Super Tuesday: rebellen bijten in het stof

Al Gore en George W. Bush, de kandidaten van de gevestigde orde, kunnen na hun overtuigende overwinningen op Super Tuesday onderling de strijd aangaan voor het Witte Huis.

De rebellen bijten in het stof. Super Tuesday, de belangrijkste dag in de Amerikaanse voorverkiezingen, werd een overwinning voor de gevestigde orde. Al Gore en George W. Bush staan nu klaar om de strijd voor het Witte Huis te beginnen.

De nederlagen van Bill Bradley en John McCain waren zo zwaar, dat hun campagnes nauwelijks nog perspectief hebben. Bradley, die een half jaar geleden een serieuze bedreiging leek voor de vice-president, werd gisteren hardhandig gevloerd. Zelfs in New York, waar hij als basketbalspeler ooit een volksheld was, verloor hij.

John McCain moest aanzien hoe het grote enthousiasme dat hij wist te wekken, onvoldoende was om hem overwinningen te bezorgen in de staten met de meeste gedelegeerden, zoals Californië, New York en Ohio. Hij blijft populair bij onafhankelijke kiezers en zelfs Democraten, maar heeft te weinig steun onder Republikeinen om te kunnen winnen.

De Republikeinen Bush en McCain hebben een bittere campagne gevoerd, die het imago van de kandidaten en de eenheid van hun partij heeft beschadigd. Bush beloofde gisteravond dat hij de eenheid zal herstellen, maar daarvoor heeft hij de hulp nodig van McCain. Als de senator uit Arizona zijn campagne nu voortzet, riskeert hij nog meer woede van hoge partijgenoten dan hij nu al heeft opgewekt. Maar als McCain zijn verlies neemt, de strijd opgeeft en zijn aanhang voor de Republikeinse partij weet te behouden, dan kan hij waarschijnlijk zonder al te veel moeite weer zijn plaats innemen tussen de collega's tegen wie hij zo fel gefulmineerd heeft. Een post in een eventuele regering-Bush (minister van Defensie, Buitenlandse Zaken of zelfs vice-president) zou de beloning kunnen zijn. Republikeinse veteranen als oud-president Ford en voormalig senator Bob Dole zijn al ingeschakeld om de twee kampen te verzoenen.

Bush heeft de steun van McCain nu hard nodig. In de voorverkiezingen is Bush steeds meer een conservatieve kandidaat geworden, die vereenzelvigd wordt met rechtse christelijke groepen. Dat heeft hem geschaad. Een indicatie biedt de `schoonheidswedstrijd' in Californië. Het unieke van deze staat is dat alle kandidaten in de voorronde, Democraten en Republikeinen, dit jaar op één stembiljet staan. Wanneer de presidentsverkiezingen nu zouden worden gehouden, zo blijkt, zou Gore in Californië 34 procent van de stemmen krijgt, Bush 29 procent en McCain 23 procent. Landelijk heeft Bush volgens een peiling van Wall Street Journal zijn ruime voorsprong op Gore ingeleverd: beide kandidaten zouden 46 procent van de stemmen krijgen. McCain kan Bush mogelijk helpen te weg naar het politieke midden terug te vinden en zijn basis te verbreden.

Anders dan Bush is Al Gore versterkt uit de voorverkiezingen tevoorschijn gekomen. Bradley joeg hem eind vorig jaar de stuipen op het lijf, wekte zijn strijdlust en dwong hem om zijn strategie te herzien. Hij besefte dat hij zich niet als een gewichtige vice-president aan het Amerikaanse volk moest presenteren, maar als een vechter. Zo vond Gore dankzij Bradley zijn houding. Ook inhoudelijk heeft Gore veel te danken aan zijn rivaal. Net als Bradley pleit hij nu met overgave voor hervorming van de manier waarop verkiezingscampagnes worden gefinancierd en voor een plan om te zorgen dat meer Amerikanen verzekerd worden tegen ziektekosten. Het is een beproefd recept van Bill Clinton: Neem de beste ideeën van je tegenstander over.

Bradley slaagde er op zijn beurt onvoldoende in om zich van Gore te onderscheiden. Zijn aanvallen op Gore's betrokkenheid bij illegale fondsenwerving in 1996 kwamen laat en waren aarzelend. Vernietigende kritiek van Gore op zijn plan voor de gezondheidszorg liet hij onbeantwoord. En de invloedrijke vakbeweging steunde niet hem, maar Gore.

Een van de belangrijkste oorzaken van het falen van Bradley's campagne was het succes van McCain. In New Hampshire had Bradley veel tijd en geld geïnvesteerd om de stemmen te winnen van onafhankelijke kiezers, die als Democraat noch Republikein staan geregistreerd maar wel bij één van de voorverkiezingen mogen stemmen. Maar die groep bleek massaal voor de Republikeinse rebel, John McCain, te kiezen. Dat kostte Bradley niet alleen de zege in New Hampshire, maar ook de publiciteit en het enthousiasme die een overwinning met zich had meegebracht. Nu was McCain de man die alle aandacht kreeg.

McCain heeft de snelle neergang van zijn campagne aan zichzelf te wijten. Zijn twee dramatische overwinningen op Bush zetten hem op het verkeerde spoor. In New Hampshire en Michigan kon hij winnen dankzij onafhankelijke en Democratische kiezers, maar om het verder te schoppen in de Republikeinse voorrondes moest hij zijn steun onder Republikeinse kiezers vergroten. Dat liet hij niet alleen na, hij benadrukte zijn verwijdering van de Republikeinse partij zelfs steeds meer.

Bovendien liet McCain zich van de wijs brengen door de harde campagne van Bush. Hij liet zich meeslepen door zijn verontwaardiging over misleidende reclamespotjes van zijn tegenstander, sprak steeds minder over zijn politieke plannen en steeds meer over het onrecht dat hem werd aangedaan. De laatste kans om brede steun onder Republikeinen te krijgen verspeelde hij toen hij de aartsconservatieve dominees Pat Robertson en Jerry Falwell uitmaakte voor makelaars in overdraagzaamheid. Daarmee joeg hij niet alleen vrijwel alle conservatieve christenen tegen zich in het harnas, maar ook veel gematigde Republikeinen, die vinden dat de rechtse christenen bij de partij horen.

Met zijn directe stijl, zijn dramatische levensgeschiedenis en zijn tirades tegen de invloed van het grote geld mobiliseerde McCain eigenhandig een grote groep kiezers die nooit eerder hadden gestemd. De strijd tussen Gore en Bush om die kiezers is gisteren begonnen.