Boven het verdronken land van Mozambique

Buitenlandse helikopters vliegen nog steeds af en aan om de in het bruine overstromingswater gestrande Mozambikanen te bevoorraden. ,,Waar blijven die mango's toch?'

Verdronken land van Mozambique. Hier en daar een dak, een drijvende dode koe. Oneindige stromen bruin water hebben akkers, dorpen, mensen en vee verzwolgen. Vanuit de Zuid-Afrikaanse legerhelikopter, op 150 meter hoogte, ziet men hoe de woeste Limpopo-rivier bouwland tot moeras heeft gedegradeerd, oogsten vernietigd en de boeren de bomen ingejaagd. Op de hoger gelegen delen wonen de gelukkigen, die nu hun dorpen en eten moeten delen met de mensen van de lage landen. Ze zwaaien naar boven, daar waar hun redding vandaan kwam.

De overstromingen van de afgelopen weken hebben Mozambique, normaal al een arm land, veranderd in een pauper die volledig afhankelijk is van buitenlandse hulp. Een Oryx-helikopter, staartnummer 1228, vliegt 's ochtends vroeg naar het distributieknooppunt Palmeira om zakken maïsmeel te laden, waaruit de Mozambikanen hun volksvoedsel, maïspap, bereiden. Het is een winderige, droge dag. Afgelopen nacht heeft het weer hard geregend, maar het water is nu uit de lucht en heeft plaatsgemaakt voor een kudde van duizenden lieflijke schapenwolken. Terwijl de rotorbladen draaien, sjouwen Mozambikaanse dorpelingen tientallen zakken van 50 kilo, balancerend op hun hoofd, de machine binnen. ,,Vol', gebaart boordnavigator Eugene van der Merwe na enige tijd, ,,omhoog'. Snel verdwijnt het waaiende gras loodrecht onder de schuddebuikende heli. De werkers aan de grond duiken ineen om de wind en de zandstorm te weerstaan die de heli veroorzaakt.

Eerste bestemming: Mapapa, een gehucht dat aan de rivier is gelegen, maar op een veilige hoge zandbult. Midden in het dorp lossen de Zuid-Afrikanen in enkele minuten hun lading om daarna meteen door te gaan: er moet meer meel, olie, koekjes en van alles worden opgehaald voor de hongerende Mozambikanen.

Als het stof en het dreunende lawaai van de helikopter is weggeëbd, keert een weldadige rust weer in Mapapa. Inwoners en vluchtelingen vertellen hun verhaal. Een oudere man stelt zich voor: ,,Aron Solomon Saia is de naam.' Aron is niet van hier, hij moest vluchten uit een nabijgelegen dorp. ,,Mijn vrouw en mijn jongste zoon stierven in een boom, terwijl we op hulp zaten te wachten.' Hij wijst op zijn buik: ,,Al twee dagen zonder eten.' Het voedsel dat net in Mapapa is gebracht, mag niet zomaar worden weggegraaid. Een dorpscomité zal zich buigen over de vraag wie het nodig heeft en Aron vreest dat hij daar niet bijhoort, ,,Ik ben immers niet van hier', zegt hij mistroostig en hij vervolgt zijn weg naar een onbekende bestemming.

Tegen de gevel van een stenen gebouw zit een hele schare vrouwen en kinderen aangevlijd. Het witte pleisterwerk is verkleurd tot een pastel palet van roze, geel en groen. Waar komen ze vandaan? ,,Daar', wijzen ze, in de richting van het water. De moeders koken een potje terwijl het kleine grut rondhangt en kattenkwaad uithaalt. Hun mannen zijn erop uit om eten te halen, maken ze in gebarentaal duidelijk. Een vrouw beklaagt zich: ,,We hebben wel maïspap, maar geen mango's om saus te koken, waar blijven die mango's toch?' In plaats daarvan kookt ze gras. Ze haalt een lepel door de slijmerige brij.

De landweg uit het dorp voert naar de rivier. Het water is tot net onder aan de dijk gekomen en daar, gelukkig voor de dorpelingen, opgehouden. De vloed heeft ook zijn voordelen. Jongetjes vissen met zelfgemaakte hengels langs de kant van de weg. Maar de vis wil nog niet bijten. Een man aan de oever wijst naar een bosje dat in de verte boven het water uitsteekt. ,,Daar hoorden we gisteren geschreeuw. Eerst dachten we dat het een varken was, maar toen bleek dat er nog twee vrouwen in de bomen zaten.'

Lawaai hoog in de lucht: een grote bromvlieg zwelt aan tot de Oryx 1228. De Zuid-Afrikaanse `engelen', zoals de helikopterbemanningen in Mozambique liefkozend worden genoemd, laden weer vracht in Palmeira. In een grasveld naast de doorgaande weg, verzamelen zich rond het middaguur vier Zuid-Afrikaanse, vier Britse, een Franse en enkele privé-helikopters. De bemanningen overleggen het distributieplan van de middag. Er is een geroezemoes van Engels, Frans en het Afrikaans van de Zuid-Afrikanen. De asfaltweg is door de politie over 500 meter afgezet om als start- en landingsbaan te fungeren voor kleine vliegtuigjes, die aan en af vliegen met personeel van de Verenigde Naties. De helikopters parkeren dicht naast elkaar in het gras. Co-piloot Gerhard Geertsema gebaart dat het tijd is om op te stijgen. De machine is geladen, de mensen wachten op hulp.

Het volgende dorp dat voedsel krijgt is een uitloper van het stadje Chokwe dat tijdens de watersnood helemaal is ondergelopen. Onder een grote boom ligt een groep mannen suikerriet te kauwen, in afwachting van de helikopter. Ze springen op als de voorman een signaal geeft en zeulen de zakken meel uit het laadruim. David helpt niet mee, hij blijft in de schaduw van de boom liggen. ,,Ik kom hier niet vandaan', zegt hij, ,,maar uit Maputo, 300 kilometer ten zuiden van hier. Ik had pech: net voor de overstromingen begonnen, bezocht ik mijn schoonfamilie in Chokwe, waar we door het wassende water werden overvallen. Ik weet van een zwager en een schoonzuster dat ze zijn verdronken, maar van de rest van de familie heb ik niets meer gehoord.' Hij hoopt dat zijn vrouw en kinderen in Maputo zijn gebleven en probeert vandaag mee te liften met een helikopter.

De enige winkel, Cantina Familia Timane, is nog verrassend goed bevoorraad met blikjes frisdrank, waspoeder, sterke drank en brood. Volgens de eigenaar zijn het oude voorraden, alleen het brood is vers. Aan de buitenkant klampen tientallen kinderen, hun T-shirts meer gat dan shirt, de piloten en andere klanten aan voor eten of een paar meticais, het lokale geld.

Schijnbaar onvermoeibaar vliegt de vierkoppige bemanning van de 1228 de hele dag rond. Aan het eind van de dag, als het begint te schemeren, zit het werk er op. In formatie vliegen de helikopters terug naar hun basis in Maputo. Lege brandstoftonnen gaan mee terug. Van der Merwe ligt plat op zijn rug te slapen, de rits van zijn werkpak helemaal opengetrokken. Onder ons het overstroomde land, met aan de einder de kust met zijn hoge duinen, de witte subtropische stranden, de palmbomen en rotsformaties. De natuur van Mozambique is prachtig, maar kan o zo wreed zijn.