De eindfase

DE KRUISTOCHT, zoals McCain zijn campagne voor de Republikeinse nominatie noemde, is ten einde gekomen. In de in de tijd samenklonterende presidentiële voorverkiezingen, die sinds een aantal jaren bekend staan als Super Tuesday, moest de kruisridder voor een hogere campagnemoraal het uiteindelijk afleggen tegen de kandidaat van de partijorganisatie, George Bush, zoon van de voormalige president. McCain had een goed en gezond programmapunt met zijn actie tegen de verkoop van verkiezingen aan de meest biedende. Wat opviel was zijn aantrekkingskracht op het niet-Republikeinse electoraat in zogenoemde `open primaries'. Maar voor zijn partijgenoten bleef McCain te ongrijpbaar om werkelijk populair te worden en de eerste prijs in de wacht te slepen.

McCain was het type van de antiheld. Zelf relativeerde hij zijn reputatie door er op te wijzen dat hij in de Vietnamoorlog als marinevlieger een botsing met een vijandelijke raket niet had weten te vermijden. Hij zag daar niets heroïsch in. Maar zijn naam raakte gevestigd toen bekend werd dat hij uit solidariteit met zijn kameraden vrijlating had afgewezen toen de Noord-Vietnamezen ontdekten dat zijn achtergrond hem tot een interessant ruilobject maakte. McCains vader en grootvader hadden hoge rangen bekleed bij de Amerikaanse marine en slechts zijn oorlogsverwondingen hebben hem verhinderd in die voetsporen te treden.

MET HET AFSCHEID van McCain is ook een einde gekomen aan de romantische spanning die deze campagne korte tijd tot een bijzondere maakte. Evenals na het roemloze einde van de Vietnamoorlog en het debacle van Nixon in het Watergateschandaal, die samen leidden tot de verkiezing tot president van de toenmalige apostel van de zuiverheid, Jimmy Carter, in 1976, toonden kiezers zich in de voorbije maanden gevoelig voor een kandidaat met een sterk moralistische inslag. De laatste termijn van Clinton met zijn Lewinsky-schandaal en de verhuur van delen van het Witte Huis aan kapitaalkrachtige donateurs gaf daar ook alle aanleiding toe. Maar de eindfase van de race naar het Witte Huis lijkt nu toch vooral te zullen worden bepaald door `gewone' politici als vice-president Gore voor de Democraten en gouverneur Bush voor de Republikeinen.

De rol van de Amerikaanse media in presidentiële verkiezingen is traditioneel groot, zeker in een jaar waarin het zittende staatshoofd een tweede ambtstermijn volmaakt en de race in beide grote partijen daarmee in beginsel wijd open is. En de media hebben per definitie meer trek in zich op de een of andere manier onderscheidende figuren dan in doorsnee politici die met enige graagte als grijze muizen worden afgeschilderd. De kiezers hebben gisteren die benadering niet gehonoreerd – waarbij opviel dat de belangstelling van het electoraat voor de stembus weinig te wensen overliet. Al eerder, in de Lewinsky-affaire, was duidelijk geworden dat mediahypes de kiezer betrekkelijk ongevoelig laten. Die waarneming is weer eens bevestigd.

NU GORE ZIJN rivaal binnen de Democratische partij, Bradley, definitief heeft verslagen, probeert de vice-president zijn rol van Clintons vanzelfsprekende opvolger verder met verve te spelen. Bush daarentegen kon er gisteren niet omheen Gore met name te noemen. Hij is ten slotte de uitdager. De partijconventies die voor de zomer op het programma staan, dreigen in beide partijen niet meer te worden dan het formele stempel dat de uitslag van Super Tuesday waarmerkt. Zowel Gore als Bush heeft zo zijn problemen. Gore zal zich onder de schaduw van Clinton vandaan moeten worstelen, Bush heeft in zijn strijd met McCain zijn politieke integriteit op het spel gezet door van het gematigde midden naar uiterst rechts en, de laatste dagen, weer terug naar het centrum te pendelen.

Om het midden in het electoraat zal het, als altijd, weer gaan. Vooralsnog heeft Gore daar, ook dankzij de aan Clinton toegeschreven voorspoed van het moment, de beste papieren. De campagne om het Witte Huis kan nu echt beginnen.