Japan heeft niet alléén fouten gemaakt

Nederland staat dichter bij Japan dan veel Nederlanders denken. De meeste Japanse kinderen verslinden het met Nederland geassocieerde boek De Hond van Vlaanderen, en ze rillen over de wandaden van de nazi's bij het lezen van het Dagboek van Anne Frank. Verder voelen Japanners een lichte trots als ze horen dat Vincent van Gogh door Japanse kunst werd geïnspireerd. En in de geschiedenisles horen ze dat de kennis die de Nederlanders vier eeuwen geleden in Decima hebben overgedragen, veel heeft bijgedragen aan de snelle modernisering van Japan, toen het land zich in de negentiende eeuw eenmaal opende voor de wereld. Sommige leraren beschouwen Nederland als een land waaraan ze veel verschuldigd zijn.

Daarom waren veel Japanners in verwarring toen ze hoorden dat Nederland het bestaan van vierhonderd jaar betrekkingen wilde vieren met een tentoonstelling over het leven in de Japanse oorlogskampen en deze expositie ook in Japan wilde laten zien. En ook het nieuws dat Nederland opnieuw excuses eiste, en nu zelfs van de Japanse keizer, zorgde voor onbegrip.

Japanners herinneren zich de beelden van Nederlanders die bij het bezoek van keizer Hirohito, begin jaren zeventig, diens auto belaagden en bekogelden. Ook herinneren ze zich dat de krans die premier Kaifu in 1991 bij het monument in Den Haag legde, in het water is gegooid. Vervolgens waren er de woorden van koningin Beatrix die in hetzelfde jaar op bezoek in Japan in een tafelrede eenzijdig kritiek leverde op de Japanse geschiedenis. Japanners vinden dit gedrag onbeleefd en hebben het gevoel dat er op hen wordt neergekeken. Maar tévens menen ze dat het ongepast is om met luide stem uiting te geven aan dit ongenoegen. De Japanse regering en kranten hebben toen daarom openlijke kritiek achterwege gelaten.

Japan was in het verleden bereid tot het accepteren van de kritiek en tot het geven van excuses in de verwachting dat de relatie zich vervolgens harmonieus zou ontwikkelen. Nederland zou ook het verleden als afgehandeld beschouwen en beide landen zouden bouwen aan een nieuwe, vriendschappelijke band. Zo stonden de zaken er volgens de Japanners voor.

Desalniettemin kwam recentelijk het verzoek uit Nederland om de excuses te herhalen. Dit nieuws was het duwtje om de lang onderdrukte gevoelens naar buiten te brengen. Voormalige Japanse militairen beginnen nu op gedempte toon hun verhaal te vertellen. Eerlijk gezegd waren ze gedesillusioneerd toen een Nederlands-geallieerd leger van 80.000 man zich overgaf na een aanval van slechts drieduizend Japanse soldaten. Desondanks menen ze de overwonnen soldaten vervolgens niet anders dan normaal te hebben behandeld. Ook Nederlandse burgers konden een jaar lang hun gewone leven voortzetten, totdat er problemen ontstonden door spionageactiviteiten voor de geallieerden die de tegenaanval hadden ingezet. In verscheidene kampen werd landbouw toegestaan om het voedseltekort te compenseren.

Desondanks, zo menen ze, begon er een ongerechtvaardigde wraak op de Japanse soldaten na de Japanse nederlaag. In Nederlands-Indië executeerden de geallieerden het grootste aantal Japanse militairen, 226 man. Onder de aanklachten van wandaden was de beschuldiging dat men gedwongen was boomwortels te eten, terwijl dit gobo betrof (gobo is een wortel die in Japan als delicatesse wordt beschouwd, red).

Na de nederlaag eisten de Indonesiërs van het Japanse leger wapens op om te kunnen vechten tegen de terugkerende overheersers. Nadat het Japanse leger in Semarang dit weigerde namen de Indonesiërs ruim 100 Japanse soldaten en zo'n 900 Nederlandse vrouwen en kinderen in gijzeling. Het Japanse leger greep in en redde de Nederlandse vrouwen en kinderen. De gegijzelde Japanse soldaten waren al vermoord. Desondanks executeerden de Nederlanders later de commandant van de eenheid die de reddingsactie had uitgevoerd. Geallieerde soldaten die van boksen hielden gebruikten gevangengenomen Japanse soldaten als `levende zandzakken', tot ze aan de verwondingen overleden.

In Indonesië bevonden zich bij de overgave 100.000 Japanse soldaten. De geallieerden beschouwden hen niet als krijgsgevangenen, maar als `Japan Surrendered Personnel'. Daardoor waren de geallieerden ontlast van de plicht hun genoeg voedsel te geven of in gepaste gevangenissen onder te brengen. Een groot aantal Japanse soldaten is zelfs zonder enig voedsel op een onbewoond eiland gezet. Daar zijn in het eerste jaar na de overgave zo'n duizend Japanse soldaten de hongerdood gestorven.

Dergelijke argumenten tegen het uitspreken van excuses aan Nederland zijn de laatste tijd te horen in sommige kringen van de Japanse samenleving. Maar tevens is er scepsis over het gebruik van dergelijke argumenten tegen Nederland. De reden van deze scepsis is de overtuiging dat wederzijdse kwaadsprekerij, een herhaling van welles-nietes-argumenten, slechts een woestenij van haat creëert. Deze mening is juist te horen onder hen die zelf als soldaat op de miserabele slagvelden hebben gestreden. Ze vinden het, eenvoudig gezegd, ongepast eindeloos met luide stem dezelfde kritiek te herhalen. Nederland zegt zus, Japanners zeggen `Kijk naar jezelf!' Zo'n welles-nietes spel zou de betekenis van de oorlog waarvoor zij hun leven hebben gewaagd, tot een willekeurig straatgevecht reduceren.

Nadat Japan zich in de vorige eeuw naar de wereld opende en zich moderniseerde, verlangde het als eerste land van de internationale gemeenschap de gelijkheid van alle rassen. Japan probeerde dat in het oprichtingsverdrag van de Volkenbond opgenomen te krijgen. Helaas werd het door Woodrow Wilson van tafel geveegd. In plaats daarvan stond er in artikel 22 van het verdrag: ,,Het is de heilige plicht van de geciviliseerde staten om het welzijn te vergroten van de bevolking van (Afrikaanse en Aziatische) landen die niet onafhankelijk kunnen zijn.''

Dat was een grote leugen. Bij het Haagse akkoord over een verbod van opium maakten enkele Europese landen begin vorige eeuw een uitzondering voor hun Aziatische koloniën. Om werkelijk bevrijd te worden van de opium moest Azië wachten tot na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

In dezelfde tijd heerste Japan over Korea en Taiwan en vaardigde daar wel een verbod op opium uit. Bovendien verbeterde Japan daar de irrigatie en bouwde dammen. Dit gebeurde op basis van kennis die Japan van Nederland had geleerd.

De reden dat Japan de oorlog begon was de wurgende omsingeling door Amerika, Groot-Brittannië, China en Nederland. Een tweede algemeen geaccepteerde reden was het voorstel over rassengelijkheid dat Wilson van tafel had geveegd. Er was het besef dat het een strijd was om Azië terug te brengen in handen van Aziaten. Het symbool daarvan is de strijd om de bevrijding van India, het Imphal-offensief. Tweehonderdduizend Japanse soldaten zijn daarbij ingezet en hebben een totale nederlaag geleden. Niet om de belangen van het eigen land veilig te stellen, maar voor de bevrijding van een ander land.

Ruim twee miljoen Japanse soldaten zijn in de oorlog gesneuveld. In Japan zelf zijn meer dan zeshonderdduizend mensen omgekomen door luchtbombardementen en de atoombommen. In deze tragedie liggen de wortels voor de beweging naar onafhankelijkheid van India en ook voor de overwinning van vele Aziatische koloniën als Indonesië, Maleisië en Birma in de strijd om onafhankelijkheid. De soldaten die in de oorlog zijn gedood hadden een groot ideaal van vrijheid voor alle Aziatische landen van koloniaal bewind. Veel Japanners menen dat het zonder betekenis of zelfs schadelijk is de nadruk te leggen op slechts één kant van de geschiedenis, en van daaruit wederzijds kritiek te leveren. Bij hen leeft de vrees dat zo de oorlog tot een zaak wordt die de dood van twee miljoen soldaten niet waard was.

Op dat moment arriveerde premier Kok in Japan. Desillusie dat de hele kwestie weer eens zou worden herhaald nam bezit van mij. Achteraf bleek de zaak toch anders te liggen.

Terug in Nederland bleek Kok namelijk bereid de Indonesische regering excuses aan te bieden voor Nederlandse wandaden tijdens de politionele acties in Indonesië en erkende hij deze episode betreurenswaardig te vinden. Daarin proefde ik de oprechtheid om niet slechts één kant van de geschiedenis te onderstrepen, maar de grote stroom historische gebeurtenissen onder ogen te zien zoals deze zich heeft voltrokken.

Dat is precies waar wij op hebben gewacht. Het betekent dat er een kleine opening is in de muur die wederzijds begrip tegenhoudt. Als een golf verspreidt dit nieuws zich onder de betrokkenen in Japan, in de goede betekenis van het woord. En ik verwacht dat op een niet al te ver verwijderde dag de tijd komt van wederzijds begrip voor elkaars standpunt.

Vierhonderd jaar lang hebben Nederland en Japan de eigen geschiedenis gecultiveerd. Het is zeker zonde voor eens en altijd het beeld te vernietigen dat de Japanse bevolking van Nederland heeft gevormd.