Triomf van de vergeefsheid bij Panamarenko

Er wordt nogal wat gelachen op de overzichtstentoonstelling van de Belg Panamarenko in de Londense Hayward Gallery. Bij zijn vlieg- en vaartuigen hangt namelijk een persoonlijk commentaar, vol ironische ernst en zelfrelativering. De kunstenaar haalt daarbij allerlei logica uit de kast om zijn kwetsbare constructies wetenschappelijk te onderbouwen.

En net zo gemakkelijk geeft hij in de volgende zin toe dat de lawaaierige motor van het ene ding vooral angst voortbrengt, of dat bij het andere ding de propellers vreemdgenoeg falen de parachute te doen opstijgen. Bij een enkel apparaat adviseert hij de piloot ,,heel lang te oefenen, want je valt er snel uit''. En zelfs een video waarop hij je overdondert met wis- en natuurkundige berekeningen over luchtstromen, energie en magnetische velden, wordt nauwelijks serieus genomen. Nee, wie met deze man op pad gaat, zal ter land en ter zee niet ver komen.

Voor het eerst maken nu de Britten uitgebreid met hem kennis. In het Britse dagblad The Independent heet hij een Peter Pan, een `artist-technologist' en `een dromer' uit de jaren zestig. Het type kunstenaar, volgens de criticus, dat geld en roem graag ondergeschikt maakt aan zijn utopisch verlangen naar transcendentie. En dat is, inderdaad, een zeldzaam fenomeen in de eigentijdse kunstwereld van zakelijkheid en zelfpromotie.

Het overzicht van de Antwerpse `huismus' Panamarenko beslaat met dertig werken zo'n dertig `vliegjaren': vanaf het zestien meter brede, zeer kwetsbare Flugzeug (1967), dat met zijn roterende vleugels op dunne, aluminium buizen een complete zaal in beslag neemt, tot en met de meest recente Scotch Gambit (1999), een tien meter lange hovercraft van hoogglanzend metaal, die als een `krinkelend, wrinkelend waterding' van de dichter Guido Gezelle over de Thames moet kunnen schaatsen. Het is helaas alleen op speelgoed-schaal aanwezig. Op ware grootte zou het ,,bij storm armzalig functioneren'', aldus de maker.

Zijn Aeromodeller (1969-1971), een 27 meter lange zeppelin van perkamentachtige pvc, destijds tentoongesteld in Sonsbeek, drukt bijna zijn forse, vliegende schotel, de Bing of the Ferro Lusto X (1997, de Hayward uit. En boven op het dak van dit armoedige tentoonstellingsgebouw, tegen de achtergrond van het nieuwe, Londense reuzerad, staat nog als het Dikkertje Dap onder de onderzeeërs, zijn stalen Panama, Spitsbergen, Nova Zembloya (1996) opgesteld.

Voor wie de kunstenaar de afgelopen decennia volgde, zijn deze spectaculaire werken meer vertrouwd dan de kleinschalerige Hazeruggen en Rugzakken. Ook deze apparaten hebben tot doel met minimale middelen - zonder vleugels, maar met motorische aandrijving - het luchtruim te kiezen. Het zijn vooral charmante sculpturen, weliswaar ambachtelijk, desnoods met plakband, in elkaar geknutseld, maar door hun enorme luchtafvoerbuizen en bevestigingsgordels wordt ook hier functionaliteit zeer geloofwaardig. En dat geldt net zo goed voor de serie Archaeopterix, houten skeletjes van een prehistorische vogel, uitgerust met elektronische chips en zonnecellen, die misschien tòch wel eens op eigen kracht Londen zouden kunnen verlaten.

Panamarenko's werk was al in vele musea over de wereld te zien. Dikke boeken zijn erover verschenen en ook deze tentoonstelling wordt weer begeleid door een nieuwe catalogus met een breedopgezette introductie van Jon Thompson over zowel de geschiedenis van Antwerpen als de kunstenaar zelf, over de artistieke `revolt' in de jaren zestig tegen het ascetische minimalisme, over Panamarenko's veelbetekenende vriendschap met collega's Marcel Broodthaers en Joseph Beuys en over het grondige, wetenschappelijk gehalte van de voer-, vaar- en vliegtuigen.

Panamarenko, wiens vader elektricien was en wiens moeder een schoenenwinkel dreef in Antwerpen, vertelde deze krant in 1996 dat een jeugdherinnering aan een Duits V2-bombardement op Antwerpen hem motiveerde zijn eerste, grote vliegtuig te maken. Dat schilderen op de academie vond hij maar niks. Hoewel in dat destijds vrijgevochten klimaat van hippie- en anti-Vietnambeweging alles wat vorm was in de beeldende kunst ter discussie werd gesteld in onder meer performances, films en happenings, zou Panamarenko al snel kunsttheoretische besognes laten varen ten gunste van zijn strikt eigen ideeën; ,,een nonchalance'', zoals hij een paar jaar geleden zei, ,,die ruimte voor avontuur oplevert.''

Jammer, dat de kunstenaar zelf in de catalogus nauwelijks aan het woord komt in diezelfde aanstekelijke formuleringen als op de zaalteksten. Misschien moeten de uitvoerig beschreven, natuurkundige processen wetenschappers provoceren om Panamarenko's alternatieve bevindingen over massa en beweging nu eens ècht tot op de bodem uit te zoeken. Als leek verwonder je je liever over die lange reeks eigenwijze vertakkingen van vertrouwde fenomenen als insecten, raceauto`s, luchtschepen en waterfietsen.

Soms mogen dan je handen gaan jeuken om zelf thuis ook eens iets als een modelbouwer te presteren, het zal niet lukken om in Panamarenko's schaduw terecht te komen. Daarvoor is hij te onbevangen, te bezeten, te vindingrijk, en te strijdlustig. En het is het vooral die strijdlust en de triomf van de vergeefsheid waardoor het werk van Panamarenko innemend blijft. Een Belg die nooit voor Boeing zal buigen.

Tentoonstelling: Panamarenko. Tot 2/4 in Hayward Gallery, South Bank, Londen. Open: dag. 10-18 uur. Catalogus: £ 18.-. Inl.: www.hayward-gallery.org.uk