Sanering Chinese economie karwei vol valkuilen

De sanering van de Chinese economie is een riskante opgave vol dilemma's. Dat blijkt tijdens de nu lopende jaarlijkse vergadering van het Chinese parlement.

De gezondmaking van de Chinese economie blijkt een immense opdracht. Dat bleek gisteren uit de presentatie van het werkrapport van Xiang Huaicheng, de Chinese minister van financiën. Tijdens de voordracht van Xiang, op de tweede dag van de jaarlijkse vergadering van het voltallige Chinese parlement die zondag is begonnen, heeft de minister gepleit voor de onverminderde voortzetting van China's bestedingspolitiek. Het begrotingstekort mag daarvoor oplopen tot 230 miljard yuan (57 miljard gulden).Het bewaren van de economische en politieke stabiliteit in de maatschappij mag wat kosten.

Xiang beroept zich daarbij, in navolging van premier Zhu Rongji, op de gedachte dat met de uitgifte van staatobligaties, dit jaar maar liefst voor 25 miljard gulden, het aantal banen zal toenemen en daarmee de vraag op Chinese omvangrijke boerenland zal groeien. Die groei acht de Chinese regering essentieel voor het oplossen van een minstens zo explosief probleem: de overcapaciteit aan producten in de Chinese staatsindustrie. Als de overvolle pakhuizen van de staatsbedrijven niet enigszins leegkomen, zullen nog meer staatsarbeiders op straat belanden. De groei van het aantal stedelijke werklozen tot 3,5 procent van de totale arbeidskracht is een halve procent meer dan het voorgaande jaar. Dat baart Peking grote zorgen.

Maar verscheidene economen hebben erop gewezen dat met de uitgifte van staatsobligaties alleen, de binnenlandse vraag niet zal toenemen. ,,Chinese politici zweren bij het idee dat wanneer de binnenlandse vraag aantrekt, de noodlijdende staatsbedrijven zijn gered'', zegt Fred Hu, van het investeringshuis Goldman Sachs in Hongkong. ,,Zij vertrouwen erop dat de mensen dan ijskasten, televisies en wat al niet meer zullen kopen. Maar vergeet niet, in het omvangrijke achterland ontbreekt het dikwijls aan electriciteit. Laat staan dat de boeren daar en ijskast kunnen betalen.'' Hu vindt dat de Chinese regering daarom nog harder zal moeten werken aan de ontwikkeling van infrastructurele faciliteiten in het Chinese achterland. ,,De ontwikkeling van de infrastructuur is een belangrijke voorwaarde voor het aantrekken van de vraag in het achterland.''

Anderen voegen daaraan toe dat de kwaliteit van de producten die de staatsbedrijven aanbieden ook een rol speelt. ,,Staatsbedrijven produceren niet wat de mensen willen kopen'', zegt David Roche van het Britse adviesbureau Independent Strategy, in de Amerikaanse krant The Asian Wall Street Journal. ,,Het aanwakkeren van de vraag als oplossing voor de afname van de overproductie zal niet helpen.'' Nee, zegt Roche, China zou zich beter moeten verdiepen in wat zijn staatsindustrie aanbiedt.

Zowel Hu, als Roche zijn het er mee eens dat de potentie van de binnenlandse vraag een belangrijke reden is voor het zoeken naar oplossingen in het Chinese achterland. Tenminste zeventig procent van de Chinezen woont op het boerenland,terwijl hun levensstandaard slechts veertig procent is van die in de stad. Wanneer de levensstandaard daar toeneemt, komt een omvangrijke hoeveelheid geld los. In de stad is ook een groot fincancieel potentieel aanwezig – Chinezen sparen maar liefst veertig procent van hun inkomen. Maar voor deze groep mensen geldt dezelfde voorwaarde als op het land, aldus Roche; zij zullen alleen overgaan tot een aankoop wanneer zij waar voor hun geld krijgen.

Uit de begroting van minister Xiang blijkt dat de Chinese regering zich bewust is van het belang van een zorgvuldige verdeelsleutel voor de omstreden bestedingspolitiek. Zo heeft de minister 22,5 miljard gulden gereserveerd voor infrastructurele projecten. Dat zijn projecten die de basis moeten vormen van de ontwikkeling van de plattelandseconomie. Daarnaast heeft hij 17,5 miljard gulden gereserveerd voor de opvang van het overschot aan afgevloeide staatsarbeiders, de ontwikkeling van achtergestelde provincies en de hulp aan noodlijdende industrieen. De financiering van die obligaties zal afkomstig zijn van douane-inkomsten. Die zouden flink zijn toegenomen sinds de Chinese regering korte metten heeft gemaakt met het smokkelprobleem.

Het Chinese begrotingstekort is 12,5 miljard gulden meer dan het vorige jaar. Maar dat, aldus minister Xiang, heeft te maken met het feit dat China dit jaar voor het eerst de betaling van rente over leningen heeft meegerekend. ,,Als we dat bedrag aftrekken van het voorziene begrotingstekort, dan is nog sprake van 38 miljard gulden, 6,1 miljard gulden minder dan het voorgaande jaar. China lijkt op die manier de extra uitgaven voor het Chinese leger goed te praten. Xiang kondigde aan die uitgaven te verhogen tot 32 miljard gulden, 13 procent meer dan het jaar ervoor.