Bijbelverhaal als religeuze strip

De stad Den Bosch is trots op haar schilders uit de Rubensschool en op haar bourgondische verleden. Liefhebbers van kunst en cultuur kunnen een dag lang genieten van barokke sferen.

Een kok die bij wijze van verrassing twintig levende kikkers in een pastei verstopt, zou nu wegens dierenmishandeling achter de tralies belanden, maar ten tijde van de barok kon het niet spectaculair genoeg. Zelfs levende zwanen waren leuk als garnering.

Het is een van de vele anekdotes over 17de-eeuwse tafelmanieren die de gastvrouw van restaurant De Opera in Den Bosch onder de baroklunch vertelt. De tentoonstelling Meesters van het Zuiden, barokschilders rondom Rubens, in het Noordbrabants museum, was voor de VVV in Den Bosch aanleiding een `barokarrangement' te organiseren, een dag lang genieten van muziek, kunst en eten in barokke sferen.

Terwijl de deelnemers van hun champagne nippen en met mes en vork een lunch-

appeltje met zuurkool en wildbraad eten, vertelt de gastvrouw dat de vork pas eind 17de eeuw bij het bestek ging horen. Toen kreeg men voor het eerst het bestek ook uitgedeeld, want in de Middeleeuwen at men nog met de handen en nam ieder zijn eigen lepel mee. Het mes werd hoofdzakelijk gebruikt om restjes vlees tussen de tanden uit te peuteren.

De barok is een stijlperiode die in de 16de eeuw begon en grofweg duurde tot einde 18de eeuw. In die tijd was eten een belangrijk tijdverdrijf en in de betere kringen greep men ieder smoesje aan, geboorte, doop of huwelijk, om een bacchanaal te organiseren. Op lange houten planken stonden schalen met vis, pasteien, gevogelte en andere lekkernijen die op schragen voor de gasten werden neergezet. Doorgeven was er niet bij, je at alleen wat voor je op tafel stond. Als de borden en schalen leeg waren, werd de boel opgepakt en vervangen door een nieuwe plank met eten. Het lange tafellaken diende als communaal servet.

Buiten, in het oude centrum van Den Bosch, blijkt het goede leven nog steeds te bestaan. De oude vestingstad is rijk aan winkels en royaal voorzien van cafés. In de Putstraat bijvoorbeeld schuilt achter elke gevel wel een café of eethuisje. De traiteur in dezelfde straat heeft zulke hoogopgetaste schalen met lekkers in de koelvitrine staan, dat we ons eerder in bourgondisch België wanen dan in het wat soberder Nederland.

Dat deze streek aan België doet denken, is ook niet verwonderlijk, want dit gebied werd na 1629 samen met delen van Vlaanderen, als een `Generaliteitsland' door Den Haag bestuurd. De Brabantse steden, die sinds mensenheugenis bij het hertogdom Brabant hoorden, zijn zich altijd blijven oriënteren op Brussel en Antwerpen.

Ondanks de verschillen tussen noord en zuid kregen de in Antwerpen gevestigde schildersateliers niet alleen opdrachten van de kerken, maar ook van de hoge heren uit de Republiek. Vooral de Vlaming Peter Paul Rubens was erg gewild en hij was zo beroemd dat leerlingen uit heel Europa zich bij hem aanmeldden.

Wie Rubens het beste kon imiteren, pikte een graantje mee van zijn bekendheid, zoals de drie Noord-Brabantse schilders, Abraham van Diepenbeeck, Theodoor van Thulden en Thomas Willeboirts Bosschaert. Zij slaagden erin te schilderen in de trant van de grote meester en voor het eerst zijn nu enkele zeldzame stukken van deze drie samen met werk van Rubens en Jordaens, te zien in het Noordbrabants Museum.

Van de rooms-katholieke kerk mochten de afbeeldingen op de schilderijen niet aanstootgevend zijn en geen valse dogma's bevatten. Op de bisschoppen rustte de plicht te controleren of de schilders de religieuze wetten naleefden en er werd eindeloos heen en weer gepraat over details en symboliek in de altaarstukken.

Een wanhopige vrouw met ontblote linkerborst weent om een dode jongeman die vrijwel ontkleed aan haar voeten ligt. Het bloot in dit schilderij is functioneel, want het verwijst naar het verhaal van Venus en Adonis. Als de religieuze voorstelling klopte, keek men niet op een tepel meer of minder. Bloemen, engeltjes, een slapende poes, een bijbel op tafel of een naar de hemel opgeheven gelaat, alles had een symbolische betekenis en verwees naar een bijbelverhaal of een kerkelijk dogma.

Voor ons leken komen de betekenissen alleen tevoorschijn als de gids ons erop wijst, maar in de baroktijd konden zelfs analfabeten de altaarstukken `lezen als een stripverhaal', aldus de gids, want iedereen kende de bijbelvertellingen.

Ook al was functioneel bloot toegestaan op schilderijen, het was ongebruikelijk dat vrouwen naakt poseerden. Op het topstuk van de tentoonstelling, de triomftocht van Van Thulden, is dat goed te zien. De afgebeelde vrouw heeft het gespierde bovenlijf van een man en haar borsten lijken op twee opgeplakte ballonnen. Of zij ook met een mes tussen haar tanden peuterde, vermeldt de historie niet.

Barokarrangement ƒ117,50 p.p. incl. high tea ƒ147,50, di en do t/m 2 mei 2000. Ontvangst met koffie en Bossche Bol, rondwandeling, rondleiding in het Noordbrabants Museum, lunch in de Opera, glasbeschilderen en tot besluit een high tea.