Hoofdredacties uiten twijfel bij bonnen-Wob

Publicatie van declaraties van bewindslieden leverde weinig nuttige informatie op. Geen wonder, zeggen deskundigen.

. Heel Nederland heeft dankzij de Wet openbaarheid bestuur (Wob) sinds begin deze week kennis van de vulpenpatronen en de vier gedeclareerde Margrieten van staatssecretaris Verstand. Maar niemand is er blij mee. De criticasters van de Wob-hype – zoals premier Kok de actie vorige maand noemde – zien hun gelijk gestaafd. De media die op grond van de Wob een verzoek indienden bij álle departementen om de bonnetjes van de bewindslieden boven water te krijgen zijn teleurgesteld in de uitkomst en ervan overtuigd dat het zo niet moet. Wie vóór openbaarheid van bestuur is, is tegen deze aanpak, zoveel lijkt wel duidelijk.

Theo Dragt, voormalig staffunctionaris voor de uitvoering van de Wob en Roger Vleugels, juridisch adviseur voor Wob-zaken, zijn het over weinig eens, maar beiden vinden dat `in de rondte wobben' een nietszeggend resultaat oplevert en bovendien gevaarlijk is. Gevaarlijk in die zin dat als dit gangbare praktijk wordt wellicht een wetswijziging volgt.

Dragt: ,,Als straks de Wob in de Algemene wet bestuursrecht wordt geschoven zeggen de grote fracties stellig: dit is een mooie gelegenheid om nog eens te bezien wat nou ook al weer de bedoeling van de Wob was. Met de nu ontstane situatie gaat de wetgever geheid aan de haal.'' Vleugels: ,,Er is geen twijfel over dat ambtenaren dit geval zullen aangrijpen om er op te wijzen dat zoiets natuurlijk niet kan. En dat er ambtelijk gezien een forse onderhuidse stroming is die de Wob flink wil uithollen is zeker. Dit is voer voor tegenstanders van de wet.''

Maar ook bij de hoofdredacties van kranten die `wobden' leven bedenkingen. Peter de Jonge, adjunct-hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, dat bij alle departementen Wob-procedures begon: ,,Het is duidelijk dat we de Wob zo niet moeten gebruiken. Het moet gerichter, dat hebben we als hoofdredactie altijd gevonden. Maar neem het een nieuwsgerichte Haagse redactie niet kwalijk dat ze in de voetsporen van andere kranten treedt. Daar leefde de begrijpelijke vrees dat we straks achter het net zouden vissen. Het was dus meer volgend dan initiërend. Maar ik hoop dat het iedereen duidelijk is dat dit zich tegen ons kan keren.''

Hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant, die ook volop `in de rondte wobde': ,,Dit resultaat bevestigt de twijfel die wij als hoofdredactie meteen hadden. Die Wob is een prachtig instrument waar we jarenlang omheen hebben gedraaid zonder te weten hoe we haar precies moesten gebruiken. Zij is er voor de dingen des onderscheids, voor belangrijke dingen die het publiek moet weten. Laten we het erop houden dat dit leerzaam was.''

,,Je hebt iets aan de Wet openbaarheid bestuur als je gericht naar informatie vraagt en liefst precies weet waar je het over hebt'', zegt Folkert Jensma, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, dat geen procedures aanspande. ,,Dus je vraagt naar een bepaald stuk, een brief, als het even kan met nummer of datum erbij. Als je globale vragen stelt krijg je globale antwoorden. De wet is niet bedoeld voor fishing expeditions. Rechters hebben ook eerder laten blijken van dergelijk gebruik niet gecharmeerd te zijn. Een schot hagel kan natuurlijk dienstig zijn, het gerecht is nauwelijks meer te eten.''

Wob-deskundige Dragt is ervan overtuigd dat de wet niet is bedoeld voor het boven water brengen van bonnetjes. ,,De wet is bedoeld om inzicht te bieden in bestuurlijke processen. Bonnetjes zeggen daarover niets. Bovendien zeggen ze niets over het declaratiegedrag van bewindslieden. De één laat de rekening van het restaurant naar het departement sturen, de ander geeft een ambtenaar opdracht te betalen met een creditcard van het ministerie, een derde betaalt en declareert. Dat Kok de eerste vier maanden van Paars II `nihil' heeft gedeclareerd betekent dus niets. Het enige wat nu is bereikt is dat er nog vier maanden wordt gelachen om mevrouw Verstand en haar vier Margrieten. Natuurlijk zegt dat alles heel veel over mevrouw Verstand, maar niets over bestuurlijk processen op haar departement.''

Vleugels deelt die mening niet. ,,Toen de Raad van State vorige maand bepaalde dat bewindslieden privacygevoelige dingen op bonnetjes weg mogen lakken had meteen moeten worden geëist dat er dan wel een samenvatting moest komen van wat er was weggelakt. Dus de naam van de bouwondernemer met wie de minister heeft gedineerd mag weg, maar er moet wel bij komen te staan: gedineerd met een vertegenwoordiger van de bouw. Bonnetjes horen erbij'', meent Vleugels, zich baserend op jurisprudentie sinds 1993.

,,Want in de tientallen gevallen dat die bonnetjes inderdaad openbaar moesten worden gemaakt bleek er in de meerderheid van alle gevallen `iets tot van alles' mee mis te zijn.''

Of die jurisprudentie overeind blijft is overigens de vraag. De Raad van State heeft wel bepaald dat bewindslieden hun declaraties openbaar moeten maken, de bonnetjes zelf komen op 20 maart pas aan bod. Blijft de jurisprudentie intact, dan dreigt volgens Wob-deskundigen `lawinegevaar'.