Olieprijs stijgt naar recordhoogte

Aan de prijstijging van ruwe olie lijkt geen einde te komen. Op de Londense termijnmarkt steeg de notering van een vat (159 liter) Brent-olie vanmorgen tot 32,52 dollar. Daarmee kwam de notering op de hoogste stand in negen jaar terecht. Later op de dag daalde de prijs naar 31,50 dollar nadat de olieministers van Saoedi-Arabië en Iran zich samen uitspraken voor een `tijdige oliebevoorrading'.

Gisteren was de prijs van de olie uit de Noordzee al door de 30 dollar-grens geschoten naar 31,13 dollar. De hernieuwde stijging werd volgens handelaren in Londen veroorzaakt door vrees voor een mogelijk tekort aan benzine in de Verenigde Staten deze zomer. Bovendien kwam er onzekerheid bovendrijven of de OPEC, de Organisatie van Olie Exporterende Landen, eind deze maand wel een einde zal maken aan de productiebeperkingen.

Die vorig jaar afgesproken beperking is direct verantwoordelijk voor de huidige krapte op de wereldoliemarkt en de daaruit voortkomende stijging van de olieprijs. Saoedi-Arabië, OPEC's grootste producent, is bereid om eind deze maand af te spreken de olieproductie te verruimen. Medestander is Venezuela. Ook Mexico, geen OPEC-lid, wil de kraan wat verder openzetten. Daarentegen lijken landen als Iran, Algerije en Libië op korte termijn niet bereid te zijn om meer olie te produceren.

Vanmorgen riepen de Iraanse minister van Olie, Bijan Zanganeh en zijn Saoedische collega Ali al-Naimi na overleg in Riyad echter gezamenlijk op tot `tijdige oliebevoorrading om marktstabiliteit te verzekeren.'' In 1998 haalde soortgelijk overleg de laatste hobbel binnen de OPEC weg om de oliekraan dicht te draaien. Alle partijen op de wereldoliemarkt keken met spanning uit naar het resultaat van het belangrijke Iraans-Saoedische beraad. Op politiek terrein kunnen Saoedi-Arabië en Iran het sinds kort weer met elkaar vinden.

Het IEA, het Internationale Energiebureau, liet gisteren waarschuwende geluiden horen. ,,Als je de gegevens bekijkt, is er niet veel tijd meer. We hebben veel meer olie op de wereldmarkt nodig en wel snel ook'', aldus IEA-directeur Robert Priddle. Volgens hem moet de OPEC zijn productie herstellen tot het niveau van voor de productiebeperking om dit jaar de voorraden te kunnen aanvullen.

President Clinton herhaalde gisteren dat de hoge olieprijzen niet in het belang zijn van de OPEC-landen. Volgens hem neemt de vraag op den duur af als de prijzen lang hoog blijven en dat gaat dat ten koste van de inkomsten van de olieproducerende landen.

Uit kringen van oliedeskundigen in de Golfstaat Abu Dhabi valt te vernemen dat de OPEC vanaf 1 april de oliekraan voorzichtig wat meer opendraait om de markt te testen alvorens zich uit te spreken over de productieniveaus voor de rest van het jaar. Deze deskundigen namen daar het afgelopen weekeinde deel aan een grote olieconferentie.

,,Er is nu een consensus om in april voorzichtig te beginnen met een productieverhoging van 1 miljoen vaten per dag'', aldus een expert. ,,Zo'n volumetoename lijkt redelijk om begin april, als het oude productieakkoord afloopt, mee te beginnen'', aldus deze zegsman.

Op het ogenblik leggen OPEC- en niet-OPEC-landen de laatste hand aan zo'n nieuw productieakkoord dat op 27 maart tijdens het jaarlijkse OPEC-beraad in Wenen wordt bekendgemaakt.