Geruchten over mol bij NAVO houden aan

De NAVO-operatie boven Joegoslavië zou in het begin van de luchtoorlog in 1999 in gevaar zijn gebracht door een spion. Zulke geruchten circuleren al langer.

Berichten over een spion binnen de NAVO tijdens de luchtcampagne in Joegoslavië vorig jaar, zoals vandaag in de Britse krant The Guardian, zijn niet nieuw. Officiële ontkenningen door het NAVO-hoofdkwartier evenmin. NAVO-woordvoerder Jamie Shea zei vanochtend dat er ,,geen bewijs'' is voor het spionageverhaal. Hij sprak van een ,,gerucht'' dat ,,geen inhoud'' heeft.

Volgens Shea weet de NAVO-top niets van een intern Amerikaans defensie-rapport, waarop The Guardian vandaag en de BBC in een tv-uitzending van komende zondag zich baseren. ,,Hoe is het dan mogelijk dat we in 78 dagen 38.000 vluchten konden uitvoeren, waarbij 1.200 vliegtuigen betrokken waren, zonder één piloot te verliezen?'', vraagt Shea zich af.

Geruchten over een `mol' bij de NAVO tijdens de Kosovo-crisis circuleren al langer. Maar concrete bewijzen zijn publiekelijk niet geleverd. Ook het zeer geheime Amerikaanse rapport, waarop de Britse media zich nu baseren, vermeldt de nationaliteit van de vermeende spion niet, noch zijn werkwijze. De mol zou de eerste twee weken van de bombardementen toegang hebben gehad tot geheime informatie, waarover zeshonderd mensen bij de NAVO konden beschikken. Toen de militaire chefs van de NAVO een lek vermoedden, werd dit aantal beperkt tot honderd. NAVO-opperbevelhebber generaal Clark bevestigt in het BBC-programma deze ingreep, maar laat zich niet uit over een vermeende spion.

De vraag is: zou die vermeende spion werkelijk invloed hebben gehad op het resultaat van de bommencampagne van de NAVO? De NAVO-operatie kwam vorig jaar in de eerste twee weken traag op gang door het slechte weer en doordat de Serviërs hun mobiele luchtafweer - toen een van de voornaamste doelen - zeer spaarzaam inzetten. Dat tij keerde na die twee weken toen de NAVO zware klappen begon uit te delen aan de infrastructuur van Joegoslavië: dit was dus na de periode waarin de vermeende spion actief zou geweest. Als Belgrado een spion had, heeft hij niet kunnen voorkomen dat de NAVO het land zeer zware schade heeft toegebracht.

Opperbevelhebber Clark erkende in juli vorig jaar al in een gesprek met journalisten dat de NAVO vroeg in de luchtcampagne een ,,veiligheidsrisico'' had geïdentificeerd. ,,Het is klaarblijkelijk gebeurd. Ik kan niet in details treden.'' Een medewerker van de toenmalige secretaris-generaal Javier Solana zei vorig jaar tegen deze krant: ,,Er was een mol actief.'' Maar hij ontkende dat die was gevonden. Een medewerker van Clark noemde enkele - redelijk onschuldige - lekken. Zo zou een Griekse journalist vragen hebben gesteld waaruit bleek dat hij afwist van geheime besprekingen.

The Scotsman citeerde in augustus vorig jaar een NAVO-generaal die stelde dat het neerhalen van een Stealth F-117A `Nighthawk' op 27 maart het gevolg was van het lekken van vluchtinformatie. Een officier van de NAVO zou die uit winstbejag hebben verkocht aan de Russische geheime dienst, die de informatie doorspeelde aan Joegoslavië. De Stealth werd bij Novi Sad neergehaald door een SAM-raket.

Volgens de generaal die niet in details wilde treden, werd ,,een officier verbonden aan de NAVO'' al snel na het incident gearresteerd. Na het incident zou het Pentagon details over Stealth-vluchten niet meer met de bondgenoten hebben gedeeld. Dat zou weer een factor zijn geweest in het fiasco van de aanval op de Chinese ambassade op 7 mei. Die aanval werd uitgevoerd door een Amerikaanse Stealth-bommenwerper, een B2. Bondgenoten kregen niet de kans dit foute doel te corrigeren, omdat de Amerikanen geen inlichtingen verstrekten.

De NAVO en het Pentagon ontkenden indertijd het relaas van The Scotsman. Het Pentagon legde de nadruk op het feit dat `luchtaanvalsbevelen' (ATO's) voor Stealth-toestellen nooit met andere lidstaten werden gedeeld. The Scotsman wees er evenwel op dat andere lidstaten wel details kregen over de route van de Stealth om ongelukken te voorkomen. De Joegoslavische inlichtingendienst zou deze rudimentaire gegevens hebben kunnen combineren met eigen radarwaarnemingen, ervaringen met zich herhalende vluchtroutes en visuele waarnemingen.

Er zijn aanwijzingen dat de NAVO ook later in de luchtcampagne nog last had van lekken. Zonder in details te treden, meldde Jane's Foreign Report in september dat uit NAVO-waarnemingen bleek dat Joegoslavië vaak vooraf op de hoogte waren van luchtaanvallen. Gebouwen in Belgrado werden voorafgaand aan luchtaanvallen steevast ontruimd en in één geval, bij de aanval op het hoofdkwartier van tv-studio RTS, juist volledig bemand met medewerkers om sympathie te wekken bij de buitenlandse pers.

De NAVO heeft eerder te maken gehad met lekken naar Joegoslavië. In oktober 1998 bekende de Franse majoor Pierre-Henri Bunel, die werkte op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel, dat hij informatie had doorgespeeld aan een Joegoslavische diplomaat. Het ging om toen binnen de NAVO circulerende aanvalsplannen tegen Joegoslavië. Bunel had in 1996 als inlichtingen-officier gediend in Bosnië en koesterde sterke pro-Servische sympathieën.

Het is hogelijk de vraag of de NAVO en de betrokken geheime diensten belang hebben bij een publieke ontmaskering van een spion. Daarom ligt het voor de hand dat de geruchten nog zullen blijven circuleren, zonder concrete bewijzen.