Sterven op tv

Een televisiepresentator is niet uitzonderlijk, zoals een staatsman, een componist of een onbaatzuchtig mens dat is. Voor de tv praten is een gewone professionele baan, tussen advocaat en circus-directeur. Maar het gezicht en de stem van zo'n presentator zijn publiek eigendom. Of hij nu binnen of buiten zijn voordeur verkeert, nergens is hij anoniem. Veel kijkers hebben op afstand een band met hem, want hij betreedt regelmatig hun huiskamers. Als hij dus voor zijn pensioen sterft, wordt hij door miljoenen gemist. Vandaar waarschijnlijk dat de EO en de Avro gisteren bijna drie kwartier aandacht besteedden aan de dood van de 52-jarige Dirk Kuin, tot afgelopen november presentator van Opsporing Verzocht, het wekelijkse programma voor uitgebreide politieberichten.

De uitzending was geen terugblik op zijn journalistieke leven maar een verslag van zijn maandenlange sterven nadat bij hem kanker in de long en de nier was geconstateerd. Kuin liet zich in januari drie keer achter elkaar interviewen in de periode dat zijn ziekte een fatale wending nam. De eerste keer hoopte hij nog voor enige tijd terug te keren als presentator. Dan zou het een documentaire worden over leven met kanker, een relaas over wat presentator Kuin tijdens zijn afwezigheid had gedaan. Maar zijn vrouw, die naast hem zat, vermoedde toen al dat het slecht zou aflopen.

Een week later was hem gezegd dat de reddende operatie niet mogelijk was. ,,Dat was een doodvonnis'', zei hij. Hij kon toen nog goed praten en zat in een gemakkelijke stoel. Hij zocht oude familiefoto's uit met zijn zoons uit een eerder huwelijk die ook aan het woord kwamen. Nog een week verder lag hij in bed met een neusinfuus, omringd door familie en vrienden. Hij ging door met zijn verslag. Dat was negen dagen voor zijn dood. De kanker woekerde snel voort en had zijn arm, schouder been en andere lichaamsdelen aangetast en hij was buiten adem. Hij vond het ondanks al dat lijden een betere dood dan een plotselinge hartaanval, zei hij. ,,Ik denk dat je als mens toch beter deze ziekte kunt krijgen, een langzamere ziekte die je in staat stelt om afscheid te nemen van je omgeving en van je familie om te zeggen wat er nog te zeggen is en om duidelijk te maken wat je nog wil doen.'' Een bekering zat er niet meer in voor Kuin, zo vlak voor de dood. Het kon een troost zijn, gaf hij toe, maar niet voor hem.

Kuin sprak helder en het was overbodig om voor het dramatische effect die overbelichte jampotbodem zo nu en dan voor de camera te zetten. Normaal mijd ik dit soort uitzendingen, zeker als er – zoals bij Vinger aan de Pols – in kloppend vlees wordt gesneden. Maar dit was toch anders. De samenleving is doodmijdend, dus zijn veel mensen er verlegen mee. De rouwgebruiken zijn minder eenduidig geworden. Niet elke stervende kan er zo gemakkelijk over praten als Kuin. Iedereen krijgt ermee te maken dus zo'n verslag zal ergens goed voor zijn. Dat vond ik ook van Ireen van Ditshuyzens vierluik over sterven in het Haagse Westeinde-ziekenhuis. Toch is het raar om gedeprimeerd te raken over iemand die ik helemaal niet ken. Het is het effect van vereenzelviging met de ander in een al te reële situatie.

Het was een te heftige avond, gisteren, beginnend met de overstromingen in Mozambique, later de hoog oplaaiende vuren en rookpluimen in een prachtige docu over een cokesfabriek die ging sluiten. Mannen die deksels openden, waar helse vlammen doorheen gierden en met een lange pook aan het werk gingen.

Later zag ik in een documentaire over vrouwenbesnijdenis een kind dood geboren worden. Door het littekenweefsel van zo'n gruwelijke besnijdenis was de doorgang van de bevallende, Afrikaanse vrouw te klein. Ze huilde of jammerde niet maar keek alleen maar naar de dode baby die door de verloskundige ondersteboven aan de voeten werd vastgehouden. Dan zijn wij hier in Nederland gevoeliger of lijkt dat maar zo?