Kris J.'s weg naar de bovenwereld

Na een onderzoek van ruim drie jaar naar de `erfenis' van de IRT-affaire is vorige maand de belangrijkste criminele infiltrant Kris J. opgepakt. Langzaam maar zeker krijgt de politie een beeld hoe het door hem verdiende drugsgeld zijn weg vond in de bovenwereld.

Horendol werden de twintig agenten van het Landelijk Rechercheteam er soms van. Het spoor van het onder leiding van het IRT-politieteam in de jaren negentig verdiende drugsgeld is namelijk wel erg lang. En kent veel vertakkingen. Niet alleen wisselden de bedrijven waarin het misdaadvermogen vermoedelijk werd geïnvesteerd voortdurend van naam. Ook de bestuursfuncties en aandelen gingen herhaaldelijk in andere handen over. IRT-infiltrant Krishnapersad J. – Kris – schakelde bij het naar de bovenwereld sluizen van zijn royale verdiensten bijna zijn hele familie en aangetrouwde verwanten in.

De Surinaamse hindoestaan Kris J. was de belangrijkste informant van het zogeheten koningskoppel van de Haarlemse politie, de rechercheurs Klaas Langendoen en Joost van Vondel.

Met toestemming van deze agenten kon Kris in het grote onderzoek van het IRT-politieteam van begin jaren negentig vele tienduizenden kilo's hasj en vermoedelijk ook cocaïne importeren om zo zicht te krijgen op vermeend grote drugsbaronnen, zoals Etienne U. Als `groei-informant' mocht hij in ruil voor inlichtingen het drugsgeld houden.

De methode liep uit de hand en in 1994 moest Kris in opdracht van justitie worden `afgebouwd' als infiltrant. Het IRT-team werd ontbonden. Tot op de dag van vandaag probeert de politie te achterhalen hoe hij met hulp van mogelijk corrupte contacten in het opsporingsapparaat opereerde.

Uit het vertrouwelijke politiedossier, gedateerd 13 november 1997, dat als basis diende voor het openen van een gerechtelijk vooronderzoek tegen Kris ,,over de periode van 1 januari 1993 tot heden'', blijkt dat de 38-jarige Kris J. zich na het stopzetten van zijn `legale' drugsimporten ontpopte als een drukbezet zakenman. Hij wordt in 1994 directeur en aandeelhouder van de Onroerend Goed Maatschappij KCSD BV in Haarlem samen met zijn broers Dewpersad (43), Swamiepersad (45) en Chandrikapersad (41).

In het eerste jaar van het bestaan koopt het familiebedrijf KCSD voor 3,2 miljoen gulden aan onroerend goed in Haarlem. Het grootste gedeelte daarvan betreft 14 panden en appartementen die ze in hun geheel overnemen van een Haarlemse exploitatiemaatschappij. In 1995 verkoopt Kris zijn KCSD-aandelen aan zijn broers en wordt hij directeur en enig aandeelhouder van Megemar Holding BV in Haarlem. Dit bedrijf houdt zich volgens de Kamer van Koophandel bezig met managementactiviteiten en vermogensbeheer. De holding is op haar beurt ook enig aandeelhouder van het bedrijf met de veelzeggende naam Millionares Europe BV.

Veel geld wordt uitgegeven in het sportmilieu. De familie J. is de drijvende kracht achter de zaalvoetbalvereniging Hindstore. Kris heeft volgens de politie ,,de zeggenschap'' over deze toonaangevende club uit de nationale zaalvoetbalcompetitie waar een aantal ex-profvoetballers spelen.

Kris koopt zich ook voor 500.000 gulden in bij een Oostenrijks wedkantoor en de familie begint aan de Botermarkt in Haarlem een ticketbureau, een inname-adres voor toto- en lottospelletjes. Ook exploiteert men in Haarlem, op rekening van zijn vader Padarath, een eethuis.

De investeringen in het reguliere zakenleven gaan overigens gepaard met ongebruikelijke incassomethoden als het rendement tegenvalt. Dat ervaren een eigenaar en een commissaris van de in 1994 opgerichte firma Ladru Sports in Nieuw-Vennep. Een van de mede-eigenaren van dit bedrijf dat in 1997 failliet ging, heeft tegenover de politie verklaard dat Kris 550.000 gulden investeerde in het bedrijf dat zich bezighield met de import en export van sportkleding. De mede-eigenaar van Ladru Sports heeft de politie in het jaar van het faillissement uitgelegd dat Kris zich niet zonder meer wilde neerleggen bij het mislukken van zijn investering. De man zei dat Kris hem ,,door de knieën zou laten schieten, omdat het geld dat hij (Kris, red.) in de zaak had gestoken, eigendom van een drugskartel zou zijn'', aldus het politieverbaal.

Ook de commissaris van Ladru Sports, waarvan een fors deel van de aandelen in bezit was van een Surinaamse ex-profvoetballer en tevens familielid van Kris, is naar eigen zeggen hardhandig door Kris gesommeerd 955.000 gulden te betalen. ,,Als hij dat niet deed, zou hij opgeblazen of doodgeschoten worden, of zijn huis zou in brand vliegen'', zo heeft hij de politie in 1997 verteld. De commissaris en de eigenaar deden geen aangifte. Ze laten desgevraagd weten niet meer over deze kwestie te willen praten. Ze zijn nog steeds bang.

De politie heeft vastgesteld dat Kris nooit aangifte heeft gedaan voor de inkomstenbelasting. De fiscus heeft Kris over het jaar 1993 ambtshalve een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een geschat belastbaar inkomen van 100.000 gulden. Daartegen heeft zijn belastingadviseur in 1997 een bezwaarschrift ingediend. Daarin heet het dat Kris ,,zijn inkomen heeft verdiend met het gokken op nationale en vooral internationale sportwedstrijden''. Uit informatie van het meldpunt ongebruikelijke transacties (MOT) blijkt dat Kris inderdaad een opmerkelijk succesvol gokker was. Zijn sigarenboer annex lottowinkelier betaalt hem bijvoorbeeld tussen februari en april 1995 alleen al ruim 200.000 gulden uit aan prijzengeld.

Uit de telefoontaps die sinds december 1997 lopen in het onderzoek naar Kris, is volgens de politie gebleken dat het lot werd geholpen doordat spelers werden omgekocht. ,,In een aantal gevallen is op verzoek (door omkoping, red.) een wedstrijd verloren'', aldus de politie. Justitie weet om welke spelers en wedstrijden het gaat en zal deze bevindingen later bekendmaken.

Dan zal ook blijken of het ruim twee jaar lang afluisteren en observeren van de verdachten de politie in staat heeft gesteld zicht te krijgen op de ,,honderden miljoenen guldens'' aan drugsgeld die Kris J. met medeverdachten moet hebben verdiend, aldus een ambtsbericht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) van juni 1997, dat als een van de uitgangspunten diende voor het nu lopende onderzoek.

In het slothoofdstuk `Bevindingen' van het verbaal van november 1997 constateert het Landelijk Rechercheteam in ieder geval opgelucht dat al voor het officieel openen van het gerechtelijk vooronderzoek is gebleken dat een deel van de BVD-informatie – zoals de tips over het aanschaffen van onroerend goed en de investeringen in het gokwezen van Kris – ,,wordt bevestigd door de gegevens die tot nu toe in het onderzoek naar voren zijn gekomen''.