Grondrechten

U. Rosenthal pleit voor het opnemen in de Grondwet van het recht op veiligheid (NRC Handelsblad, 25 februari). Het is waar als de auteur zegt dat rechtsstatelijke beginselen tot `boekenwijsheid' verworden indien geen rekening met de maatschappelijke werkelijkheid wordt gehouden. Het is echter ook waar dat juist de Grondwet als buffer fungeert om `ongeciviliseerd' politiek populisme op te vangen. Het feit dat de VVD'er zich niet alleen op een toenemende onveiligheid maar vooral op de gevoelens van onveiligheid beroept, indiceert een dergelijk populisme. Natuurlijk, politici behoren te kijken naar wat in de samenleving leeft. Het formuleren van een grondwettelijk recht op veiligheid is echter hypocriet en overbodig.

Als lid van de Eerste Kamer weet de heer Rosenthal dat sociale grondrechten slechts instructienormen zijn, terwijl klassieke grondrechten een waarborgfunctie hebben. Het recht op veiligheid als sociaal grondrecht levert geen waarborg op. Het heeft slechts een symbolische waarde. Op de overheid rust slechts een inspanningsverplichting. In de discussie over de sociale zekerheid zijn op instigatie van de VVD de sociale grondrechten, `geciviliseerd' uitgedrukt, grondig geherformuleerd. Het is dan ook hypocriet dat juist een Eerste-Kamerlid van de VVD mensen bescherming wil bieden door middel van een sociaal grondrecht. Rosenthals voorstel is overbodig en misleidend. Het grondrecht op veiligheid is een symbool en biedt slechts `schijnzekerheid'. Het wil gevoelens van onveiligheid doen wegnemen zonder een recht op veiligheid te garanderen. Evenals onveiligheid is ook politiek populisme een betreurenswaardig element in een `geciviliseerde samenleving'.