Nederlanders tevreden met gezondheid

Nederlanders vinden zichzelf behoorlijk gezond. Nederland besteedt aan de gezondheidszorg ongeveer evenveel geld als de andere landen in de OESO, de vereniging van geïndustrialiseerde landen. De gemiddelde levensverwachting is zeer hoog.

Dat schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in de periodieke rapportage over de Nederlandse economie die morgen wordt gepubliceerd en waarin dit keer bijzondere aandacht is besteed aan de zorgsector. De OESO is redelijk tevreden over de gezondheidszorg in Nederland. Dit geldt zowel de gezondheidstoestand van de bevolking als de kosten van de zorg.

De uitgaven voor de gezondheidszorg liggen iets boven het gemiddelde van de andere OESO-landen, maar stijgen relatief wel snel. Volgens de organisatie is meer concurrentie in de zorg nodig, omdat dit leidt tot betere kwaliteit tegen relatief lagere kosten.

Nederland besteedt ruim acht procent van het bruto nationaal product aan de zorgsector, ongeveer evenveel als de andere landen gemiddeld aan een vergelijkbaar hulppakket uitgeven. Wel past hier de kanttekening bij dat Nederland nog maar relatief weinig (dure) 65-plussers telt, in vergelijking met andere landen.

Nederland behoort tot de `gezondste' landen van de OESO. De organisatie baseert zich hierbij op indicatoren als kindersterfte en de gemiddelde levensverwachting, die daar overigens verband mee houdt, en die tot de hoogste in de vergeleken landen behoort. Vrouwen die in 1970 werden geboren konden toen verwachten dat ze gemiddeld 77 jaar zouden worden (mannen 71 jaar). In 1996 was de levensverwachting gestegen tot 80 respectievelijk 75 jaar. Ook wat de Nederlander zelf van zijn gezondheid vindt, telt bij het oordeel. Die mening is opvallend positief.

Desondanks verblijven in Nederland relatief veel ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Het aantal bedden per duizend inwoners dat voor hen beschikbaar is, is een van de hoogste binnen de OESO. Aan de andere kant telt Nederland relatief weinig medici. Zo zijn er vijf huisartsen per 10.000 inwoners, tegen bijna tien in de andere OESO-landen.

Aan het zorgstelsel valt nog wel het nodige te verbeteren. De strakke regulering van het aanbod en de prijzen hebben weliswaar tot gevolg dat de uitgaven redelijk in de hand worden gehouden, maar leidt er ook toe dat onvoldoende aandacht wordt besteed aan de efficiency. De OESO meent dat met het beschikbare geld veel meer zorg kan worden verleend als er efficiënter wordt gewerkt. Dit kan worden gestimuleerd als verzekeraars en hulpverleners meer concurreren. Ook de wachtlijsten vormen een smet op het blazoen. Het bevreemdt de OESO dat er nauwelijks betrouwbare informatie aanwezig is over de omvang en de aard van de wachtlijsten.