Naïef

De nieuwe stationstunnel heeft gladde tegels en loopt af. Ik loop voorzichtig op mijn te elegante hakken en krijg kramp in mijn benen. Ik aarzel om een slenterend groepje allochtone jongens in te halen. Maar ik moet een trein halen.

Een van de jongens komt me achterna: ,,Mevrouw, mevrouw... u heeft iets laten vallen, een papier uit uw zak.''

Mijn eerste neiging is de oproep te negeren, maar als ik in een paar trouwhartige ogen kijk, houd ik de pas in. Ik wil de jongen niet kwetsen, zeker niet omdat hij oprecht bezorgd klinkt. Ik loop toch maar een stukje terug.

Natuurlijk ligt er niets op de grond. Als ik de verloren seconden probeer goed te maken, voel ik me zeer naïef. Maar die oprechte toon van bezorgdheid dan? En waarom kijkt geen van de jongens, die nu een eindje voor me lopen, triomfantelijk om?

Op het nippertje haal ik mijn trein. Langer dan de kramp in mijn kuiten blijft de twijfel.