Brussel maakt verbeten jacht op Bernie Ecclestone

IT-bedrijven en auto- fabrikanten zijn de grote sponsors van de Formule I. Zij rekenen op veel tv- reclame. Maar uitgerekend over de tv-rechten vecht de Formule I een slepend conflict uit met Brussel.

Aan de vooravond van een nieuw raceseizoen heeft de 70-jarige Engelsman Bernie Ecclestone uiteindelijk toch een gedeelte van zijn miljardenbedrijf in de Formule I van de hand gedaan. Door de verkoop van 37,5 procent van Formula One Holdings (FOH) aan de Amerikaanse investeerdersgroep Hellman & Friedman, valt miljardair Ecclestone qua vermogen in één klap in de categorie van die andere Britse avonturier-zakenman, Richard Branson. Aanvankelijk zou Deutsche Bank Morgan Grenfell zijn belang van 12,5 in FOH uitbreiden. Maar de Duitse zakenbank zag af van zijn optie nog eens een belang van 37,5 procent te nemen in FOH, de werkmaatschappij van Ecclestone waar ondermeer de tv-rechten van de Formule I worden beheerd.

Misschien is Deutsche Bank teruggeschrokken voor de dreigementen uit Brussel. Maar de gerespecteerde bank heeft zich uitgebreid georiënteerd over het dreigement dat de manier waarop Ecclestone zijn race-imperium bestuurt in strijd is met de Europese mededingingsregels. Belangrijkste kritiekpunt zijn de tv-rechten die Ecclestone voor twintig jaar heeft verworven van de autosportfederatie FIA. Voor de EU-regels is vijf jaar het maximum. Maar ook op tal van andere terreinen constateert de Europese Commissie vormen van ,,onfrisse belangenverstrengeling'', die Ecclestone en zijn rechterhand, FIA-voorzitter Max Mosley, een monopolie op het racegebeuren en de daaruit voortvloeiende revenuen verschaffen. Vanuit zijn kantoor bij Hyde Park in Londen bestuurt Ecclestone met strenge regie een race-imperium dat is verdeeld over een aantal werkmaatschappijen waarvan de financiële belangen grotendeels zijn ondergebracht op de fiscaal vriendelijke Kanaaleilanden, maar eveneens in het voor bedrijven fiscaal vriendelijke Nederland.

Ecclestone en Mosley zijn wat hun activiteiten betreft niet gediend van pottenkijkers. Op hoge poten schreef het duo begin februari een brief aan Eurocommissaris Monti (Mededinging) in Brussel om hem te vragen een einde te maken aan de ,,illegale praktijken en leugens'' waar de commissie die de zaak van de tv-rechten onderzoekt zich volgens Mosley van bedient. Volgens de brief van Mosley wil de Europese Commissie een eind maken aan het huidige systeem van één bestuursorgaan voor de autosport. Ook wil zij volgens Mosley regels opleggen die een eind zouden maken aan vrije tv-uitzendingen in Europa.

Niettemin lijkt een verbod van Formule I-races binnen de Europese Unie ver weg. Dergelijke procedures – als ze al worden geëffectueerd – nemen jaren in beslag. Dat bleek ook al toen Ecclestone en de FIA eerder in conflict kwamen met Brussel over tabaksreclames. Een issue dat door een aantal nieuwe ontwikkelingen volledig naar de achtergrond verdrongen is nu de belangrijkste raceteams met hun geldverslindende budgtetten van honderden miljoenen dollars per jaar meer en meer afscheid hebben genomen van de tabaksindustrie, die jarenlang het Grand Prix-circus financieel op de been heeft gehouden.

High-tech bedrijven, Internet-firma's, telecom-maatschappijen en grote autofabrikanten hebben als sponsor de plaats van de tabaksbedrijven ingenomen in de Formule I. Zowel BMW, Ford, Honda, Peugeot, Ferrari als Mercedes-Benz hebben zich aan de Formule I gecommitteerd. Daardoor heeft de racecompetitie nog verder aan attractiviteit gewonnen. Het gekrakeel uit Brussel ten spijt.