Islam

Roger van Boxtel werd boos – en dat is altijd een aangenaam gezicht.

Als de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid zich als een minister gedraagt, onderscheidt hij zich niet van zijn collega's. Dan verlaat de redevoering enigszins monotoon en voorspelbaar zijn mond. Maar zodra hij boos wordt, komt er een authentieke vechtersbaas in hem boven die zich niet laat ringeloren.

Gisteravond, op de Wereldvrouwendag, gebeurde dat weer eens tijdens een door het maandblad Opzij georganiseerde bijeenkomst in Amsterdam over het thema `Feminisme en islam'. De Rode Hoed was voor negentig procent gevuld met vrouwen, onder wie een kleine groep allochtonen met of zonder hoofddoekje. Van Boxtel hield zijn rede die net goed genoeg was om er niet bij in slaap te vallen, maar daarmee was ook alles gezegd.

Toen begon de paneldiscussie. Van Boxtel liet zich gemakkelijk overhalen om aan te schuiven bij Opzij-hoofdredactrice Cisca Dresselhuys, sociologe Jolande Withuis, journaliste Saadet Metin en milieudeskundige Fouzia Kassi. Dresselhuys vroeg de dames wat hun had getroffen in de redevoering van Van Boxtel, en Withuis brandde meteen ongenadig scherp los. ,,Wat mij erg heeft getroffen is dat hij ergens zei dat hij geen feminist is'', zei Withuis.

,,Nou ja'', viel Dresselhuys in, ,,dat getuigt in ieder geval van enige zelfkennis.'' Ze doelde op het feit dat de minister in de interviewserie `de Feministische Meetlat' in Opzij niet hoger dan `plus 1' was gekomen. Hij bleek thuis hoofdzakelijk het konijnenhok bij te houden.

Van Boxtel liet dit alles met een glimlachje passeren. Grapje, nietwaar. Maar Withuis ging nog een forse stap verder. ,,Zijn rede was bangig, want gekleurd door angst voor de islam'', zei ze. Van Boxtel had er immers voortdurend op gehamerd dat er door allerlei generalisaties een te eenzijdig beeld van de islam dreigt te ontstaan.

Van Boxtel keek nijdig weg, maar hij kon op dat moment weinig doen. Het debat zwenkte een andere kant op en hij moest zelfs even in de zaal plaatsnemen. Toen hij weer aan tafel zat, keek hij op zijn horloge. Hij moest weg – tien minuten nog beduidde hij de voorzitter. Nog net tijd voor een tegenoffensief. ,,Het was grote flauwekul wat u net zei'', brieste hij tegen Withuis. ,,Ik heb helemaal geen bang verhaal gehouden, ik wilde er alleen op wijzen dat het grote publiek een verkeerd beeld krijgt van de islam. Uw reactie was goedkoop.''

Withuis liet zich niet onbetuigd en er volgde een vinnig debatje. De avond fleurde er zienderogen van op. Discussieavonden hebben zulke momenten nodig. Iedereen was opeens uit de plooi. Gehoofddoekte Marokkaanse vrouwen riepen dat de Koran helemaal niet zo vrouwvijandig is, Dresselhuys snoerde ze de mond met een krachtig: ,,Je kunt toch zeker wel zeggen: wat wordt ons op grond van de religie aangesmeerd?''

Van Boxtel begon ook nog de imams in Nederland te veroordelen, omdat ze de Marokkaanse mannen ophitsen tegen vernieuwingen in hun vaderland. Kortom, de avond was gered.