Ivoorkust houdt van zijn militaire regime

De Ivorianen zijn sinds kort een beetje trots op zichzelf, en wel wegens de militaire staatsgreep van eind december. Over de coup heerst nog steeds euforie.

,,We hebben ons van een dictatuur bevrijd'', pocht Raphaël Zapo in de volkswijk Abobo. Raphaël is marktverkoper in Abidjan, de commerciële hoofdstad van Ivoorkust. Hij staart naar zijn bordje met rijst en vissenkop. Zijn lof betreft de staatsgreep van afgelopen Kerstmis, waarbij het leger de burgerregering omverwierp. Hij neemt een hap, spuugt een bot uit en vervolgt: ,,We applaudisseerden voor de militairen. We organiseerden een betoging voor hen naar de kazernes.''

Het nieuwe militaire staatshoofd van Ivoorkust heet Robert Gueï. In de wachtkamer op zijn kantoor zijn de portretten van zijn voorganger, de burgerpresident Henri Konan Bédié, achter het leren bankstel verstopt. Luidruchtige soldaten lopen af en aan over de rode lopers. De nieuwe orde van Ivoorkust is in alle uithoeken van het machtsapparaat binnengedrongen. Hebben de militairen geen gevaarlijk precedent geschapen door, voor het eerst in de Ivoriaanse geschiedenis, een burgerregime omver te werpen?

Gueï reageert verontwaardigd op de suggestie dat de stembus plaats heeft gemaakt voor het dictaat van de soldaat. ,,Ben ik een dictator?'', vraagt hij boos. ,,We hebben alle grote politieke partijen in onze regering opgenomen. We hebben geen staatsgreep gepleegd, het was een volksrevolutie.''

Eén ding is zeker: de overgrote meerderheid van de bevolking steunt de militaire ingreep. Bédié had het aan zichzelf te danken. Hij weigerde een dialoog met de oppositie en schakelde concurrenten uit. ,,Het doel van deze coup was om de democratie en de economie weer op gang te brengen'', oordeelt een diplomaat in Abidjan. Professor Joseph Kata Keke in de noordelijke stad Bouaké deelt die mening. ,,Vóór de coup vreesden we voor een burgeroorlog'', zegt hij. ,,De politieke situatie was totaal geblokkeerd. Wij noorderlingen waren bang. Bédié voerde actie tegen ons. Eén dag na de coup was alle angst verdwenen.''

De euforie over de coup laat weinig ruimte voor kritische kanttekeningen. Het Ivoriaanse leger was altijd klein, de regering rekende op bijstand van het Franse leger. Een militaire staatsgreep behoorde niet tot het politieke jargon. Met de afnemende militaire rol in Afrika van Frankrijk de afgelopen jaren, gingen de Ivoriaanse strijdmachten zich versterken. Dat leger, dat door niemand serieus werd genomen, heeft nu de macht en proeft hoe zoet die is. Willen de militairen nu nog wel opstappen?

Ja, luidt volmondig het antwoord van Gueï. Minder uitgesproken reageert hij op de vraag of hij meedoet aan de voor november beloofde presidentsverkiezingen. ,,Als je voedsel in je mond hebt, moet je dat eerst opkauwen. Laten we eerst de situatie voor de Ivorianen verbeteren en de politieke problemen oplossen. Dàt is mijn eerste missie. Later ga ik nadenken over mijn toekomstige rol.'' Een klein tipje van de sluier licht de president op. Hij noemt als zijn grote voorbeeld de Franse generaal en president, Charles de Gaulle. ,,Een groot soldaat en democraat. De Gaulle was een soldaat in burgerkleren. Een burgerpresident of een militaire president, je blijft jezelf.''

Hij roept méér doden op ter verduidelijking van zijn beleid. Herhaaldelijk verwijst Père Noël, zoals de troetelnaam van Gueï luidt, naar de Père Fondateur van de natie, de in 1993 overleden Félix Houphouët Boigny. Houphouët was een autoritaire president, maar goedaardig. Politiek pluralisme liet hij niet toe, maar hij was gevoelig voor de volkswil en hield de dialoog open. Hij was de onbetwiste vader van de grote Ivoriaanse familie, zijn woord was wet. Door het gezag van deze paternalistische leider en dankzij de Franse bevoogding kende Ivoorkust weliswaar geen dynamisch maar wel een politiek stabiel bestaan. Bovendien ontwikkelde Houphouët een relatief welvarende economie, in omvang vele malen groter dan die van de buurlanden, gebaseerd op koffie- en cacaoplantages.

Houphouët kon vrijwel onvoorwaardelijk rekenen op de politieke steun van Parijs. Bédié volgde eind 1993 Houphouët op onder een geheel ander gesternte. De Franse militairen verminderen hun aanwezigheid op het continent; nog slechts 500 Franse soldaten zijn in Abidjan gelegerd. Bédié zocht tijdens de coup bescherming in de woning van de Franse ambassadeur en deed via de Franse radio een oproep tot verzet. Maar niemand in Ivoorkust reageerde. Toen Parijs eventjes overwoog om extra troepen naar Abidjan te sturen voor hulp aan Bédié, reageerde Gueï zelfverzekerd: donder op.

Houphouët is grondlegger van een natie waarin bijna veertig procent van de bevolking gastarbeider is. Hij propageerde vrije immigratie en gaf landbouwgrond aan ieder die het wilde bewerken. Zijn onaantastbare heerschappij had haar wortels onder zijn zuidelijke Baoulé, de grootste stam van Ivoorkust. Maar Houphouët zag erop toe dat stammen uit het noorden ook hoge functies in het regeringsapparaat kregen. Bovendien bepleitte hij dat Ivorianen zich vestigden in andermans stamgebieden.

,,Houphouët was democratisch'', romantiseert Gueï het verleden, ,,de problemen begonnen toen Bédié zijn plaats innam.'' Bédié bedacht de politiek van ivoirité, waarbij voor het eerst een onderscheid werd gemaakt tussen `de echte Ivorianen' en degenen met immigranten in de familie. Hij gebruikte de ivoirité als knuppel tegen zijn grootste politieke rivaal, de noorderling Allasane Dramana Ouattara. Bédié, net als Houphouët een Baoulé, classificeerde Ouattara's vader als een Burkinabé en sloot zijn rivaal uit van deelname aan de presidentsverkiezingen. Dit besluit was des te opvallender omdat Ouattara begin jaren negentig al premier was onder Houphouët en sinds 1994 namens zijn land een hoge functie vervulde bij het Internationaal Monetair Fonds in Washington.

Bédiés politiek van ivoirité leidde tot xenofobie. Bij `spontane' acties werden gastarbeiders van hun akkers beroofd en het land uitgejaagd. Maar de meeste Ivorianen veroordeelden Bédiés beleid. Velen hebben immers buitenlandse familierelaties. Gueï bepleit nu een terugkeer naar de dagen van de gemoedelijke Ivoriaanse familie: ,,Afrikaanse broederschap hoort bij het karakter van Ivoorkust. Wij gaan door met het verlenen van dezelfde gastvrijheid als onder Houphouët. Wij zorgen voor onze broeders. L'Afrique est l'Afrique.''

Houphouët leidde een regime dat door patronage bijeen werd gehouden. Bédié miste de behendigheid van zijn voorganger om dit verfijnde systeem te continueren. Bovendien viel er door de economische crisis als gevolg van de lage cacaoprijzen veel minder smeergeld te vergeven. De corruptie liep uit de hand, het IMF en de Wereldbank en zelfs de voornaamste donor Frankrijk zetten hun hulp stop.

,,De straffeloosheid van het stelen moet doorbroken worden'', stelt Patrick N'Gouan van de Ivoriaanse mensenrechtenorganisatie Lido. ,,Er moet onderzoek gedaan worden naar de corruptie uit het verleden, ook onder Houphouëts regime.'' Een ware schoonmaakactie zou echt een revolutie betekenen in Ivoorkust, waar het stelen van overheidsgelden regel en geen uitzondering was, ook onder Houphouët. Tot nu is slechts een beperkt aantal politici en militairen gearresteerd, onder wie de ex-minister van Binnenlandse Zaken Emile Bombet, die is beschuldigd van verduistering van EU-gelden ter waarde van 27 miljoen dollar.

Van de Père Fondateur, met een mislukte interim-periode, naar Père Noël. Wordt Ivoorkust nu volwassen? ,,Door de staatsgreep is alles door elkaar gegooid. Het is net een revolutie'', concludeert professor Francis Kata Keke. ,,Na een lange periode van paternalisme moet Ivoorkust nu eindelijk volwassen worden. Dat is onze grootste uitdaging. We hebben een belangrijk hoofdstuk uit onze geschiedenis afgesloten. Generaal Gueï is nog een beetje paternalistisch. Maar er komt een nieuwe generatie politici aan. We staan aan het begin van een nieuw en democratisch tijdperk.''