Schröder en IMF

HET MONOPOLIE van Europa op de toppositie in het Internationaal Monetair Fonds (IMF) staat ter discussie. Vanmorgen heeft de Duitse regering haar kandidaat Ciao Koch-Weser voor het presidentschap van het IMF teruggetrokken. Kanselier Schröder is daarmee toch nog door de knieën gegaan voor het feitelijke Amerikaanse veto tegen de staatssecretaris van Financiën uit Berlijn. De carrousel rond de opvolger van de onlangs vertrokken IMF-president Camdessus kan nu weer opnieuw beginnen.

Deze nederlaag van Schröder is allereerst pijnlijk voor de kanselier. Sinds vorig najaar had de Duitse regering haar kaarten gezet op de 55-jarige Koch-Weser die, voordat hij staatssecretaris voor internationale financiële zaken werd, carrière had gemaakt bij de Wereldbank. Berlijn suggereerde in de lobby bij de Europese partners dat Koch-Weser wel gesteund zou worden door de Verenigde Staten. Dat nu bleek een misverstand. De Amerikaanse minister van Financiën, Lawrence Summers, die de Duitser had leren kennen bij de Wereldbank, dacht heel anders over deze man dan Schröder veronderstelde. Toen de Europese bondgenoten daar achterkwamen en zich vervolgens een voor een uit de voeten maakten, viel het doek voor de Duitse bewindsman.

Schröder heeft nu Horst Köhler, de huidige directeur van de Oost-Europabank, naar voren geschoven. Köhler heeft zijn sporen verdiend in het Duitse bankwezen. Zijn naam werd ook al genoemd toen Camdessus vorig najaar zijn afscheid aankondigde. Hij lijkt echter niet de eerste reservekandidaat van Schröder. De kanselier zou, voordat Koch-Weser verder voor de eer bedankte, bot hebben gevangen bij andere potentiële gegadigden.

DE CONCLUSIE oogt simpel. Schröder beheerst het spel in de arena van de internationale vacaturebank niet en poogt nu in de herkansing alsnog verlies te voorkomen.

Het gebrek aan dekking voor Berlijn binnen de Europese Unie, nog altijd de grootste contribuant van het IMF, illustreert echter eveneens dat Duitsland de laatste jaren niet meer maar eerder minder gewicht heeft gekregen. Dit laatste is voor Europa een serieus probleem. Want het opzichtige gemarchandeer van Schröder zou wel eens de weg kunnen vrijmaken voor de niet-Europese aandeelhouders om een traditie te smoren zo oud als het IMF zelf: de (ongeschreven) regel dat een Europees land altijd de eerste man voor het fonds levert.

Dat hoeft geen drama te zijn. Het IMF is, juist omdat het fonds sinds de financiële crises van 1998 aan prestige heeft ingeboet, te belangrijk om onderwerp te worden van diplomatieke touwtrekkerij. De misstap van Schröder biedt nu de kans om in andere termen over de opvolging van Camdessus te onderhandelen. Bijvoorbeeld conform het uitgangspunt dat de beste man/vrouw op de beste plaats moet worden benoemd.