Naaktfoto besluit dagboek over porno

Kristien Hemmerechts was door het Nieuw Wereldtijdschrift gevraagd om vier boeken over pornografie te lezen en te bespreken. Ze heeft ze gelezen en ze heeft bovendien een kleine maand lang een dagboek bijgehouden waarin ze nadenkt over pornografie en citeert uit de boeken. Aan het eind van dit dagboek staat een naaktfoto van haarzelf. Die durft. Maar waarom moest ze dit van zichzelf durven? En wat hebben we aan die keurige naaktfoto van een vrouw van middelbare leeftijd? De vraag of wij er iets aan hebben of er iets mee willen is geen vraag voor Hemmerechts. Het gaat erom dat zij er iets mee wil. ,,Ik wil zien wat anderen zien als ze me naakt zien. Het exhibitionistje in mij roert zich weer heftig.''

Of deze foto is wat anderen zien als ze haar naakt zien, is nog de vraag. Ze staat er zo stram en stijfjes op, haar armen achter haar rug als een vastberaden schoolmeisje, haar gezicht en voeten vaag, het lichaam scherp gefotografeerd. Wat ziet men aan deze vrouw? Eigenlijk niets, behalve dat ze geen kleren aan heeft. Ze ziet eruit alsof ze wacht op de keuringsarts. Ze ziet er niet uit als iemand die lang heeft nagedacht over pornografie – eerder als iemand die daar weinig tot niets mee te maken heeft.

Een wonderlijke uitkomst, deze foto. De uitkomst van wat eigenlijk? Het hele dagboek door is Hemmerechts op zoek naar ejaculerende vrouwen. ,,Wat is er met mij verkeerd dat ik op de gezegende leeftijd van 44 nog altijd niet heb geëjaculeerd en geen ejaculerende vrouw heb ontmoet?'' Tja, wat is daaraan verkeerd. Geen idee. Het lijkt me nauwelijks een brandende vraag en Hemmerechts slaagt er niet in de lezers het gevoel te geven dat het antwoord op deze vraag interessant zou kunnen zijn.

Het is een wat lam dagboek, dat van Hemmerechts, er wordt braaf in gelezen over pornografie, er worden de nodige vrij onsmakelijke blaadjes doorgebladerd (oma-seks, poep en pies, etc.), ze kijkt naar een pornofilm tot ze er misselijk van is en verder worden we nergens heel veel wijzer over.

Is pornografie eigenlijk wel een interessant onderwerp? Je gaat het je afvragen als je de vermoeide, lusteloze, afwijzende toon ziet van al die stukken. De Brits-Pakistaanse schrijver Adam Zameenzad vindt armoede veel obscener dan pornografie. Pornografie is eerlijk vindt hij, goddelijk, het leven zelf, het blijft bij je tot je er genoeg van hebt, het is schaamteloos. Erotiek is dat allemaal niet, erotiek is fout. Hij vindt dat wij ons moeten vereenzelvigen met de eenzame mannen die masturberen in pornobioscopen, met kinderen in Braziliaanse sloppenwijken die doodgeschoten worden door de politie, met de hongerenden in Somalië en hij snapt niet wat het verschil is tussen Julia Roberts ,,en een slet die languit op haar rug ligt''. Wat er allemaal mee gezegd wil zijn, blijft lichtelijk onduidelijk. Dat wij onze neus niet moeten ophalen voor pornografie, want die bevredigt een basisbehoefte. Goed, best. Maar nu? Nu niks. Einde verhaal.

De Franse filosoof van het hedonisme, Michel Onfray, schrijft over losbandigheid, en dat de armen net zo goed losbandig zijn als de bourgeoisie. Allemachtig. Ik had van hem op meer gehoopt, maar in dit stuk blijkt hij vooral een Franse filosoof: niet bang voor heel veel abstracte begrippen achter elkaar, maar als de dood voor een enkel concreet woord.

Wie dit nummer leest krijgt alras het gevoel dat over pornografie niets maar dan ook niets te vertellen is. Het is een opluchting om achter in het nummer een paar stukken tegen te komen die gewoon over kunst gaan. Eindelijk iets dat echt goddelijk, schaamteloos en eerlijk is.

Nieuw Wereldtijdschrift, jrg. 17, nr. 1. Uitg. C.V. Nieuw Wereldtijdschrift. Prijs ƒ11,50