snel accelereren en afremmen biedt veel voordelen op relatief korte afstanden. De afstand Schiphol-Groningen met circa acht halteplaatsen kan binnen een uur worden overbrugd. Interessant hierbij is de ontwikkeling van economische knooppunten bij de halteplaatsen met alle financiële voordelen van dien. Juist in dit opzicht onderscheidt de Zuiderzeelijn zich van het voorlopig mislukte plan om een zweeftreinverbinding aan te leggen tussen Berlijn en Hamburg. Op dit traject waren geen tussenstations voorzien en dus ook geen mogelijkheden om hier commercieel munt uit te slaan.

Een magneetzweefbaan van Amsterdam naar Groningen geeft Nederland op het terrein van openbaar vervoer internationaal een technologische voorsprong. Wie kennisneemt van de uitdagende mogelijkheden van deze technologie, met name in een dichtbevolkt land als Nederland – veel stops en desondanks een hoge snelheid mogelijk – mag verwachten dat ook gekeken wordt naar de mogelijkheden hiervan voor de Randstad. Dit perspectief op zichzelf is reeds uitdagend.

Hans Alders, Relus ter Beek en Ed Nijpels zijn Commissaris der Koningin in respectievelijk Groningen, Drenthe en Friesland.