Stoeien over hoge tarieven bij erfenis

De tarieven van de successierechten moeten omlaag, vinden D66 en de VVD. Maar een werkgroep die de Successiewet onderzoekt, heeft maar weinig speelruimte.

Stel, iemand heeft alleen een verre neef als familie. De man overlijdt. Hij laat de neef een erfenis na van 1,7 miljoen gulden. De erfgenaam denkt miljonair te zijn geworden. Dat valt tegen: hij moet ruim één miljoen gulden aan belasting betalen, bijna zestig procent van de erfenis vloeit naar de schatkist.

Successierechten, want daar gaat het om, zijn hoog, zeker als het om grote schenkingen en erfenissen van verre relaties gaat. En de Successiewet, die uit 1956 dateert, is verouderd. Een verouderd partnerbegrip (samenwonenden en homostellen betalen andere heffingen dan getrouwde stellen), hoge tarieven voor schenkingen (varierend tussen 5 en 68 procent) en tal van vrijstellingen (24 verschillende bedragen) hebben de wet tot een onwerkbaar instrument gemaakt.

Reden voor de paarse partijen om in het regeerakkoord te laten vastleggen dat de wet moet worden gemoderniseerd. Wel moet de opbrengst van de wet, 2,8 miljard gulden dit jaar, gelijk blijven: een verandering mag niks kosten. Een speciale commissie zal naar verwachting aanstaande maandag haar voorstel aan staatssecretaris Vermeend (Financiën) aanbieden.

Voorzitter van de werkgroep is J. Moltmaker, advocaat-generaal in bijzondere dienst van de Hoge Raad der Nederlanden. ,,Het rapport dat wij hebben geschreven spitst zich toe op de bedrijfsopvolging, op relatievormen en op de zogenoemde doelvermogens. Maar verwacht geen spectaculaire wijzigingen van ons.''.

De Tweede-Kamerfractie van D66 presenteerde gisteren een voorstel om de Successiewet aan te passen. De partij wil af van de ingewikkelde tariefstructuren en pleit voor een uniforme boedelheffing, ongeacht de relatie tussen schenker en ontvanger. Het progressieve tarief blijft in het voorstel wel gehandhaafd. Ook de VVD heeft ideeën over een aanpassing van de wet. Weg met de ingewikkelde tarieven voor verschillende relaties, zeggen ook de liberalen. En waar D66 nog niets kan zeggen over de hoogte van de heffingen, stelt de VVD voor de tarieven voor iedereen te verlagen tot minimaal 2 en maximaal 20 procent.

,,Interessante ideeën allemaal'', oordeelt Moltmaker. ,,Maar van ons moet je niet dit soort bokkensprongen in de tarieven verwachten. Wij moesten alles binnen het budget doen; dan heb je weinig ruimte om de tarieven te verlagen.'' Mochten de Kamerfracties toch tot een verlaging van de tarieven willen overgaan, dan moeten ze dat maar met het kabinet uitvechten, vindt Moltmaker.

Intussen proberen belastingadviseurs de politieke discussie te beïnvloeden door te pleiten voor drastisch lagere tarieven. En dat kan zelfs zonder dat het totale bedrag op de begroting wordt verlaagd, stelt de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs (NFB).

,,Er komen steeds meer vermogende mensen te overlijden'', zegt woordvoerder J. Booij van de NFB. ,,Zij hebben hun hele leven gewerkt, goed verdiend, een kapitaal in aandelen vergaard en hun huis meer waard zien worden. Als dat liquide wordt op het moment van overlijden, komen er enorme bedragen vrij. Met de huidige tarieven zal het bedrag dat de staat jaarlijks binnenhaalt aan successierechten enorm stijgen.''

Beter is het, zo meent de NFB, om de huidige tarieven en opbrengsten aan te passen aan de verwachte vermogens. ,,Als je nu, op basis van de inkomensplaatjes, zou uitrekenen hoeveel geld mensen hebben op het moment van overlijden, kun je daar je heffingen op aanpassen, zodat je toch genoeg binnenkrijgt'', zegt Booij van de NFB.

Werkgroepvoorzitter Moltmaker denkt dat dat niet zo makkelijk zal zijn. ,,Het blijft koffiedik kijken'', zegt hij. ,,En daar hebben wij ons niet aan gewaagd. We zijn pragmatisch gebleven.''