Herindeling van Britse beursindex

De FTSE 100, de belangrijkste Britse beursindex die is samengesteld uit de koers van honderd grote bedrijven, heeft vanaf vandaag een andere samenstelling die recht moet doen aan het toegenomen belang van high-tech-fondsen.

Tien Internet-, telecom- en biotechnologiebedrijven nemen in de `Footsie' de plek in van een reeks bouwers, brouwers en energiebedrijven die beleggers niet langer beschouwen als de blue chips van de zogeheten nieuwe economie. Drank- en brouwconcerns Allied Domecq, Whitbread en Scottish & Newcastle schuiven met bouwbedrijf Hanson, sigarettenfabrikant Imperial Tobacco en energiebedrijf PowerGen terug naar de FTSE 250, de tweede beursindex waarin de koers van de 250 belangrijkste beursgenoteerde bedrijven wordt gewogen.

Tot de nieuwkomers in de FTSE 100 behoren onder meer Psion (palmtop computers), Celltech en Nycomed (farmacie) en het in Ierland gevestigde Baltimore Technologies (beveiligingssoftware). Freeserve, de grootste aanbieder van Internet in het Verenigd Koninkrijk, schoof ook omhoog. Dat leek onzeker geworden omdat het bedrijf juist deze week een koersduikeling doormaakte na een offensief op de Britse markt door twee Amerikaanse `providers' met goedkope Internet-toegang.

Telecombedrijf Cable & Wireless staat nu ook in de nieuwe FTSE 100, evenals Kingston Communications, de enige overgebleven plaatselijke en uiterst succesvolle Britse telefoonmaatschappij.

Financiële analisten zeggen dat de nieuwe weging weinig zegt over de vitaliteit van de gedegradeerde koplopers uit de oude economie. Graham Campbell, een analist bij Edinburgh Fund Managers zei tegen de BBC dat de gezakte bouwers en brouwers ,,degelijke zaken doen, met een grote cashflow en hoge opbrengsten'', maar desondanks ,,uit de gratie zijn geraakt''.

Internet www.ftse.com